Jeremia
Chapter 51
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Old Persian Versio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Zo spreekt Jahweh: Zie, Ik ga tegen Babel verwekken, En tegen de bewoners van “Hart-mijner-bestrijders”, Een geest van vernieling.
1«خداوند چنین می‌گوید: «اینک من بربابل و بر ساکنان وسطمقاومت کنندگانم بادی مهلک برمی انگیزانم.
2Ik ga tegen Babel wanners ontbieden, Om het te wannen, zijn land leeg te schudden; Ze zullen het van alle kanten omsingelen Op zijn ongeluksdag!
2ومن بر بابل خرمن کوبان خواهم فرستاد و آن راخواهند کوبید و زمین آن را خالی خواهندساخت زیرا که ایشان در روز بلا آن را از هر طرف احاطه خواهند کرد.
3De schutter spanne zijn boog, En steke zich in zijn pantser: Ge moet zijn jonge mannen niet sparen, Maar heel zijn leger vernielen!
3تیرانداز بر تیرانداز و برآنکه به زره خویش مفتخر می‌باشد تیر خود رابیندازد. و بر جوانان آن ترحم منمایید بلکه تمام لشکر آن را بالکل هلاک سازید.
4Ze moeten worden neergesabeld in het land der Chaldeën, Op zijn straten worden doorstoken;
4و ایشان بر زمین کلدانیان مقتول و در کوچه هایش مجروح خواهند افتاد.
5Israël wordt niet als weduwe achtergelaten, Juda niet door zijn God, Door Jahweh der heirscharen! Want hun land is beladen met schuld Tegen Israëls Heilige!
5زیرا که اسرائیل و یهودا از خدای خویش یهوه صبایوت متروک نخواهند شد، اگرچه زمین ایشان از گناهی که به قدوس اسرائیل ورزیده‌اند پر شده است.
6Vlucht allen uit Babel, redt uw leven, Komt niet om door zijn schuld; Want het is de tijd van Jahweh’s wraak, Hij vergeldt het, wat het verdient.
6از میان بابل بگریزید وهر کس جان خود را برهاند مبادا در گناه آن هلاک شوید. زیرا که این زمان انتقام خداوند است و اومکافات به آن خواهد رسانید.
7Een gouden beker in Jahweh’s hand is Babel geweest: De hele aarde maakte het dronken; De volken slurpten van zijn wijn, Ze zijn er dol van geworden.
7بابل در دست خداوند جام طلایی است که تمام جهان را مست می‌سازد. امت‌ها از شرابش نوشیده، و از این جهت امت‌ها دیوانه گردیده‌اند.
8Maar plotseling is Babel gevallen, gebroken! Heft er een weeklacht over aan; Gaat balsem halen voor zijn pijn, Misschien geneest het nog.
8بابل به ناگهان افتاده و شکسته شده است برای آن ولوله نمایید. بلسان به جهت جراحت آن بگیرید که شاید شفایابد.
9We willen Babel genezen, Maar het is niet te helpen. Laat het liggen; gaat heen, Ieder van ons naar zijn eigen land! Want zijn misdaad reikt tot de hemel, En verheft zich tot aan de wolken:
9بابل را معالجه نمودیم اما شفا نپذیرفت. پس آن را ترک کنید و هر کدام از ما به زمین خودبرویم زیرا که داوری آن به آسمانها رسیده و به افلاک بلند شده است.
10Maar Jahweh laat òns recht wedervaren! Komt, laten we in Sion verkonden, Het werk van Jahweh, onzen God:
10خداوند عدالت ما رامکشوف خواهد ساخت. پس بیایید و اعمال یهوه خدای خویش را در صهیون اخبار نماییم.
11De pijlen gescherpt, de kokers gevuld! Jahweh heeft den koning van Medië in woede ontstoken; Want Hij heeft de verwoesting van Babel besloten: Dat is Jahweh’s wraak, de wraak voor zijn tempel!
11تیرها را تیز کنید و سپرها را به‌دست گیرید زیرا خداوند روح پادشاهان مادیان را برانگیخته است و فکر او به ضد بابل است تا آن را هلاک سازد. زیرا که این انتقام خداوند و انتقام هیکل اومی باشد.
12De banier tegen Babels wallen geheven, de wachten versterkt, De posten uit, de verspieders geplaatst! Want Jahweh voltrekt wat Hij heeft besloten, Wat Hij tegen de bewoners van Babel heeft beslist.
12بر حصارهای بابل، علمها برافرازیدو آن را نیکو حراست نموده، کشیکچیان قراردهید و کمین بگذارید. زیرا خداوند قصد نموده وهم آنچه را که درباره ساکنان بابل گفته به عمل آورده است.
13Gij, die aan machtige wateren woont, In overvloedige weelde: Uw einde is gekomen, Uw schrapen is uit!
13‌ای که بر آبهای بسیار ساکنی و ازگنجها معمور می‌باشی! عاقبت تو و نهایت طمع تو رسیده است!
14Want Jahweh der heirscharen Heeft bij Zichzelven gezworen: Al heb Ik u met mensen volgepropt als met kevers, Men heft de zegekreet over u aan!
