Leviticus 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Wanneer iemand een meeloffer als gave aan Jahweh wil brengen, moet zijn offergave uit meelbloem bestaan, waarover hij olie moet gieten, en waar hij wierook bij moet voegen.
1ΕΑΝ δὲ ψυχὴ προσφέρῃ δῶρον θυσίαν τῷ Κυρίῳ, σεμίδαλις ἔσται τὸ δῶρον αὐτοῦ, καὶ ἐπιχεεῖ ἐπ᾿ αὐτὸ ἔλαιον καὶ ἐπιθήσει ἐπ᾿ αὐτὸ λίβανον· θυσία ἐστί.
2Dit moet hij naar de zonen van Aäron, de priesters, brengen. Dan moet de priester een handvol van dat meel met die olie nemen, en bovendien alle wierook, en het als een reukoffer op het altaar in rook doen opgaan. Het is een welriekend vuuroffer voor Jahweh.
2καὶ οἴσει πρὸς τοὺς υἱοὺς Ἀαρὼν τοὺς ἱερεῖς, καὶ δραξάμενος ἀπ᾿ αὐτῆς πλήρη τὴν δράκα ἀπὸ τῆς σεμιδάλεως σὺν τῷ ἐλαίῳ καὶ πάντα τὸν λίβανον αὐτῆς, καὶ ἐπιθήσει ὁ ἱερεὺς τὸ μνημόσυνον αὐτῆς ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον· θυσία, ὀσμὴ εὐωδίας τῷ Κυρίῳ.
3De rest van het spijsoffer is als het hoogheilig deel van Jahweh’s vuuroffers voor Aäron en zijn zonen bestemd.
3καὶ τὸ λοιπὸν ἀπὸ τῆς θυσίας Ἀαρὼν καὶ τοῖς υἱοῖς αὐτοῦ· ἅγιον τῶν ἁγίων ἀπὸ τῶν θυσιῶν Κυρίου. ἐὰν δὲ προσφέρῃ δῶρον θυσίαν πεπεμμένην ἐν κλιβάνῳ, δῶρον Κυρίῳ ἐκ σεμιδάλεως, ἄρτους ἀζύμους πεφυραμένους ἐν ἐλαίῳ καὶ λάγανα ἄζυμα διακεχρισμένα ἐν ἐλαίῳ.
4Wanneer ge als spijsoffer ovengebak wilt brengen, dan moeten het ongedesemde koeken zijn van meelbloem met olie gemengd, en ongedesemde vlaas, met olie bestreken.
no verse 4 in this text
5Indien uw spijsoffer in de pan is gebakken, moet het van ongedesemde meelbloem zijn, met olie gemengd.
5ἐὰν δὲ θυσία ἀπὸ τηγάνου τὸ δῶρόν σου, σεμίδαλις πεφυραμένη ἐν ἐλαίῳ, ἄζυμά ἐστι.
6Breek het in stukken en giet er olie over heen; het is een spijsoffer.
6καὶ διαθρύψεις αὐτὰ κλάσματα, καὶ ἐπιχεεῖς ἐπ᾿ αὐτὰ ἔλαιον. θυσία ἐστὶ Κυρίῳ.
7Indien uw spijsoffer in de pot is gekookt, moet het bereid zijn uit meelbloem met olie.
7ἐὰν δὲ θυσία ἀπὸ τηγάνου τὸ δῶρόν σου, σεμίδαλις ἐν ἐλαίῳ ποιηθήσεται.
8Als ge het offer, daaruit bereid, aan Jahweh brengt, moet ge het den priester overhandigen, die het op het altaar zal leggen.
8καὶ προσοίσει τὴν θυσίαν, ἣν ἂν ποιήσῃ ἐκ τούτων τῷ Κυρίῳ, καὶ προσοίσει πρὸς τὸν ἱερέα· καὶ προσεγγίσας πρὸς τὸ θυσιαστήριον
9De priester moet het deel van het spijsoffer, dat voor reukoffer bestemd is, als een hefoffer aanbieden en het op het altaar als een welriekend vuuroffer voor Jahweh in rook doen opgaan.
