Leviticus
Chapter 23
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Septuagint (Greek …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Jahweh sprak tot Moses:
1ΚΑΙ εἶπε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων·
2Beveel de Israëlieten, en zeg hun: De feestdagen van Jahweh, waarop gij een godsdienstige bijeenkomst moet houden, zijn mijn volgende feesten.
2λάλησον τοῖς υἱοῖς Ἰσραήλ, καὶ ἐρεῖς πρὸς αὐτούς· αἱ ἑορταὶ Κυρίου, ἃς καλέσετε αὐτὰς κλητὰς ἁγίας, αὗταί εἰσιν αἱ ἑορταί μου.
3Zes dagen moogt ge arbeiden, maar de zevende dag is een grote rustdag met een godsdienstige bijeenkomst, waarop ge geen enkele arbeid moogt verrichten; overal waar ge woont, moet het een rustdag zijn ter ere van Jahweh.
3ἓξ ἡμέρας ποιήσεις ἔργα, τῇ δὲ ἡμέρᾳ τῇ ἑβδόμῃ σάββατα ἀνάπαυσις κλητὴ ἁγία τῷ Κυρίῳ· πᾶν ἔργον οὐ ποιήσεις, σάββατά ἐστι τῷ Κυρίῳ ἐν πάσῃ κατοικίᾳ ὑμῶν.
4Dit zijn de feestdagen van Jahweh met de godsdienstige bijeenkomsten, die gij op hun vastgestelde tijden moet vieren.
4Αὗται αἱ ἑορταὶ τῷ Κυρίῳ κληταὶ ἅγιαι, ἃς καλέσετε αὐτὰς ἐν τοῖς καιροῖς αὐτῶν.
5Op de veertiende dag van de eerste maand tegen het vallen van de avond is het Pasen ter ere van Jahweh.
5ἐν τῷ πρώτῳ μηνὶ ἐν τῇ τεσσαρεσκαιδεκάτῃ ἡμέρᾳ τοῦ μηνός, ἀνὰ μέσον τῶν ἑσπερινῶν πάσχα τῷ Κυρίῳ.
6En op de vijftiende dag van dezelfde maand het feest van de ongedesemde broden ter ere van Jahweh; gedurende zeven dagen moet ge dan ongedesemde broden eten.
6καὶ ἐν τῇ πεντεκαιδεκάτῃ ἡμέρᾳ τοῦ μηνὸς τούτου ἑορτὴ τῶν ἀζύμων τῷ Κυρίῳ· ἑπτὰ ἡμέρας ἄζυμα ἔδεσθε.
7Op de eerste dag moet gij bovendien een godsdienstige bijeenkomst houden, en moogt ge geen enkel slafelijk werk verrichten.
7καὶ ἡμέρα ἡ πρώτη κλητὴ ἁγία ἔσται ὑμῖν, πᾶν ἔργον λατρευτὸν οὐ ποιήσετε·
8Zeven dagen lang moet ge vuuroffers aan Jahweh opdragen, en op de zevende dag weer een godsdienstige bijeenkomst houden, en moogt ge geen enkel slafelijk werk verrichten.
8καὶ προσάξετε ὁλοκαυτώματα τῷ Κυρίῳ ἑπτὰ ἡμέρας· καὶ ἡ ἡμέρα ἡ ἑβδόμη κλητὴ ἁγία ἔσται ὑμῖν, πᾶν ἔργον λατρευτὸν οὐ ποιήσετε.
9Jahweh sprak tot Moses:
9Καὶ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων·
10Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer ge in het land zijt gekomen, dat Ik u geven zal, en ge zijn oogst afmaait, dan moet ge de eerste schoof van uw oogst den priester brengen.
10εἶπον τοῖς υἱοῖς Ἰσραήλ, καὶ ἐρεῖς πρὸς αὐτούς· ὅταν εἰσέλθητε εἰς τὴν γῆν, ἣν ἐγὼ δίδωμι ὑμῖν, καὶ θερίζητε τὸν θερισμὸν αὐτῆς, καὶ οἴσετε τὸ δράγμα ἀπαρχὴν τοῦ θερισμοῦ ὑμῶν πρὸς τὸν ἱερέα·
11Hij moet die schoof voor het aanschijn van Jahweh als strekoffer aanbieden, opdat het u ten goede kome; daags na de sabbat moet de priester ze aanbieden.
