Men Epijuj
Chapter 3

Men Epijuj

Kadede Kap (Pohnpeian Ne…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1I me nai Pauluj en Iejuj Krijtuj a jalidi men pweki komail men liki kan,
1En dit is de reden, waarom ik Paulus, de gevangene van Christus Jesus, voor u heidenen ben aangesteld.
2Due me komail ronadar iran ai koa dodok en mak en Kot, me i aleer pweki komail.
2Gij hebt immers gehoord, dat aan mij het beheer van Gods genadegaven voor u is toevertrouwd,
3A kaudial eu, me kajanjale on ia, me rir akan, duen ai intin motomot on komail er nin tapi o
3en dat aan mij door openbaring het heilsgeheim bekend is gemaakt, zoals ik dit boven in het kort heb beschreven.
4Ari, ma komail pan wadok, komail ap pan diar, duen ai lolekon ni me rir akan ren Krijtuj.
4Wanneer gij dit leest, kunt gij daaruit mijn inzicht a fleiden in het Christus-geheim.
5Me jota kadiarok on aramaj akan ni muein maj O, ap kadiarok on japwilim a wanporon o jaukop jaraui kan ren Nen.
5Nooit is het onder vroegere geslachten aan de kinderen der mensen bekend gemaakt, zoals het thans in den Geest door zijn heilige Apostelen en Profeten is geopenbaard:
6Pwe men liki kan en ian jojo o ian kijan war a, o ian a inau ren Krijtuj Iejuj ki ronamau,
6dat namelijk de heidenen door het Evangelie medeerfgenamen zijn, medeleden en deelgenoten aan de Belofte in Christus Jesus.
7Me nai wiala papa men duen ai pai en mak en Kot, me i aleer ki a manaman lapalap.
7Daarvan ben ik de bedienaar geworden krachtens de genadegave, die God door zijn machtige werking aan mij heeft verleend.
8Nai, me tikitik jan jaraui kan karoj, aleer mak wet, en padaki on men liki kan duen kapwapwa lapalapia en Krijtuj.
8Aan mij, den geringste van alle heiligen, is deze genade geschonken: aan de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen,
9O pwen kamaraini amen amen duen koa dodok en rir akan, me nekinek jan nin tapin kaua ren Kot, me kotin kapikadar meakan karoj,
9en het Bestel te doen zien van het heilsgeheim, dat van eeuwigheid verborgen was in God, den Schepper aller dingen;
10Pwe anjau wet men poa kan o me manaman akan, me kotikot nanlan, en ereki momodijou jon en erpit en Kot karoj.
10opdat thans door middel van de Kerk de veelzijdige Wijsheid van God bekend zou worden gemaakt aan de hemelse heerschappijen en machten.
11Duen kupur a, me a kotin kileledier ni tapin kaua ren Krijtuj Iejuj atail Kaun.
11En dit is geschied volgens de eeuwige voorbeschikking, die Hij ten uitvoer heeft gebracht in Christus Jesus onzen Heer.
12Pweki i me kitail pil kak aimaki tu on Kot ni atail kaporopor o pojon i.
12In Hem naderen we door het geloof in Hem, vrijmoedig en vol vertrouwen tot God.
13Nan i me i men poeki, komail ender motot ki ai kamekam kin komail, pwe men kalinanada komail.
13Daarom bid ik u, dat gij de moed niet verliest door mijn wederwaardigheden terwille van u; want daarin juist ligt uw roem.
14I me i kin kelepuki on Jam en atail Kaun Iejuj Krijtuj,
14En daarom buig ik mijn knieën voor den Vader,
15Me mar en penainai pokon nanlan o jappa tapi jan ia.
15van wien alle geslachten in de hemel en op de aarde hun naam hebben ontvangen:
16Pwen kotiki on komail manaman, duen a kapwapwa en a linan, en kelaileki Nen i nan pali lol en aramaj,
16dat Hij naar de rijkdom zijner glorie u moge verlenen, krachtig naar den inwendigen mens te worden gesterkt door zijn Geest;
17Pwe Krijtuj en kotikot nan monion omail pweki omail pojon, pwe komail en tenedi o jondi ni limpok,
17dat Hij Christus in uw harten doe wonen door het geloof; dat gij geworteld moogt blijven en gegrondvest in liefde.
18Ap kak on ian jaraui kan karoj dedekida talap, o aned, o lol, o ile;
18Dan zult gij tezamen met alle heiligen u een denkbeeld kunnen vormen van de breedte en lengte, de hoogte en diepte;
19O en pil ajada limpok en Krijtuj, me jikida jan erpit karoj, pwe komail en direki kupur en Kot karoj.
19en de liefde van Christus leren beseffen, die alle begrip te boven gaat; dan zult gij vervuld worden van de ganse volheid van God.
20A i, me manaman on wiada, me lapa jan atail poeki o lamelame duen o manaman o, me kin dodok lol atail.
20Aan Hem, die door de kracht die in ons werkt, veel meer kan uitrichten, dan wat wij bidden of denken:
21Linan en ko on i ni momodijou pan Krijtuj Iejuj kokolata joutuk. Amen.
21aan Hem zij de glorie in de Kerk en in Christus Jesus ten allen tijde, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.