Numeri
Chapter 8
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Modern Hebrew Bible
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Jahweh sprak tot Moses:
1וידבר יהוה אל משה לאמר׃
2Beveel Aäron en zeg hem:Wanneer ge de lampen opstelt, moeten de zeven lampen naar de voorzijde van de kandelaar haar licht verspreiden.
2דבר אל אהרן ואמרת אליו בהעלתך את הנרת אל מול פני המנורה יאירו שבעת הנרות׃
3Aäron deed het, en plaatste de lampen zo, dat ze naar de voorkant van de kandelaar waren gekeerd, zoals Jahweh het bevolen had.
3ויעש כן אהרן אל מול פני המנורה העלה נרתיה כאשר צוה יהוה את משה׃
4De kandelaar was uit goud gedreven, zowel zijn schacht als zijn bloesems waren drijfwerk. Naar het model door Jahweh aan Moses getoond, had hij de kandelaar gemaakt.
4וזה מעשה המנרה מקשה זהב עד ירכה עד פרחה מקשה הוא כמראה אשר הראה יהוה את משה כן עשה את המנרה׃
5Jahweh sprak tot Moses:
5וידבר יהוה אל משה לאמר׃
6Zonder de levieten van de Israëlieten af en reinig ze.
6קח את הלוים מתוך בני ישראל וטהרת אתם׃
7Zo zult ge doen, om hen te reinigen: Ge moet ze met reinigingswater besprenkelen, ze moeten hun hele lichaam scheren en hun kleren wassen; dan zijn ze rein.
7וכה תעשה להם לטהרם הזה עליהם מי חטאת והעבירו תער על כל בשרם וכבסו בגדיהם והטהרו׃
8Dan moeten ze een jongen stier gaan halen, en meelbloem, met olie aangemaakt, als het spijsoffer, dat daarbij hoort, terwijl gij een anderen jongen stier voor het zondeoffer moet nemen.
8ולקחו פר בן בקר ומנחתו סלת בלולה בשמן ופר שני בן בקר תקח לחטאת׃
9Vervolgens moet ge de levieten voor de openbaringstent doen treden, en heel de gemeenschap der Israëlieten verzamelen.
9והקרבת את הלוים לפני אהל מועד והקהלת את כל עדת בני ישראל׃
10Doe de levieten dan voor het aanschijn van Jahweh treden, en laten de kinderen Israëls hun de handen opleggen.
10והקרבת את הלוים לפני יהוה וסמכו בני ישראל את ידיהם על הלוים׃
11Dan moet Aäron de levieten als een strekoffer van Israëls kinderen Jahweh aanbieden. Zo zullen zij voor de dienst van Jahweh worden bestemd.
11והניף אהרן את הלוים תנופה לפני יהוה מאת בני ישראל והיו לעבד את עבדת יהוה׃
12Daarna moeten de levieten hun handen op de kop der jonge stieren leggen, en den een moet ge als zondeoffer, den ander als brandoffer aan Jahweh opdragen, om verzoening te verkrijgen voor de levieten.
12והלוים יסמכו את ידיהם על ראש הפרים ועשה את האחד חטאת ואת האחד עלה ליהוה לכפר על הלוים׃
13Ten slotte moet ge de levieten voor Aäron en zijn zonen plaatsen, en hen als een strekoffer Jahweh aanbieden.
13והעמדת את הלוים לפני אהרן ולפני בניו והנפת אתם תנופה ליהוה׃
14Zo moet ge de levieten van de Israëlieten afzonderen en zullen ze Mij toebehoren!
14והבדלת את הלוים מתוך בני ישראל והיו לי הלוים׃
15En nadat ge ze zo hebt gereinigd en als een strekoffer hebt aangeboden, mogen de levieten hun dienst bij de openbaringstent beginnen.
15ואחרי כן יבאו הלוים לעבד את אהל מועד וטהרת אתם והנפת אתם תנופה׃
16Want ze zijn uit de Israëlieten genomen, en te mijner beschikking gehouden; in plaats van wat de moederschoot opent, in plaats van alle eerstgeborenen van Israëls kinderen heb Ik ze voor Mijzelf behouden.
16כי נתנים נתנים המה לי מתוך בני ישראל תחת פטרת כל רחם בכור כל מבני ישראל לקחתי אתם לי׃
17Want Mij behoren alle eerstgeborenen van Israëls kinderen, mens en dier; op de dag, dat Ik alle eerstgeborenen sloeg in Egypte, heb Ik ze Mij toegewijd.
17כי לי כל בכור בבני ישראל באדם ובבהמה ביום הכתי כל בכור בארץ מצרים הקדשתי אתם לי׃
18Maar Ik neem de levieten in plaats van alle eerstgeborenen van Israëls kinderen,
18ואקח את הלוים תחת כל בכור בבני ישראל׃
19en Ik neem ze uit de Israëlieten en stel ze ter beschikking van Aäron en zijn zonen, om voor de Israëlieten de dienst in de openbaringstent te verrichten, om verzoening te verkrijgen voor de Israëlieten, en om de kinderen Israëls voor onheil te behoeden, als zij tot het heiligdom zouden naderen.
19ואתנה את הלוים נתנים לאהרן ולבניו מתוך בני ישראל לעבד את עבדת בני ישראל באהל מועד ולכפר על בני ישראל ולא יהיה בבני ישראל נגף בגשת בני ישראל אל הקדש׃
20Moses, Aäron en heel de gemeenschap der Israëlieten deden dus met de levieten, zoals Jahweh Moses omtrent de levieten bevolen had.
20ויעש משה ואהרן וכל עדת בני ישראל ללוים ככל אשר צוה יהוה את משה ללוים כן עשו להם בני ישראל׃
21De levieten reinigden zich van zonde, en wasten hun kleren; en Aäron bood ze Jahweh als strekoffer aan, verkreeg verzoening voor hen en reinigde hen.
21ויתחטאו הלוים ויכבסו בגדיהם וינף אהרן אתם תנופה לפני יהוה ויכפר עליהם אהרן לטהרם׃
22Daarna begonnen de levieten hun dienst bij de openbaringstent onder toezicht van Aäron en zijn zonen. Wat Jahweh omtrent de levieten aan Moses bevolen had, bracht men nauwkeurig ten uitvoer.
22ואחרי כן באו הלוים לעבד את עבדתם באהל מועד לפני אהרן ולפני בניו כאשר צוה יהוה את משה על הלוים כן עשו להם׃
23Jahweh sprak tot Moses:
23וידבר יהוה אל משה לאמר׃
24Dit is de wet voor de levieten: Van vijf en twintig jaar af is hij verplicht dienst te verrichten bij de openbaringstent.
24זאת אשר ללוים מבן חמש ועשרים שנה ומעלה יבוא לצבא צבא בעבדת אהל מועד׃
25Na zijn vijftigste jaar is hij van zijn verplichting ontslagen, en behoeft geen dienst meer te doen.
25ומבן חמשים שנה ישוב מצבא העבדה ולא יעבד עוד׃
26Hij mag zijn broeders wel behulpzaam zijn bij de openbaringstent in het uitoefenen van hun ambtsplichten, maar eigenlijk werk behoeft hij niet meer te doen. Deze beschikking zult ge maken omtrent de ambtsplichten der levieten.
26ושרת את אחיו באהל מועד לשמר משמרת ועבדה לא יעבד ככה תעשה ללוים במשמרתם׃

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.