Jeremia
Chapter 2
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Old Persian Versio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Het woord van Jahweh werd tot mij gericht.
1و کلام خداوند بر من نازل شده، گفت:
2Ga, en roep het Jerusalem toe: Zo spreekt Jahweh! Ik denk terug aan de liefde uwer jeugd, Aan de min van uw bruidstijd, Toen ge Mij in de woestijn zijt gevolgd, In een onbebouwd land.
2«برو و به گوش اورشلیم ندا کرده، بگوخداوند چنین می‌گوید: غیرت جوانی تو ومحبت نامزد شدن تو را حینی که از عقب من دربیابان و در زمین لم یزرع می‌خرامیدی برایت به‌خاطر می‌آورم.
3Toen was Israël nog Jahweh’s heilig bezit, De eersteling van zijn oogst; Allen die er van aten, moesten het boeten, Rampen zouden hen treffen, spreekt Jahweh!
3اسرائیل برای خداوند مقدس ونوبر محصول او بود. خداوند می‌گوید: آنانی که اورا بخورند مجرم خواهند شد و بلا بر ایشان مستولی خواهد گردید.»
4Hoort dan het woord van Jahweh, Huis van Jakob En alle geslachten van Israëls huis:
4‌ای خاندان یعقوب و جمیع قبایل خانواده اسرائیل کلام خداوند را بشنوید!
5Zo spreekt Jahweh! Wat onrecht hebben uw vaderen in Mij wel ontdekt, Dat ze Mij hebben verlaten, Om nietigheden te volgen, En zelf een niet te worden?
5خداوند چنین می‌گوید: «پدران شما در من چه بی‌انصافی یافتندکه از من دوری ورزیدند و اباطیل را پیروی کرده، باطل شدند؟
6Ze vroegen niet meer: Waar is Jahweh toch, Die ons uit Egypteland voerde, En ons geleid heeft door de woestijn? Een land van steppe en ravijnen, Een land van dorheid en donker, Een land, waar niemand doorheen trekt, Waar niemand wil wonen.
6و نگفتند: یهوه کجا است که ما رااز زمین مصر برآورد و ما را در بیابان و زمین ویران و پر از حفره‌ها و زمین خشک و سایه موت وزمینی که کسی از آن گذر نکند و آدمی در آن ساکن نشود رهبری نمود؟
7Ik heb u in een land van tuinen gebracht, Om er de heerlijkste vruchten te eten; Maar na uw intocht hebt ge mijn land verpest, Mijn erfdeel tot een gruwel gemaakt.
7و من شما را به زمین بستانها آوردم تا میوه‌ها و طیبات آن را بخورید، اما چون داخل آن شدید زمین مرا نجس ساختیدومیراث مرا مکروه گردانیدید.
8Zelfs de priesters vroegen niet meer: Waar is Jahweh toch? Die de wet moesten handhaven, kenden Mij niet, De leiders werden Mij ontrouw. De profeten voorspelden in den naam van den Báal, En liepen machteloze afgoden na.
8کاهنان نگفتند: یهوه کجاست و خوانندگان تورات مرا نشناختندو شبانان بر من عاصی شدند و انبیا برای بعل نبوت کرده، در عقب چیزهای بی‌فایده رفتند.
9Daarom zal Ik u richten, zegt Jahweh, En de kinderen van uw zonen nog straffen.
9بنابراین خداوند می‌گوید: بار دیگر با شما مخاصمه خواهم نمود و با پسران پسران شما مخاصمه خواهم کرد.
10Gaat naar de eilanden der Kittiërs kijken, Zendt boden naar Kédar; Onderzoekt het nauwkeurig, En ziet, of zo iets ooit is gebeurd!
10پس به جزیره های کتیم گذرکرده، ملاحظه نمایید و به قیدار فرستاده به دقت تعقل نمایید و دریافت کنید که آیا حادثه‌ای مثل این واقع شده باشد؟
11Heeft ooit een volk zijn goden verruild; En dat zijn niet eens goden! Maar mijn volk heeft zijn Glorie verruild, Voor machteloze afgoden.
11که آیا هیچ امتی خدایان خویش را عوض کرده باشند با آنکه آنها خدانیستند؟ اما قوم من جلال خویش را به آنچه فایده‌ای ندارد عوض نمودند.
12Hemelen, huivert er van, Beeft en verstart van ontzetting, Is de godsspraak van Jahweh: Mijn volk heeft een dubbele misdaad begaan!
12پس خداوندمی گوید: ای آسمانها از این متحیر باشید و به خود لرزیده، به شدت مشوش شوید!
13Mij hebben ze durven verlaten, Mij, de bron van levende wateren: Om zich gebarsten putten te slaan, Die geen water kunnen houden.