11καὶ ἀνοίσει τὸ δράγμα ἔναντι Κυρίου δεκτὸν ὑμῖν, τῇ ἐπαύριον τῆς πρώτης ἀνοίσει αὐτὸ ὁ ἱερεύς.
12Op de dag, dat ge de schoof als strekoffer aanbiedt, moet ge een gaaf eenjarig lam als brandoffer aan Jahweh opdragen,
12καὶ ποιήσετε ἐν τῇ ἡμέρᾳ, ἐν ᾗ ἂν φέρητε τὸ δράγμα, πρόβατον ἄμωμον ἐνιαύσιον εἰς ὁλοκαύτωμα τῷ Κυρίῳ.
13met het daarbij horend spijsoffer, namelijk twee issaron meelbloem met olie gemengd, als een heerlijk geurend vuuroffer voor Jahweh; bovendien het vierde van een hin wijn als plengoffer.
13καὶ τὴν θυσίαν αὐτοῦ δύο δέκατα σεμιδάλεως ἀναπεποιημένης ἐν ἐλαίῳ· θυσία τῷ Κυρίῳ, ὀσμὴ εὐωδίας Κυρίῳ· καὶ σπονδὴν αὐτοῦ τὸ τέταρτον τοῦ εἲν οἴνου.
14Tot deze dag moogt ge geen brood, geen geroosterd of ongeroosterd graan van de nieuwe oogst eten, eer gij uw gave aan uw God hebt gebracht. Dit is een eeuwig geldende wet voor al uw geslachten, waar ge ook woont.
14καὶ ἄρτον καὶ πεφρυγμένα χίδρα νέα οὐ φάγεσθε ἕως εἰς αὐτὴν τὴν ἡμέραν ταύτην, ἕως ἂν προσενέγκητε ὑμεῖς τὰ δῶρα τῷ Θεῷ ὑμῶν· νόμιμον αἰώνιον εἰς τὰς γενεὰς ὑμῶν ἐν πάσῃ κατοικίᾳ ὑμῶν.
15Van de dag na de sabbat, waarop ge de schoof als strekoffer hebt aangeboden, moet ge zeven volle weken tellen; zeven volle weken moeten het zijn,
15Καὶ ἀριθμήσετε ὑμῖν ἀπὸ τῆς ἐπαύριον τῶν σαββάτων, ἀπὸ τῆς ἡμέρας ἧς ἂν προσενέγκητε τὸ δράγμα τοῦ ἐπιθέματος, ἑπτὰ ἑβδομάδας ὁλοκλήρους,
16tot aan de dag na de zevende sabbat; dus vijftig dagen moet ge tellen. Dan moet ge een nieuw spijsoffer aan Jahweh opdragen.
16ἕως τῆς ἐπαύριον τῆς ἐσχάτης ἑβδομάδος ἀριθμήσετε πεντήκοντα ἡμέρας καὶ προσοίσετε θυσίαν νέαν τῷ Κυρίῳ.
17Uit uw woonsteden moet ge als eerstelingen voor Jahweh twee broden voor een strekoffer brengen; ze moeten uit twee issaron meelbloem zijn bereid, en gedesemd worden gebakken.
17ἀπὸ τῆς κατοικίας ὑμῶν προσοίσετε ἄρτους ἐπίθεμα, δύο ἄρτους· ἐκ δύο δεκάτων σεμιδάλεως ἔσονται, ἐζυμωμένοι πεφθήσονται πρωτογεννημάτων τῷ Κυρίῳ.
18Bij het brood moet ge zeven gave eenjarige lammeren offeren, een jongen stier en twee rammen; zij zullen met het daarbij behorend spijs(-) en plengoffer als een brandoffer voor Jahweh dienen, een heerlijk geurend vuuroffer voor Jahweh.
