Numeri 30
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
World English Bible
1Moses sprak tot de stamhoofden der Israëlieten: Jahweh heeft het volgende bevolen:
1Moses spoke to the heads of the tribes of the children of Israel, saying, “This is the thing which the LORD has commanded.
2Wanneer men een gelofte aan Jahweh doet, of zich onder ede verplicht, zich van iets te onthouden, dan mag men zijn woord niet breken, maar moet alles volbrengen wat men beloofd heeft.
2When a man vows a vow to the LORD, or swears an oath to bind his soul with a bond, he shall not break his word. He shall do according to all that proceeds out of his mouth.
3Wanneer een vrouw die als jong meisje nog in het huis van haar vader woont, een gelofte aan Jahweh doet, of een verplichting op zich neemt, zich van iets te onthouden,
3“Also, when a woman vows a vow to the LORD and binds herself by a pledge, being in her father’s house, in her youth,
4en haar vader hoort haar gelofte of dergelijke verplichting, die zij op zich neemt, en hij doet er het zwijgen toe, dan zijn al haar geloften en al zulke verplichtingen, die zij op zich heeft genomen, van kracht.
4and her father hears her vow and her pledge with which she has bound her soul, and her father says nothing to her, then all her vows shall stand, and every pledge with which she has bound her soul shall stand.
5Maar wanneer haar vader, als hij het hoort, er zich tegen verzet, dan is geen van haar geloften en geen van zulke verplichtingen, die zij op zich heeft genomen, van kracht, en Jahweh scheldt ze haar kwijt, omdat haar vader er zich tegen verzet heeft.
5But if her father forbids her in the day that he hears, none of her vows or of her pledges with which she has bound her soul, shall stand. The LORD will forgive her, because her father has forbidden her.
6Wanneer zij trouwt, terwijl zij door haar gelofte is gebonden, of door een ondoordacht woord een verplichting op zich heeft genomen, om zich van iets te onthouden,
6“If she has a husband, while her vows are on her, or the rash utterance of her lips with which she has bound her soul,
7en haar man hoort het, maar doet er het zwijgen toe, als hij het hoort, dan blijven haar geloften en dergelijke verplichtingen, die zij op zich genomen heeft, van kracht.
7and her husband hears it, and says nothing to her in the day that he hears it; then her vows shall stand, and her pledges with which she has bound her soul shall stand.
8Maar wanneer haar man, als hij het hoort, er zich tegen verzet, dan maakt hij haar gelofte, die op haar rust, en die onbezonnen verplichting, die ze heeft aangegaan, ongeldig, en Jahweh scheldt ze haar kwijt.
8But if her husband forbids her in the day that he hears it, then he makes void her vow which is on her and the rash utterance of her lips, with which she has bound her soul. The LORD will forgive her.
9De gelofte van een weduwe of van een verstoten vrouw, en iedere verplichting, die zij op zich nemen, om zich van iets te onthouden, blijven voor haar van kracht.
9“But the vow of a widow, or of her who is divorced, everything with which she has bound her soul shall stand against her.
10Wanneer zij in het huis van haar man een gelofte doet of onder ede een verplichting op zich heeft genomen om zich van iets te onthouden,
10“If she vowed in her husband’s house or bound her soul by a bond with an oath,
11en haar man hoort het, maar doet er het zwijgen toe en verzet er zich niet tegen, dan zijn al haar geloften en al zulke verplichtingen, die zij op zich heeft genomen, van kracht.
11and her husband heard it, and held his peace at her and didn’t disallow her, then all her vows shall stand, and every pledge with which she bound her soul shall stand.
12Maar verklaart haar man, als hij het hoort, ze voor ongeldig, dan is niets, wat zij als gelofte of als dergelijke verplichting heeft aangegaan, van kracht; haar man heeft ze ongeldig gemaakt, en ook Jahweh scheldt ze haar kwijt.
12But if her husband made them null and void in the day that he heard them, then whatever proceeded out of her lips concerning her vows, or concerning the bond of her soul, shall not stand. Her husband has made them void. The LORD will forgive her.
13Elke gelofte dus en elke eed, waardoor ze zich verplicht, zich van iets te onthouden, kan haar man geldig of ongeldig maken.
13Every vow, and every binding oath to afflict the soul, her husband may establish it, or her husband may make it void.
14Zo haar man tegenover haar van de ene dag tot de andere blijft zwijgen, dan erkent hij al haar geloften en al dergelijke verplichtingen, die zij op zich heeft genomen, als geldig; hij heeft ze bekrachtigd, door te blijven zwijgen, toen hij ze vernam.
14But if her husband says nothing to her from day to day, then he establishes all her vows or all her pledges which are on her. He has established them, because he said nothing to her in the day that he heard them.
15Verklaart hij ze echter eerst ongeldig, lang nadat hij er van heeft gehoord, dan maakt hij zich aan zonde schuldig.
15But if he makes them null and void after he has heard them, then he shall bear her iniquity.”
16Dit zijn de voorschriften, die Jahweh Moses gegeven heeft over de verhouding van den man tot zijn vrouw, en van den vader tot zijn dochter, die als jong meisje nog in het huis van haar vader woont.
16These are the statutes which the LORD commanded Moses, between a man and his wife, between a father and his daughter, being in her youth, in her father’s house.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.