Numeri 30
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kralice Bible (1613)
1Moses sprak tot de stamhoofden der Israëlieten: Jahweh heeft het volgende bevolen:
1I oznámil Mojžíš synům Izraelským všecky ty věci, kteréž přikázal jemu Hospodin.
2Wanneer men een gelofte aan Jahweh doet, of zich onder ede verplicht, zich van iets te onthouden, dan mag men zijn woord niet breken, maar moet alles volbrengen wat men beloofd heeft.
2Mluvil také Mojžíš knížatům pokolení synů Izraelských, řka: Totoť jest, což přikázal Hospodin:
3Wanneer een vrouw die als jong meisje nog in het huis van haar vader woont, een gelofte aan Jahweh doet, of een verplichting op zich neemt, zich van iets te onthouden,
3Jestliže by muž slib aneb přísahu učinil Hospodinu, závazkem zavazuje duši svou, nezruší slova svého; podlé všeho, což vyšlo z úst jeho, učiní.
4en haar vader hoort haar gelofte of dergelijke verplichting, die zij op zich neemt, en hij doet er het zwijgen toe, dan zijn al haar geloften en al zulke verplichtingen, die zij op zich heeft genomen, van kracht.
4Když by pak osoba ženského pohlaví učinila slib Hospodinu, a závazkem zavázala se v domě otce svého v mladosti své,
5Maar wanneer haar vader, als hij het hoort, er zich tegen verzet, dan is geen van haar geloften en geen van zulke verplichtingen, die zij op zich heeft genomen, van kracht, en Jahweh scheldt ze haar kwijt, omdat haar vader er zich tegen verzet heeft.
5A slyše otec její slib a závazek její, jímž zavázala duši svou, mlčel by k tomu: tedy stálí budou všickni slibové její, i každý závazek, jímž zavázala se, stálý bude.
6Wanneer zij trouwt, terwijl zij door haar gelofte is gebonden, of door een ondoordacht woord een verplichting op zich heeft genomen, om zich van iets te onthouden,
6Jestliže by pak to zrušil otec její toho dne, když slyšel všecky ty sliby a závazky její, jimiž zavázala duši svou, nebudouť stálí; a Hospodin odpustí jí, nebo otec její to zrušil.
7en haar man hoort het, maar doet er het zwijgen toe, als hij het hoort, dan blijven haar geloften en dergelijke verplichtingen, die zij op zich genomen heeft, van kracht.
7Pakli by vdaná byla za muže, a měla by slib na sobě, aneb pronesla by ústy svými něco, čímž by se zavázala,
8Maar wanneer haar man, als hij het hoort, er zich tegen verzet, dan maakt hij haar gelofte, die op haar rust, en die onbezonnen verplichting, die ze heeft aangegaan, ongeldig, en Jahweh scheldt ze haar kwijt.
8A slyše muž její, nic by jí neřekl toho dne, kteréhož slyšel: stálí budou slibové její, i závazkové, jimiž zavázala duši svou, stálí budou.
9De gelofte van een weduwe of van een verstoten vrouw, en iedere verplichting, die zij op zich nemen, om zich van iets te onthouden, blijven voor haar van kracht.
9Jestliže by pak muž její toho dne, jakž uslyšel, odepřel tomu, a zrušil slib, kterýž na sobě měla, aneb něco rty svými pronesla, čímž by se zavázala, také odpustí jí Hospodin.
10Wanneer zij in het huis van haar man een gelofte doet of onder ede een verplichting op zich heeft genomen om zich van iets te onthouden,
10Všeliký pak slib vdovy aneb ženy zahnané, jímž by se zavázala, stálý bude.
11en haar man hoort het, maar doet er het zwijgen toe en verzet er zich niet tegen, dan zijn al haar geloften en al zulke verplichtingen, die zij op zich heeft genomen, van kracht.
11Ale jestliže v domě muže svého slíbila, a závazkem zavázala se s přísahou,
12Maar verklaart haar man, als hij het hoort, ze voor ongeldig, dan is niets, wat zij als gelofte of als dergelijke verplichting heeft aangegaan, van kracht; haar man heeft ze ongeldig gemaakt, en ook Jahweh scheldt ze haar kwijt.
12A slyše to muž její, mlčel k tomu a neodepřel: tedy stálí budou všickni slibové její, a všickni závazkové, jimiž se zavázala, stálí budou.
13Elke gelofte dus en elke eed, waardoor ze zich verplicht, zich van iets te onthouden, kan haar man geldig of ongeldig maken.
13Pakli docela odepřel muž její toho dne, jakž uslyšel, všeliký slib, kterýž vyšel z úst jejích, a závazek, jímž zavázala se, nebude stálý; muž její zrušil to, a Hospodin jí odpustí.
14Zo haar man tegenover haar van de ene dag tot de andere blijft zwijgen, dan erkent hij al haar geloften en al dergelijke verplichtingen, die zij op zich heeft genomen, als geldig; hij heeft ze bekrachtigd, door te blijven zwijgen, toen hij ze vernam.
14Všelikého slibu a každého závazku s přísahou učiněného o trápení života jejího, muž její potvrdí jeho, a muž její zruší jej.
15Verklaart hij ze echter eerst ongeldig, lang nadat hij er van heeft gehoord, dan maakt hij zich aan zonde schuldig.
15Pakli by muž její den po dni mlčel, tedy potvrdí všech slibů jejích, a všech závazků jejích, kteréž na sobě má; potvrdilť jest jich, nebo neodepřel jí v den ten, když to uslyšel.
16Dit zijn de voorschriften, die Jahweh Moses gegeven heeft over de verhouding van den man tot zijn vrouw, en van den vader tot zijn dochter, die als jong meisje nog in het huis van haar vader woont.
16Jestliže by pak slyše, potom teprv zrušiti to chtěl, tedy on ponese nepravost její.
no verse 17 in this text
17Ta jsou ustanovení, kteráž přikázal Hospodin Mojžíšovi, mezi mužem a ženou jeho, mezi otcem a dcerou jeho v mladosti její, dokudž jest v domě otce svého.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.