Numeri 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
1וידבר יהוה אל משה ואל אהרן לאמר׃
2De Israëlieten moeten zich onder hun eigen banier en bij de veldtekens van hun familie scharen, en zich op enige afstand rond de openbaringstent legeren.
2איש על דגלו באתת לבית אבתם יחנו בני ישראל מנגד סביב לאהל מועד יחנו׃
3Zo werd aan de oostkant, waar de zon opkomt, de banier geplant van het leger van Juda, naar zijn afdelingen ingedeeld; de aanvoerder der Judeërs was Naässon, de zoon van Amminadab,
3והחנים קדמה מזרחה דגל מחנה יהודה לצבאתם ונשיא לבני יהודה נחשון בן עמינדב׃
4en zijn afdeling telde vier en zeventig duizend zeshonderd man.
4וצבאו ופקדיהם ארבעה ושבעים אלף ושש מאות׃
5Daarnaast legerde zich de stam van Issakar; de aanvoerder der Issakarieten was Netanel, de zoon van Soear,
5והחנים עליו מטה יששכר ונשיא לבני יששכר נתנאל בן צוער׃
6en zijn afdeling telde vier en vijftig duizend vierhonderd man.
6וצבאו ופקדיו ארבעה וחמשים אלף וארבע מאות׃
7Bovendien de stam van Zabulon; de aanvoerder der Zabulonieten was Eliab, de zoon van Chelon,
7מטה זבולן ונשיא לבני זבולן אליאב בן חלן׃
8en zijn afdeling telde zeven en vijftig duizend vierhonderd man.
8וצבאו ופקדיו שבעה וחמשים אלף וארבע מאות׃
9Het hele aantal manschappen van het leger van Juda, ingedeeld naar hun afdelingen, bedroeg honderd zes en tachtig duizend vierhonderd man. Zij trokken het eerst op.
9כל הפקדים למחנה יהודה מאת אלף ושמנים אלף וששת אלפים וארבע מאות לצבאתם ראשנה יסעו׃
10De banier van het leger van Ruben, naar zijn afdelingen ingedeeld, werd in het zuiden geplant; de aanvoerder der Rubenieten was Elisoer, de zoon van Sjedeoer,
10דגל מחנה ראובן תימנה לצבאתם ונשיא לבני ראובן אליצור בן שדיאור׃
11en zijn afdeling telde zes en veertig duizend vijfhonderd man.
11וצבאו ופקדיו ששה וארבעים אלף וחמש מאות׃
12Daarnaast legerde zich de stam van Simeon; de aanvoerder der Simeonieten was Sjeloemiël, de zoon van Soerisjaddai,
12והחונם עליו מטה שמעון ונשיא לבני שמעון שלמיאל בן צורי שדי׃
13en zijn afdeling telde negen en vijftig duizend drie honderd man.
13וצבאו ופקדיהם תשעה וחמשים אלף ושלש מאות׃
14Bovendien de stam van Gad; de aanvoerder der Gadieten was Eljasaf, de zoon van Deoeël;
14ומטה גד ונשיא לבני גד אליסף בן דעואל׃
15en zijn afdeling telde vijf en veertig duizend zeshonderd vijftig man.
15וצבאו ופקדיהם חמשה וארבעים אלף ושש מאות וחמשים׃
16Het hele aantal manschappen van het leger van Ruben, ingedeeld naar hun afdelingen, bedroeg honderd een en vijftig duizend vierhonderd vijftig man. Zij trokken het tweede op.
16כל הפקדים למחנה ראובן מאת אלף ואחד וחמשים אלף וארבע מאות וחמשים לצבאתם ושנים יסעו׃
17Dan trok de openbaringstent op met het leger der Levieten, dat zich in het midden der andere legers bevond; zoals ze gelegerd waren, trokken ze op: ieder op zijn plaats en onder zijn eigen banier.
