Numeri
Chapter 13
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Daar sprak Jahweh tot Moses:
1После сего народ двинулся из Асирофа, и остановился в пустыне Фаран.
2Zend mannen uit, om het land Kanaän te verkennen, dat Ik aan Israëls kinderen zal geven; uit iedere vaderstam moet ge één man zenden en allen moeten het aanvoerders zijn.
2И сказал Господь Моисею, говоря:
3Moses zond hen dus op Jahweh’s bevel uit de woestijn Paran op weg. Al die mannen waren hoofden van de Israëlieten,
3пошли от себя людей, чтобы они высмотрели землю Ханаанскую, которую Я даю сынам Израилевым; по одному человеку от колена отцов их пошлите, главных из них.
4en dit zijn hun namen: Uit de stam Ruben Sjammóea, de zoon van Zakkoer;
4И послал их Моисей из пустыни Фаран, по повелению Господню, и все они мужи главные у сынов Израилевых.
5uit de stam Simeon Sjafat, de zoon van Chori;
5Вот имена их: из колена Рувимова Саммуа, сын Закхуров,
6uit de stam Juda Kaleb, de zoon van Jefoenne;
6из колена Симеонова Сафат, сын Хориев,
7uit de stam Issakar Jigal, de zoon van Josef;
7из колена Иудина Халев, сын Иефонниин,
8uit de stam Efraïm Hosjéa, de zoon van Noen;
8из колена Иссахарова Игал, сын Иосифов,
9uit de stam Benjamin Palti, de zoon van Rafoe;
9из колена Ефремова Осия, сын Навин,
10uit de stam Zabulon Gaddiël, de zoon van Sodi;
10из колена Вениаминова Фалтий, сын Рафуев,
11uit de stam Josef en wel uit de stam Manasse Gaddi, de zoon van Soesi;
11из колена Завулонова Гаддиил, сын Содиев,
12uit de stam Dan Ammiël, de zoon van Gemalli;
12из колена Иосифова от Манассии Гаддий, сын Сусиев,
13uit de stam Aser Setoer, de zoon van Mikaël;
13из колена Данова Аммиил, сын Гемаллиев,
14uit de stam Neftali Nachbi, de zoon van Wofsi;
14из колена Асирова Сефур, сын Михаилев,
15uit de stam Gad Geoeël, de zoon van Maki.
15из колена Неффалимова Нахбий, сын Вофсиев,
16Dit waren de namen der mannen, die Moses uitzond, om het land te verkennen; maar Moses noemde Hosjéa, den zoon van Noen, Josuë.
16из колена Гадова Геуил, сын Махиев.
17Moses zond ze dus uit, om het land Kanaän te verkennen, en zei hun: Trekt hier de Négeb in, en bestijgt het bergland.
17Вот имена мужей, которых посылал Моисей высмотреть землю. И назвал Моисей Осию, сына Навина, Иисусом.
18Ziet, hoe het met het land is gesteld; of het volk, dat er woont, sterk is of zwak, gering of talrijk;
18И послал их Моисей из пустыни Фаран высмотреть землю Ханаанскую и сказал им: пойдите в эту южную страну, и взойдите на гору,
19of het land, waarin het woont, vruchtbaar of dor is: of de steden, die het bewoont, open zijn of versterkt;
19и осмотрите землю, какова она, и народ живущий на ней, силен ли он или слаб, малочислен ли он или многочислен?
20of de bodem vet is of schraal; of er bomen zijn of niet; toont, dat ge moed hebt. Brengt ook wat vruchten van het land mee; het was toen juist de tijd der eerste druiven.
20и какова земля, на которой он живет, хороша ли она или худа? и каковы города, в которых он живет, в шатрах ли он живет или в укреплениях?
21Zij trokken dan uit, om het land te verkennen van de woestijn Sin tot aan Rechob bij Chamat.
21и какова земля, тучна ли она или тоща? есть ли на ней дерева или нет? будьте смелы, и возьмите от плодов земли. Было же это ко времени созревания винограда.