18καὶ προσάξετε μετὰ τῶν ἄρτων ἑπτὰ ἀμνοὺς ἀμώμους ἐνιαυσίους καὶ μόσχον ἕνα ἐκ βουκολίου καὶ κριοὺς δύο ἀμώμους, καὶ ἔσονται ὁλοκαύτωμα τῷ Κυρίῳ καὶ αἱ θυσίαι αὐτῶν καὶ αἱ σπονδαὶ αὐτῶν θυσία ὀσμὴ εὐωδίας τῷ Κυρίῳ.
19Als zondeoffer moet ge een geitebok offeren, en als vredeoffer twee eenjarige lammeren;
19καὶ ποιήσουσι χίμαρον ἐξ αἰγῶν ἕνα περὶ ἁμαρτίας καὶ δύο ἀμνοὺς ἐνιαυσίους εἰς θυσίαν σωτηρίου μετὰ τῶν ἄρτων τοῦ πρωτογεννήματος·
20de priester moet ze voor het aanschijn van Jahweh als een strekoffer aanbieden, tegelijk met het eerstelingenbrood en de twee lammeren. Zij zullen een heilige gave voor Jahweh zijn, en den priester ten deel vallen.
20καὶ ἐπιθήσει αὐτὰ ὁ ἱερεὺς μετὰ τῶν ἄρτων τοῦ πρωτογεννήματος ἐπίθεμα ἐναντίον Κυρίου μετά τῶν δύο ἀμνῶν· ἅγια ἔσονται τῷ Κυρίῳ, τῷ ἱερεῖ τῷ προσφέροντι αὐτὰ αὐτῷ ἔσται.
21Op die dag moet ge een godsdienstige bijeenkomst houden en moogt ge geen slafelijk werk verrichten. Dit is een eeuwig geldende wet voor al uw geslachten, waar ge ook woont.
21καὶ καλέσετε ταύτην τὴν ἡμέραν κλητήν· ἁγία ἔσται ὑμῖν, πᾶν ἔργον λατρευτὸν οὐ ποιήσετε ἐν αὐτῇ· νόμιμον αἰώνιον εἰς τὰς γενεὰς ὑμῶν ἐν πάσῃ τῇ κατοικίᾳ ὑμῶν.
22Ook moogt ge, wanneer ge de oogst van uw land maait, uw veld niet tot de uiterste rand afmaaien en geen nalezing van uw oogst houden; ge moet die voor den arme en den vreemdeling overlaten. Ik ben Jahweh, uw God!
22καὶ ὅταν θερίζητε τὸν θερισμὸν τῆς γῆς ὑμῶν, οὐ συντελέσετε τὸ λοιπὸν τοῦ θερισμοῦ τοῦ ἀγροῦ σου ἐν τῷ θερίζειν σε καὶ τὰ ἀποπίπτοντα τοῦ θερισμοῦ σου οὐ συλλέξεις, τῷ πτωχῷ καὶ τῷ προσηλύτῳ ὑπολείψεις αὐτά· ἐγὼ Κύριος ὁ Θεὸς ὑμῶν.
23Jahweh sprak tot Moses:
23Καὶ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων·
24Zeg aan de Israëlieten: De eerste dag van de zevende maand moet een rustdag voor u zijn, een dag ter gedachtenis met bazuingeschal en een godsdienstige bijeenkomst.
24λάλησον τοῖς υἱοῖς Ἰσραήλ, λέγων· τοῦ μηνὸς τοῦ ἑβδόμου μιᾷ τοῦ μηνὸς ἔσται ὑμῖν ἀνάπαυσις, μνημόσυνον σαλπίγγων, κλητὴ ἁγία ἔσται ὑμῖν·
25Dan moogt ge geen slafelijk werk verrichten, en moet ge een vuuroffer aan Jahweh opdragen.
25πᾶν ἔργον λατρευτὸν οὐ ποιήσετε, καὶ προσάξετε ὁλοκαύτωμα Κυρίῳ.
26Jahweh sprak tot Moses:
26Καὶ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων·
27Bovendien valt op de tiende dag van de zevende maand de verzoendag. Dan moet ge een godsdienstige bijeenkomst houden, boete doen, en een vuuroffer aan Jahweh brengen.