17ונסע אהל מועד מחנה הלוים בתוך המחנת כאשר יחנו כן יסעו איש על ידו לדגליהם׃
18De banier van het leger van Efraïm, naar zijn afdelingen ingedeeld, werd in het westen geplant; de aanvoerder der Efraïmieten was Elisjama, de zoon van Ammihoed,
18דגל מחנה אפרים לצבאתם ימה ונשיא לבני אפרים אלישמע בן עמיהוד׃
19en zijn afdeling telde veertig duizend vijfhonderd man.
19וצבאו ופקדיהם ארבעים אלף וחמש מאות׃
20Daarnaast legerde zich de stam van Manasse; de aanvoerder der Manassieten was Gamliël, de zoon van Pedasoer,
20ועליו מטה מנשה ונשיא לבני מנשה גמליאל בן פדהצור׃
21en zijn afdeling telde twee en dertig duizend tweehonderd man.
21וצבאו ופקדיהם שנים ושלשים אלף ומאתים׃
22Bovendien de stam van Benjamin; de aanvoerder der Benjamieten was Abidan, de zoon van Gidoni,
22ומטה בנימן ונשיא לבני בנימן אבידן בן גדעני׃
23en zijn afdeling telde vijf en dertig duizend vierhonderd man.
23וצבאו ופקדיהם חמשה ושלשים אלף וארבע מאות׃
24Het hele aantal manschappen van het leger van Efraïm, ingedeeld naar hun afdelingen, bedroeg honderd acht duizend en honderd man. Zij trokken het derde op.
24כל הפקדים למחנה אפרים מאת אלף ושמנת אלפים ומאה לצבאתם ושלשים יסעו׃
25De banier van het leger van Dan, naar zijn legerafdelingen ingedeeld, werd aan de noordzijde geplant; de aanvoerder der Danieten was Achiézer, de zoon van Ammisjaddai,
25דגל מחנה דן צפנה לצבאתם ונשיא לבני דן אחיעזר בן עמישדי׃
26en zijn afdeling telde twee en zestig duizend zeven honderd man.
26וצבאו ופקדיהם שנים וששים אלף ושבע מאות׃
27Daarnaast legerde zich de stam van Aser; de aanvoerder der Aserieten was Pagiël, de zoon van Okran,
27והחנים עליו מטה אשר ונשיא לבני אשר פגעיאל בן עכרן׃
28en zijn afdeling telde een en veertig duizend vijfhonderd man.
28וצבאו ופקדיהם אחד וארבעים אלף וחמש מאות׃
29Bovendien de stam van Neftali; de aanvoerder der Neftalieten was Achira, de zoon van Enan,
29ומטה נפתלי ונשיא לבני נפתלי אחירע בן עינן׃
30en zijn afdeling telde drie en vijftig duizend vierhonderd man.
30וצבאו ופקדיהם שלשה וחמשים אלף וארבע מאות׃
31Het hele aantal manschappen van het leger van Dan bedroeg honderd zeven en vijftig duizend zeshonderd man. Zij trokken met hun banieren het laatste op.
31כל הפקדים למחנה דן מאת אלף ושבעה וחמשים אלף ושש מאות לאחרנה יסעו לדגליהם׃
32Dit waren de gemonsterden van de Israëlieten naar hun families. Het volledig aantal manschappen van de legers, ingedeeld naar hun afdelingen, bedroeg zeshonderd drieduizend vijfhonderd vijftig man.
32אלה פקודי בני ישראל לבית אבתם כל פקודי המחנת לצבאתם שש מאות אלף ושלשת אלפים וחמש מאות וחמשים׃
33Maar de Levieten werden niet met de andere Israëlieten op de lijst geplaatst, zoals Jahweh het Moses bevolen had.
33והלוים לא התפקדו בתוך בני ישראל כאשר צוה יהוה את משה׃
34De kinderen Israëls brachten dus alles ten uitvoer, wat Jahweh Moses bevolen had; zij legerden zich onder hun banieren, en trokken op met hun eigen geslachten en bij hun eigen families.
34ויעשו בני ישראל ככל אשר צוה יהוה את משה כן חנו לדגליהם וכן נסעו איש למשפחתיו על בית אבתיו׃
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.