Numeri
Chapter 2
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kralice Bible (1613)
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kralice Bible (1613)
1Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
1Mluvil také Hospodin k Mojžíšovi a Aronovi, řka:
2De Israëlieten moeten zich onder hun eigen banier en bij de veldtekens van hun familie scharen, en zich op enige afstand rond de openbaringstent legeren.
2Synové Izraelští klásti se budou jeden každý pod korouhví svou, při praporci domu otců svých; vůkol stánku úmluvy opodál klásti se budou.
3Zo werd aan de oostkant, waar de zon opkomt, de banier geplant van het leger van Juda, naar zijn afdelingen ingedeeld; de aanvoerder der Judeërs was Naässon, de zoon van Amminadab,
3Tito pak rozbijí stany k východní straně: Korouhev vojska Judova po houfích svých, a kníže synů Juda Názon, syn Aminadabův,
4en zijn afdeling telde vier en zeventig duizend zeshonderd man.
4A u vojště jeho lidu sečteného sedmdesáte čtyři tisíce a šest set.
5Daarnaast legerde zich de stam van Issakar; de aanvoerder der Issakarieten was Netanel, de zoon van Soear,
5Podlé něho pak položí se pokolení Izachar, a kníže synů Izachar Natanael, syn Suar,
6en zijn afdeling telde vier en vijftig duizend vierhonderd man.
6A u vojště jeho lidu sečteného padesáte čtyři tisíce a čtyři sta.
7Bovendien de stam van Zabulon; de aanvoerder der Zabulonieten was Eliab, de zoon van Chelon,
7Pokolení Zabulon podlé nich, a kníže synů Zabulon Eliab, syn Helonův,
8en zijn afdeling telde zeven en vijftig duizend vierhonderd man.
8A u vojště jeho lidu sečteného padesáte sedm tisíců a čtyři sta.
9Het hele aantal manschappen van het leger van Juda, ingedeeld naar hun afdelingen, bedroeg honderd zes en tachtig duizend vierhonderd man. Zij trokken het eerst op.
9Summa všech sečtených u vojště Judově sto osmdesáte šest tisíců a čtyři sta, po houfích jejich. Ti napřed potáhnou.
10De banier van het leger van Ruben, naar zijn afdelingen ingedeeld, werd in het zuiden geplant; de aanvoerder der Rubenieten was Elisoer, de zoon van Sjedeoer,
10Korouhev vojska Rubenova klásti se bude ku poledni po houfích svých, a kníže synů Ruben Elisur, syn Sedeurův,
11en zijn afdeling telde zes en veertig duizend vijfhonderd man.
11A u vojště jeho lidu sečteného čtyřidceti šest tisíců a pět set.
12Daarnaast legerde zich de stam van Simeon; de aanvoerder der Simeonieten was Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai,
12Podlé něho pak položí se pokolení Simeonovo, a kníže synů Simeon Salamiel, syn Surisaddai,
13en zijn afdeling telde negen en vijftig duizend drie honderd man.
13A u vojště jeho lidu sečteného padesáte devět tisíců a tři sta.
14Bovendien de stam van Gad; de aanvoerder der Gadieten was Eljasaf, de zoon van Deoeël;
14Potom pokolení Gád, a kníže synů Gád Eliazaf, syn Ruelův,
15en zijn afdeling telde vijf en veertig duizend zeshonderd vijftig man.
15A u vojště jeho lidu sečteného čtyřidceti pět tisíců, šest set a padesáte.
16Het hele aantal manschappen van het leger van Ruben, ingedeeld naar hun afdelingen, bedroeg honderd een en vijftig duizend vierhonderd vijftig man. Zij trokken het tweede op.
16Summa všech sečtených u vojště Rubenově sto padesáte a jeden tisíců, čtyři sta a padesáte, po houfích svých. A ti za prvními potáhnou.
17Dan trok de openbaringstent op met het leger der Levieten, dat zich in het midden der andere legers bevond; zoals ze gelegerd waren, trokken ze op: ieder op zijn plaats en onder zijn eigen banier.
17Potom půjde stánek úmluvy s vojskem Levítů u prostřed všeho vojska. Jakýmž pořádkem klásti se budou, takovým potáhnou, každý v svém šiku pod korouhví svou.
