Jonas 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Maar juist hierover was Jonas zeer ontstemd en vertoornd.
1А Јони би врло недраго, и расрди се.
2Hij bad tot Jahweh, en sprak: Ach, Jahweh; heb ik het niet gezegd, toen ik nog in mijn land vertoefde, en ben ik juist daarom niet ijlings naar Tarsjisj gevlucht? Ik wist immers wel, dat Gij een genadig God zijt, barmhartig, lankmoedig en rijk aan ontferming; en dat Gij dus wel spijt zoudt krijgen over het onheil.
2И помоли се Господу и рече: Господе! Не рекох ли то кад још бејах у својој земљи? Зато хтедох пре побећи у Тарсис; јер знах да си Ти Бог милостив и жалостив, спор на гнев и обилан милосрђем и кајеш се ода зла.
3Ontneem mij nu ook maar het leven; want de dood is mij liever dan het leven.
3Сада Господе, узми душу моју од мене, јер ми је боље умрети него живети.
4Maar Jahweh zei hem: Hebt ge wel reden genoeg, om zo verdrietig te zijn?
4А Господ рече: Је ли добро што се срдиш?
5Daarop verliet Jonas de stad, en nam zijn verblijf aan de oostkant der stad; daar maakte hij zich een loofhut, en zette zich in haar schaduw neer, om af te wachten, wat er met de stad zou gebeuren.
5И Јона изиђе из града, и седе с истока граду и начини онде колибу, и сеђаше под њом у хладу да види шта ће бити од града.
6Nu liet God de Heer een klimop boven Jonas opschieten, om schaduw te geven voor zijn hoofd, en hem zó van zijn kwade luim te genezen. En Jonas was inderdaad uiterst verheugd over de klimop.
6А Господ Бог заповеди, те узрасте тиква над Јоном да му буде сен над главом да му помогне у муци његовој; и Јона се обрадова тикви веома.
7Maar de volgende dag liet God in de vroege morgen een worm knagen aan de klimop, zodat hij verdorde;
7Потом заповеди Бог, те дође црв у зору сутрадан, и подгризе тикву, те усахну.
8en toen de zon was opgegaan, deed Hij een verzengende oostenwind waaien. Nu brandde de zon op Jonas’ hoofd, en versmachtend zonk hij neer. Hij wenste te sterven, en sprak: De dood is mij liever dan het leven!
8И кад ограну сунце, посла Бог сув источни ветар; и сунце стаде жећи Јону по глави тако да обамираше и пожеле да умре говорећи: Боље ми је умрети него живети.
9Maar God zei tot Jonas: Hebt ge wel reden genoeg, om zo verdrietig te zijn over de klimop? Hij antwoordde: Ja ik heb reden genoeg, om dodelijk misnoegd te zijn.
9А Бог рече Јони: Је ли добро што се срдиш тикве ради? А он рече: Добро је што се срдим до смрти.
10Nu sprak Jahweh: Gij zijt bekommerd over de klimop, waarvoor ge geen zorg hebt gehad, en die ge niet hebt gekweekt; die in één nacht is opgeschoten, en in één nacht verdord.
10А Господ му рече: Теби је жао тикве, око које се ниси трудио, и које ниси одгајио, него једну ноћ узрасте а другу ноћ пропаде.
11En Ik zou niet bekommerd zijn over Ninive, die grote stad, waarin, behalve de vele dieren, meer dan honderd twintig duizend mensen wonen, die het onderscheid niet kennen tussen hun rechter- en linkerhand!
11А мени да не буде жао Ниневије, великог града, у коме има више од сто и двадесет хиљада људи који још не знају шта је десно шта ли лево, и много стоке?
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.