27καὶ τῇ δεκάτῃ τοῦ μηνὸς τοῦ ἑβδόμου τούτου ἡμέρα ἐξιλασμοῦ, κλητὴ ἁγία ἔσται ὑμῖν, καὶ ταπεινώσετε τάς ψυχὰς ὑμῶν, καὶ προσάξετε ὁλοκαύτωμα τῷ Κυρίῳ.
28Op die dag moogt ge geen enkele arbeid verrichten; want het is een verzoendag, om verzoening voor u te verkrijgen voor het aanschijn van Jahweh, uw God.
28πᾶν ἔργον οὐ ποιήσετε ἐν αὐτῇ τῇ ἡμέρᾳ ταύτῃ· ἔστι γὰρ ἡμέρα ἐξιλασμοῦ αὕτη ὑμῖν, ἐξιλάσασθαι περὶ ὑμῶν ἔναντι Κυρίου τοῦ Θεοῦ ὑμῶν.
29Iedereen, die op die dag geen boete doet, zal van zijn volk worden afgesneden.
29πᾶσα ψυχή, ἥτις μὴ ταπεινωθήσεται ἐν αὐτῇ τῇ ἡμέρᾳ ταύτῃ, ἐξολοθρευθήσεται ἐκ τοῦ λαοῦ αὐτῆς.
30Iedereen, die op die dag enige arbeid verricht, zal Ik uit zijn volk verdelgen;
30καὶ πᾶσα ψυχή, ἥτις ποιήσει ἔργον ἐν αὐτῇ τῇ ἡμέρᾳ ταύτῃ, ἀπολεῖται ἡ ψυχὴ ἐκείνη ἐκ τοῦ λαοῦ αὐτῆς.
31ge moet u van alle arbeid onthouden. Dit is een eeuwig geldende wet voor al uw geslachten, waar ge ook woont.
31πᾶν ἔργον οὐ ποιήσετε· νόμιμον αἰώνιον εἰς τὰς γενεὰς ὑμῶν ἐν πάσαις κατοικίαις ὑμῶν.
32Het moet een grote sabbat voor u zijn, waarop ge boete moet doen; van de avond van de negende dag der maand tot de volgende avond moet ge uw rustdag vieren.
32σάββατα σαββάτων ἔσται ὑμῖν, καὶ ταπεινώσετε τὰς ψυχὰς ὑμῶν· ἀπὸ ἐνάτης τοῦ μηνός, ἀπὸ ἑσπέρας ἕως ἑσπέρας σαββατιεῖτε τὰ σάββατα ὑμῶν.
33Jahweh sprak tot Moses.
33Καὶ ἐλάλησε Κύριος πρὸς Μωυσῆν λέγων·
34Zeg aan de Israëlieten: Op de vijftiende dag van de zevende maand begint het loofhuttenfeest, zeven dagen lang, ter ere van Jahweh.
34λάλησον τοῖς υἱοῖς Ἰσραήλ, λέγων· τῇ πεντεκαιδεκάτῃ τοῦ μηνὸς τοῦ ἑβδόμου τούτου ἑορτὴ σκηνῶν ἑπτὰ ἡμέρας τῷ Κυρίῳ.
35Op de eerste dag moet een godsdienstige bijeenkomst worden gehouden, en moogt ge geen slafelijk werk verrichten.
35καὶ ἡ ἡμέρα ἡ πρώτη ἡ κλητὴ ἁγία· πᾶν ἔργον λατρευτὸν οὐ ποιήσετε.
36Zeven dagen lang moet ge Jahweh een vuuroffer opdragen. Op de achtste dag moet ge een godsdienstige bijeenkomst houden, en een vuuroffer opdragen ter ere van Jahweh. Het is een hoogtij, waarop ge geen slafelijk werk moogt verrichten.
36ἑπτὰ ἡμέρας προσάξετε ὁλοκαυτώματα τῷ Κυρίῳ, καὶ ἡ ἡμέρα ἡ ὀγδόη κλητὴ ἁγία ἔσται ὑμῖν, καὶ προσάξετε ὁλοκαυτώματα Κυρίῳ· ἐξόδιόν ἐστι, πᾶν ἔργον λατρευτὸν οὐ ποιήσετε.