18De banier van het leger van Efraïm, naar zijn afdelingen ingedeeld, werd in het westen geplant; de aanvoerder der Efraïmieten was Elisjama, de zoon van Ammihoed,
18Korouhev vojska Efraimova po houfích svých bude k západu, a kníže synů Efraimových Elisama, syn Amiudův,
19en zijn afdeling telde veertig duizend vijfhonderd man.
19A u vojště jeho lidu sečteného čtyřidceti tisíc a pět set.
20Daarnaast legerde zich de stam van Manasse; de aanvoerder der Manassieten was Gamliël, de zoon van Pedasoer,
20Podlé něho pak položí se pokolení Manassesovo, a kníže synů Manassesových Gamaliel, syn Fadasurův,
21en zijn afdeling telde twee en dertig duizend tweehonderd man.
21A u vojště jeho lidu sečteného třidceti dva tisíce a dvě stě.
22Bovendien de stam van Benjamin; de aanvoerder der Benjamieten was Abidan, de zoon van Gidoni,
22Potom položí se pokolení Beniaminovo, a kníže synů Beniamin Abidan, syn Gedeonův,
23en zijn afdeling telde vijf en dertig duizend vierhonderd man.
23A u vojště jeho lidu sečteného třidceti pět tisíců a čtyři sta.
24Het hele aantal manschappen van het leger van Efraïm, ingedeeld naar hun afdelingen, bedroeg honderd acht duizend en honderd man. Zij trokken het derde op.
24Summa všech sečtených u vojště Efraimově sto osm tisíců a sto osob, po houfích jejich. A tito za druhými potáhnou.
25De banier van het leger van Dan, naar zijn legerafdelingen ingedeeld, werd aan de noordzijde geplant; de aanvoerder der Danieten was Achiézer, de zoon van Ammisjaddai,
25Korouhev vojska Dan bude k straně půlnoční, po houfích svých, a kníže synů Dan Ahiezer, syn Amisaddai,
26en zijn afdeling telde twee en zestig duizend zeven honderd man.
26A u vojště jeho lidu sečteného šedesáte dva tisíce a sedm set.
27Daarnaast legerde zich de stam van Aser; de aanvoerder der Aserieten was Pagiël, de zoon van Okran,
27Podlé něho položí se pokolení Asser, a kniže Asser Fegiel, syn Ochranův,
28en zijn afdeling telde een en veertig duizend vijfhonderd man.
28A u vojště jeho lidu sečteného čtyřidceti jeden tisíc a pět set.
29Bovendien de stam van Neftali; de aanvoerder der Neftalieten was Achira, de zoon van Enan,
29Za nimi pokolení Neftalímovo, a kníže synů Neftalímových Ahira, syn Enanův,
30en zijn afdeling telde drie en vijftig duizend vierhonderd man.
30A u vojště jeho lidu sečteného padesáte tři tisíce a čtyři sta.
31Het hele aantal manschappen van het leger van Dan bedroeg honderd zeven en vijftig duizend zeshonderd man. Zij trokken met hun banieren het laatste op.
31Summa všech sečtených u vojště Dan sto padesáte sedm tisíců a šest set. Oni nazad potáhnou při praporcích svých.
32Dit waren de gemonsterden van de Israëlieten naar hun families. Het volledig aantal manschappen van de legers, ingedeeld naar hun afdelingen, bedroeg zeshonderd drieduizend vijfhonderd vijftig man.
32Ta jest summa synů Izraelských po domích otců jejich, všech sečtených v celém vojště po houfích jejich, šestkrát sto tisíců, tři tisíce, pět set a padesáte.
33Maar de Levieten werden niet met de andere Israëlieten op de lijst geplaatst, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
33Levítové pak nejsou počítáni mezi syny Izraelské, jakož přikázal Hospodin Mojžíšovi.
34De kinderen Israëls brachten dus alles ten uitvoer, wat Jahweh Moses bevolen had; zij legerden zich onder hun banieren, en trokken op met hun eigen geslachten en bij hun eigen families.
34I učinili synové Izraelští všecko; jakž přikázal Hospodin Mojžíšovi, tak rozbijeli stany při korouhvech svých, a tak táhli jeden každý po čeledech svých a po domích otců svých.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.