9ἀφελεῖ ὁ ἱερεὺς ἀπὸ τῆς θυσίας τὸ μνημόσυνον αὐτῆς, καὶ ἐπιθήσει ὁ ἱερεὺς ἐπὶ τὸ θυσιαστήριον· κάρπωμα, ὀσμὴ εὐωδίας τῷ Κυρίῳ.
10De rest van het spijsoffer is als het hoogheilig deel van Jahweh’s vuuroffers voor Aäron en zijn zonen bestemd.
10τὸ δὲ καταλειφθὲν ἀπὸ τῆς θυσίας, Ἀαρὼν καὶ τοῖς υἱοῖς αὐτοῦ· ἅγια τῶν ἁγίων ἀπὸ τῶν καρπωμάτων Κυρίου.
11Geen spijsoffer, dat ge aan Jahweh brengt, mag met zuurdeeg worden bereid, omdat ge van zuurdeeg of honing niets als een vuuroffer voor Jahweh moogt branden;
11Πᾶσαν θυσίαν, ἣν ἂν προσφέρητε Κυρίῳ, οὐ ποιήσετε ζυμωτόν· πᾶσαν γὰρ ζύμην καὶ πᾶν μέλι οὐ προσοίσετε ἀπ᾿ αὐτοῦ, καρπῶσαι Κυρίῳ.
12enkel als eerstelingenoffer moogt ge ze aan Jahweh brengen, maar als welriekend reukoffer mogen ze niet op het altaar komen.
12δῶρον ἀπαρχῆς προσοίσετε αὐτὰ Κυρίῳ, ἐπὶ δὲ τὸ θυσιαστήριον οὐκ ἀναβιβασθήσεται εἰς ὀσμὴν εὐωδίας Κυρίῳ.
13Ook moet ge al uw spijsoffers zouten, en het zout van het verbond van uw God nimmer aan uw spijsoffers laten ontbreken; bij al uw offergaven moet ge dus zout offeren.
13καὶ πᾶν δῶρον θυσίας ὑμῶν ἁλὶ ἁλισθήσεται· οὐ διαπαύσατε ἅλας διαθήκης Κυρίου ἀπὸ θυσιασμάτων ὑμῶν, ἐπὶ παντὸς δώρου ὑμῶν προσοίσετε Κυρίῳ τῷ Θεῷ ὑμῶν ἅλας.
14Wanneer ge aan Jahweh een spijsoffer van de eerstelingen brengt, moet ge als uw eerstelingenoffer korenaren, met korrels van het nieuwe graan brengen, die in het vuur zijn geroosterd.
14ἐὰν δὲ προσφέρῃς θυσίαν πρωτογεννημάτων τῷ Κυρίῳ, νέα πεφρυγμένα χίδρα ἐρικτὰ τῷ Κυρίῳ, καὶ προσοίσεις τὴν θυσίαν τῶν πρωτογεννημάτων
15Ge moet er olie op doen en er wierook aan toevoegen; want het is een spijsoffer.
15καὶ ἐπιχεεῖς ἐπ᾿ αὐτὴν ἔλαιον καὶ ἐπιθήσεις ἐπ᾿ αὐτὴν λίβανον· θυσία ἐστί.
16De priester moet een deel der korrels met de olie en al de wierook, die voor het reukoffer zijn bestemd, als een vuuroffer voor Jahweh in rook doen opgaan.
16καὶ ἀνοίσει ὁ ἱερεὺς τὸ μνημόσυνον αὐτῆς ἀπὸ τῶν χίδρων σὺν τῷ ἐλαίῳ καὶ πάντα τὸν λίβανον αὐτῆς· κάρπωμά ἐστι τῷ Κυρίῳ.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.