13زیرا قوم من دو کار بد کرده‌اند. مرا که چشمه آب حیاتم ترک نموده و برای خود حوضها کنده‌اند، یعنی حوضهای شکسته که آب را نگاه ندارد.
14Israël was toch geen knecht, Hij was toch geen slaaf? Waarom is hij dan een prooi geworden
14آیااسرائیل غلام یا خانه زاد است پس چرا غارت شده باشد؟
15Waarover leeuwen briesen en brullen. Men heeft zijn land tot een steppe gemaakt, Zijn steden verwoest en ontvolkt;
15شیران ژیان بر او غرش نموده، آواز خود را بلند کردند و زمین او را ویران ساختند و شهرهایش سوخته و غیرمسکون گردیده است.
16Ja, de mannen van Nof en Tachpanches Hebben uw schedel kaal gegraasd.
16و پسران نوف و تحفنیس فرق تورا شکسته‌اند.
17Hebt ge dit u zelf niet berokkend, Door Mij te verlaten, Toen Ik u nog wilde leiden, Spreekt Jahweh, uw God?
17آیا این را بر خویشتن واردنیاوردی چونکه یهوه خدای خود را حینی که تورا رهبری می‌نمود ترک کردی؟
18Wat hadt ge dan naar Egypte te lopen, Om water uit de Nijl te drinken; Wat hadt ge naar Assjoer te gaan, Om water uit de Eufraat te slurpen?
18و الان تو را باراه مصر چه‌کار است تا آب شیحور را بنوشی؟ وتو را با راه آشور چه‌کار است تا آب فرات رابنوشی؟»
19Neen, het was uw misdaad, die u sloeg, En uw afval, die u bestrafte; Opdat ge zoudt weten en inzien, hoe kwaad en bitter het is, Jahweh, uw God te verlaten! Maar ge vreest Mij niet meer, Spreekt de Heer, Jahweh der heirscharen!
19خداوند یهوه صبایوت چنین می‌گوید: «شرارت تو، تو را تنبیه کرده و ارتداد تو، تو راتوبیخ نموده است پس بدان و ببین که این امرزشت و تلخ است که یهوه خدای خود را ترک نمودی و ترس من در تو نیست.
20Want lang reeds hebt gij uw juk verbroken, Uw banden verscheurd. Ge hebt gezegd: Ik wil U niet dienen! Maar op iedere hoge heuvel, En onder elke groene boom Zijt ge gaan liggen als een deerne!
20زیرا از زمان قدیم یوغ تو را شکستم و بندهای تو را گسیختم وگفتی بندگی نخواهم نمود زیرا بر هر تل بلند وزیر هر درخت سبز خوابیده، زنا کردی.
21Ik had u geplant als een edele wijnstok, Van het zuiverste ras: Hoe zijt ge dan tot bocht verbasterd, Een wilde wingerd?
21و من تو را مو اصیل و تخم تمام نیکو غرس نمودم پس چگونه نهال مو بیگانه برای من گردیده‌ای؟
22Al zoudt ge u wassen met loog, Met zeep, zoveel ge maar wilt, Vuil blijft uw schuld in mijn ogen: Is de godsspraak van Jahweh, den Heer!
22پس اگر‌چه خویشتن را با اشنان بشویی و صابون برای خود زیاده بکار بری، اما خداوند یهوه می‌گویدکه گناه تو پیش من رقم شده است.
23Hoe durft ge zeggen: Ik ben niet bezoedeld, Ik liep de Báals niet na; Kijk maar eens naar uw gedoe in het Dal, Denk terug aan wat ge daar hebt gedaan! Vlugge kameel, die steeds heen en weer draaft,
23چگونه می‌گویی که نجس نشدم و در عقب بعلیم نرفتم؟ طریق خویش را در وادی بنگر و به آنچه کردی اعتراف نما‌ای شتر تیزرو که در راههای خودمی دوی!
24Wilde ezelin, aan de steppe gewend, Die in haar geilheid naar lucht snapt: Wie tempert haar bronst? Wie haar wil vangen, hoeft zich niet te vermoeien, In haar bronsttijd vindt men ze wel:
24مثل گورخر هستی که به بیابان عادت داشته، در شهوت دل خود باد را بو می‌کشد. کیست که از شهوتش او را برگرداند؟ آنانی که اورا می‌طلبند خسته نخواهند شد و او را در ماهش خواهند یافت.
25Pas op, dat ge uw voeten niet doorloopt, Dat uw keel niet verdroogt! Maar ge antwoordt: ‘t Is onmogelijk; ‘t is tevergeefs; Want ik houd van de vreemden, Hèn loop ik na!