22Zij trokken de Négeb in, en bereikten Hebron, waar de Anakskinderen Achiman, Sjesjai en Talmai woonden; Hebron was zeven jaar eerder gebouwd dan het egyptische Sóan.
22Они пошли и высмотрели землю от пустыни Син даже до Рехова, близ Емафа;
23Zij drongen tot aan de vallei Esjkol door, waar zij een wijnrank met een druiventros afsneden, die zij met hun tweeën aan een stok moesten dragen; bovendien nog wat granaatappels en vijgen.
23и пошли в южную страну, и дошли до Хеврона, где жили Ахиман, Сесай и Фалмай, дети Енаковы: Хеврон же построен был семью годами прежде Цоана, города Египетского;
24Men noemt die plaats Esjkol-vallei om de druiventros, die de Israëlieten daar hadden afgesneden.
24и пришли к долине Есхол, и осмотрели ее, и срезали там виноградную ветвь с одною кистью ягод, и понесли ее на шесте двое; взяли также гранатовых яблок и смокв;
25Na het land te hebben verkend, keerden zij veertig dagen later terug,
25место сие назвали долиною Есхол, по причине виноградной кисти, которую срезали там сыны Израилевы.
26en gingen naar Moses en Aäron en heel de gemeenschap der Israëlieten in de woestijn Paran te Kadesj, waar zij hun en heel de gemeenschap verslag uitbrachten, en hun de vruchten van het land lieten zien.
26И, высмотрев землю, возвратились они через сорок дней.
27Zij vertelden hem: Wij zijn dan in het land geweest, waar gij ons hebt heengezonden, en het druipt werkelijk van melk en honing; hier hebt ge zijn vruchten.
27И пошли и пришли к Моисею и Аарону и ко всему обществу сынов Израилевых в пустыню Фаран, в Кадес, и принесли им и всему обществу ответ, и показали им плоды земли;
28Maar het volk, dat het land bewoont, is sterk en de steden zijn ontoegankelijk en zeer groot; bovendien hebben wij daar de Anakskinderen gezien.
28и рассказывали ему и говорили: мы ходили в землю, в которую ты посылал нас; в ней подлинно течет молоко и мед, и вот плоды ее;
29De Amalekieten wonen in de Négeb; de Chittieten, Jeboesieten en Amorieten in de bergen: en de Kanaänieten langs de zee en langs de oever van de Jordaan.
29но народ, живущий на земле той, силен, и города укрепленные, весьма большие, и сынов Енаковых мы видели там;
30Kaleb trachtte nog het volk, dat om Moses stond, gerust te stellen, en sprak: Laat ons zo gauw mogelijk optrekken, en het veroveren; want we kunnen het gemakkelijk aan!
30Амалик живет на южной части земли, Хеттеи, Евеи, Иевусеи и Аморреи живут на горе, Хананеи же живут при море и на берегу Иордана.
31Maar de mannen, die met hem waren opgetrokken, beweerden: We kunnen niet oprukken tegen dat volk; want het is sterker dan wij.
31Но Халев успокаивал народ пред Моисеем, говоря: пойдем и завладеем ею, потому что мы можем одолеть ее.
32En nu begonnen ze onder de Israëlieten allerlei praatjes te vertellen over het land, dat zij hadden verkend, en zeiden: Het land, dat we hebben doorkruist, om het te verkennen, verslindt zijn bewoners, en al het volk, dat we daar hebben gezien, is vreselijk groot.
32А те, которые ходили с ним, говорили: не можем мы идти против народа сего, ибо он сильнее нас.
33We hebben daar zelfs reuzen gezien, bij wie wij wel sprinkhanen leken, zowel in onze eigen ogen als in die van hen.
33И распускали худую молву о земле, которую они осматривали, между сынами Израилевыми, говоря: земля, которую проходили мы для осмотра, есть земля, поедающая живущих на ней, и весь народ, который видели мы среди ее, люди великорослые;
no verse 34 in this text
34там видели мы и исполинов, сынов Енаковых, от исполинского рода; и мы были в глазах наших пред ними, как саранча, такими же были мы и в глазах их.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.