Jonas 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Maar juist hierover was Jonas zeer ontstemd en vertoornd.
1しかしヨナは、このことを甚だしく不快に思い、怒った。
2Hij bad tot Jahweh, en sprak: Ach, Jahweh; heb ik het niet gezegd, toen ik nog in mijn land vertoefde, en ben ik juist daarom niet ijlings naar Tarsjisj gevlucht? Ik wist immers wel, dat Gij een genadig God zijt, barmhartig, lankmoedig en rijk aan ontferming; en dat Gij dus wel spijt zoudt krijgen over het onheil.
2彼は主に祈って言った。「ああ、主よ。私がまだ自分の国にいた時、こう言ったではありませんか。だから私は急いでタルシシュへ逃れようとしたのです。あなたが恵み深く、あわれみに満ち、怒るのに遅く、慈しみに富み、災いを下すことを思い直される神であると知っていたからです。
3Ontneem mij nu ook maar het leven; want de dood is mij liever dan het leven.
3ですから今、主よ、どうか私の命を取ってください。私には、生きるより死ぬほうがましです。」
4Maar Jahweh zei hem: Hebt ge wel reden genoeg, om zo verdrietig te zijn?
4主は言われた。「あなたが怒るのは正しいことか。」
5Daarop verliet Jonas de stad, en nam zijn verblijf aan de oostkant der stad; daar maakte hij zich een loofhut, en zette zich in haar schaduw neer, om af te wachten, wat er met de stad zou gebeuren.
5それからヨナは町を出て、町の東側に座った。彼はそこに自分のために仮小屋を造り、町がどうなるかを見るまで、その陰に座っていた。
6Nu liet God de Heer een klimop boven Jonas opschieten, om schaduw te geven voor zijn hoofd, en hem zó van zijn kwade luim te genezen. En Jonas was inderdaad uiterst verheugd over de klimop.
6主なる神は一本のつる草を備え、ヨナの上に伸びさせた。それが彼の頭を覆う陰となり、彼の苦しみを和らげるためであった。ヨナはそのつる草を非常に喜んだ。
7Maar de volgende dag liet God in de vroege morgen een worm knagen aan de klimop, zodat hij verdorde;
7しかし翌日の夜明けに、神は一匹の虫を備えられた。虫がつる草をかじったので、それは枯れた。
8en toen de zon was opgegaan, deed Hij een verzengende oostenwind waaien. Nu brandde de zon op Jonas’ hoofd, en versmachtend zonk hij neer. Hij wenste te sterven, en sprak: De dood is mij liever dan het leven!
8太陽が昇ると、神は焼けつくような東風を備えられた。太陽がヨナの頭を照りつけたので、彼は気を失いそうになり、死ぬことを願って言った。「私には、生きるより死ぬほうがましだ。」
9Maar God zei tot Jonas: Hebt ge wel reden genoeg, om zo verdrietig te zijn over de klimop? Hij antwoordde: Ja ik heb reden genoeg, om dodelijk misnoegd te zijn.
9神はヨナに言われた。「つる草のことで、あなたが怒るのは正しいことか。」 彼は言った。「死ぬほど怒るのは当然だ。」
10Nu sprak Jahweh: Gij zijt bekommerd over de klimop, waarvoor ge geen zorg hebt gehad, en die ge niet hebt gekweekt; die in één nacht is opgeschoten, en in één nacht verdord.
10主は言われた。「あなたは、自分で苦労したわけでも、育てたわけでもないつる草を惜しんでいる。それは一夜で生え、一夜で滅びたものだ。
11En Ik zou niet bekommerd zijn over Ninive, die grote stad, waarin, behalve de vele dieren, meer dan honderd twintig duizend mensen wonen, die het onderscheid niet kennen tussen hun rechter- en linkerhand!
11まして私は、右と左を見分けられない者が十二万人以上おり、多くの家畜もいる、あの大きな町ニネベを惜しまないでいられるだろうか。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.