37Dit zijn de feesten van Jahweh, waarop gij godsdienstige bijeenkomsten moet houden, en aan Jahweh vuuroffers opdragen: brand(-) en spijsoffers, slacht(-) en plengoffers, zoals het voor iedere dag is bepaald;
37Αὗται ἑορταὶ Κυρίῳ, ἃς καλέσετε κλητὰς ἁγίας, ὥστε προσενέγκαι καρπώματα τῷ Κυρίῳ, ὁλοκαυτώματα καὶ θυσίας αὐτῶν καὶ σπονδὰς αὐτῶν τὸ καθ᾿ ἡμέραν εἰς ἡμέραν·
38onverminderd de sabbatdagen van Jahweh, en behalve uw gaven en al uw gelofte(-) en vrijwillige offers, die ge aan Jahweh wilt schenken.
38πλὴν τῶν σαββάτων Κυρίου καὶ πλὴν τῶν δομάτων ὑμῶν καὶ πλὴν πασῶν τῶν εὐχῶν ὑμῶν καὶ πλὴν τῶν ἑκουσίων ὑμῶν, ἃ ἂν δῶτε τῷ Κυρίῳ.
39Op de vijftiende dag van de zevende maand, wanneer ge het ooft van het land binnenhaalt, moet ge bovendien zeven dagen lang het feest van Jahweh vieren. De eerste dag moet een rustdag zijn, en de achtste dag eveneens.
39Καὶ ἐν τῇ πεντεκαιδεκάτῃ ἡμέρᾳ τοῦ μηνὸς τοῦ ἑβδόμου τούτου, ὅταν συντελέσητε τὰ γενήματα τῆς γῆς, ἑορτάσετε τῷ Κυρίῳ ἑπτὰ ἡμέρας· τῇ ἡμέρᾳ τῇ πρώτῃ ἀνάπαυσις καὶ τῇ ἡμέρᾳ τῇ ὀγδόῃ ἀνάπαυσις.
40Op de eerste dag moet ge kostelijke boomvruchten nemen met palmtakken, twijgen van loofrijke bomen en laurieren, en u zeven dagen lang voor het aanschijn van Jahweh, uw God, verheugen.
40καὶ λήψεσθε τῇ ἡμέρᾳ τῇ πρώτῃ καρπὸν ξύλου ὡραῖον καὶ κάλλυνθρα φοινίκων, καὶ κλάδους ξύλου δασεῖς καὶ ἰτέας καὶ ἄγνου κλάδους ἐκ χειμάρρου, εὐφρανθῆναι ἔναντι Κυρίου τοῦ Θεοῦ ὑμῶν ἑπτὰ ἡμέρας τοῦ ἐνιαυτοῦ·
41Ieder jaar moet ge het zeven dagen lang als een feest ter ere van Jahweh vieren; dit is een eeuwig geldende wet voor al uw geslachten. In de zevende maand moet ge het vieren,
41νόμιμον αἰώνιον εἰς τὰς γενεὰς ὑμῶν, ἐν τῷ μηνὶ τῷ ἑβδόμῳ ἑορτάσετε αὐτήν.
42en dan zeven dagen lang in tenten wonen; allen die in Israël zijn geboren moeten dan in tenten wonen;
42ἐν σκηναῖς κατοικήσετε ἑπτὰ ἡμέρας· πᾶς ὁ αὐτόχθων ἐν Ἰσραὴλ κατοικήσει ἐν σκηναῖς,
43opdat uw nageslacht moge weten, dat Ik de Israëlieten in tenten deed wonen, toen Ik hen uit Egypte heb geleid. Ik ben Jahweh, uw God!
43ὅπως ἴδωσιν αἱ γενεαὶ ὑμῶν, ὅτι ἐν σκηναῖς κατῴκισα τοὺς υἱοὺς Ἰσραήλ, ἐν τῷ ἐξαγαγεῖν με αὐτοὺς ἐκ γῆς Αἰγύπτου· ἐγὼ Κύριος ὁ Θεὸς ὑμῶν.
44Zo maakte Moses de feesten van Jahweh aan de kinderen Israëls bekend.
44Καὶ ἐλάλησε Μωυσῆς τὰς ἑορτὰς Κυρίου τοῖς υἱοῖς Ἰσραήλ.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.