25پای خود را از برهنگی و گلوی خویش را از تشنگی باز دار. اما گفتی نی امیدنیست زیرا که غریبان را دوست داشتم و از عقب ایشان خواهم رفت.
26Zoals een dief, die betrapt wordt, zich schaamt, Wordt het huis van Israël te schande: Zij met hun koningen en vorsten, Met hun priesters en hun profeten.
26مثل دزدی که چون گرفتارشود خجل گردد. همچنین خاندان اسرائیل باپادشاهان و سروران و کاهنان و انبیای ایشان خجل خواهند شد.
27Die tot een stuk hout durven zeggen: Gij zijt mijn vader; Tot een blok steen: Gij hebt mij verwekt; Die Mij de nek toekeren, niet hun gelaat; Die enkel in tijden van rampspoed roepen: Op, ons te hulp!
27که به چوب می‌گویند توپدر من هستی و به سنگ که تو مرا زاییده‌ای زیراکه پشت به من دادند و نه رو. اما در زمان مصیبت خود می‌گویند: برخیز و ما را نجات ده.
28Waar zijn toch uw goden, die gij u hebt gemaakt: Laat ze opstaan, als ze u kunnen helpen in tijden van nood. Want even talrijk als uw steden, Zijn uw goden, o Juda!
28پس خدایان تو که برای خود ساختی کجایند؟ ایشان در زمان مصیتت برخیزند و تو را نجات دهند. زیرا که‌ای یهودا خدایان تو به شماره شهرهای تومی باشند.»
29Hoe durft ge nog over Mij klagen: Ge zijt Mij allen ontrouw geworden, spreekt Jahweh!
29خداوند می‌گوید: «چرا با من مخاصمه می‌نمایید جمیع شما بر من عاصی شده‌اید.
30Tevergeefs heb Ik uw vaders geslagen, Gij hebt er niets uit geleerd. Het zwaard heeft uw profeten verslonden Als een verscheurende leeuw;
30پسران شما را عبث زده‌ام زیرا که تادیب رانمی پذیرند. شمشیر شما مثل شیر درنده انبیای شما را هلاک کرده است.
31Broed, dat ge zijt, Hebt ge ooit naar het woord van Jahweh geluisterd? Ben Ik voor Israël een woestijn geweest, Of een land van akelig donker? Waarom zegt dan mijn volk: We lopen weg, We komen niet bij U terug?
31‌ای شما که اهل این عصر می‌باشید کلام خداوند را بفهمید! آیا من برای اسرائیل مثل بیابان یا زمین ظلمت غلیظشده‌ام؟ پس قوم من چرا می‌گویند که روسای خود شده‌ایم و بار دیگر نزد تو نخواهیم آمد.
32Vergeet een meisje haar opschik, Een bruid soms haar gordel? Maar Mij heeft mijn volk wèl vergeten, Sinds onafzienbare tijden.
32آیا دوشیزه زیور خود را یا عروس آرایش خود را فراموش کند؟ اما قوم من روزهای بیشمارمرا فراموش کرده‌اند.
33Hoe goed verstaat ge het toch, Naar liefde te zoeken, En daarom uw wandel Aan misdaad te wennen!
33چگونه راه خود را مهیامی سازی تا محبت را بطلبی؟ بنابراین زنان بد رانیز به راههای خود تعلیم دادی.
34Ja, aan uw handen kleeft bloed, Het leven van onschuldige kleinen: Ik heb ze niet in de groeve gevonden, Maar overal onder de eiken.
34در دامنهای تونیز خون جان فقیران بی‌گناه یافته شد. آنها را درنقب زدن نیافتم بلکه بر جمیع آنها.
35En dan durft ge nog zeggen: Ik ben onschuldig; Zijn gramschap is van mij weg! Hier ben Ik, om u te kastijden, Omdat ge nog zegt: Ik hèb niet gezondigd!
35و می‌گویی: چونکه بی‌گناه هستم غضب او از من برگردانیده خواهد شد. اینک به‌سبب گفتنت که گناه نکرده‌ام بر تو داوری خواهم نمود.
36Waarom maakt ge zo’n haast, Om van weg te veranderen: Ook Egypte zal u beschamen, Zoals Assjoer het deed!
36چرا اینقدرمی شتابی تا راه خود را تبدیل نمایی؟ چنانکه ازآشور خجل شدی همچنین از مصر نیز خجل خواهی شد.
37Ook vandaar komt ge terug Met het hoofd in uw handen; Want Jahweh heeft uw stut verstoten, Daar zult ge geen vreugd aan beleven!
37از این نیز دستهای خود را برسرت نهاده، بیرون خواهی آمد. چونکه خداونداعتماد تو را خوار شمرده است پس از ایشان کامیاب نخواهی شد.»

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.