14یهوه صبایوت به ذات خودقسم خورده است که من تو را از مردمان مثل ملخ پر خواهم ساخت و بر تو گلبانگ خواهند زد.
15Hij heeft de aarde gemaakt door zijn kracht, De wereld gegrond door zijn wijsheid, Door zijn verstand de hemel gespannen.
15«او زمین را به قوت خود ساخت و ربع مسکون را به حکمت خویش استوار نمود. وآسمانها را به عقل خود گسترانید.
16Als Hij zijn donder laat rollen, En de wateren in de hemel doet bruisen, Als Hij de wolken omhoogtrekt van de grenzen der aarde, Zijn bliksems omsmeedt in regen, En de storm uit zijn schatkamers haalt:
16چون آوازمی دهد غوغای آبها در آسمان پدید می‌آید. ابرها از اقصای زمین برمی آورد و برقها برای باران می‌سازد و باد را از خزانه های خود بیرون می‌آورد.
17Staan alle mensen verstomd en verbluft, Schaamt elke gieter zich over zijn beeld! Want zijn gietsel is leugen, Geen geest woont er in.
17جمیع مردمان وحشی‌اند و معرفت ندارند و هر‌که تمثالی می‌سازد خجل خواهدشد. زیرا که بت ریخته شده او دروغ است و در آن هیچ نفس نیست.
18Ze zijn maar een waan, een belachelijk maaksel, Die te gronde gaan, als hun tijd is gekomen.
18آنها باطل و کار مسخره می‌باشد. در روزی که به محاکمه می‌آیند تلف خواهند شد.
19Neen, aan hen is Jakobs Deel niet gelijk, Want Hij is de Schepper van alles, En Israël is zijn stam en zijn erfdeel, Jahweh der heirscharen is zijn Naam!
19او که نصیب یعقوب است مثل آنها نمی باشد. زیرا که او سازنده همه موجودات است و (اسرائیل ) عصای میراث وی است و اسم او یهوه صبایوت می‌باشد.
20Tot moker zult ge Mij dienen, Tot knots in de strijd: Ik vermorzel volkeren met u, Ik verbrijzel koninkrijken met u;
20«تو برای من کوپال و اسلحه جنگ هستی. پس از تو امت‌ها را خرد خواهم ساخت و از توممالک را هلاک خواهم نمود.
21Ik vermorzel paarden en ruiters met u, Ik vermorzel wagen en menner met u,
21و از تو اسب و سوارش را خرد خواهم ساخت و از تو ارابه وسوارش را خرد خواهم ساخت.
22Ik vermorzel mannen en vrouwen met u, Ik vermorzel grijsaards en kinderen met u! Ik vermorzel jongens en meisjes met u,
22و از تو مرد وزن را خرد خواهم ساخت و از تو پیر و طفل راخرد خواهم ساخت و از تو جوان و دوشیزه راخرد خواهم ساخت.
23Ik vermorzel herders en kudde met u, Ik vermorzel boeren en ossen met u, Ik vermorzel landvoogd en stadvoogd met u!
23و از تو شبان و گله‌اش راخرد خواهم ساخت. و از تو خویشران و گاوانش را خرد خواهم ساخت. و از تو حاکمان و والیان راخرد خواهم ساخت.
24Zo zal Ik Babel vergelden, En alle bewoners van Chaldea, Al het kwaad, dat zij tegen Sion hebben bedreven, Voor onze ogen, is de godsspraak van Jahweh!
24و خداوند می‌گوید: به بابل و جمیع سکنه زمین کلدانیان جزای تمامی بدی را که ایشان به صهیون کرده‌اند در نظر شماخواهم رسانید.
25Ik zal u, Berg, die de hele aarde vergruisde! Ik steek mijn hand naar u uit: Ik rol u van de rotsen omlaag, En maak van u een vlammende berg.
25اینک خداوند می‌گوید: ای کوه مخرب که تمامی جهان را خراب می‌سازی من به ضد تو هستم! و دست خود را بر تو بلندکرده، تو را از روی صخره‌ها خواهم غلطانید و تورا کوه سوخته شده خواهم ساخت!
26Men zal uit u geen hoeksteen halen, Geen steen voor een grondslag; Maar ge zult een eeuwige wildernis zijn, Is de godsspraak van Jahweh!
26و از توسنگی به جهت سر زاویه یا سنگی به جهت بنیادنخواهند گرفت، بلکه خداوند می‌گوید که توخرابی ابدی خواهی شد.
27Heft de banier in het land, Steekt de bazuin onder de naties; Voert volken tegen hem aan voor de heilige strijd, Roept koninkrijken tegen hem op. Ararat, Minni, Asjkenaz: Stuurt er de horden op af, Jaagt er de paarden op aan Als stekende kevers.
27«علمها در زمین برافرازید و کرنا در میان امت‌ها بنوازید. امت‌ها را به ضد او حاضر سازیدو ممالک آرارات و منی و اشکناز را بر وی جمع کنید. سرداران به ضد وی نصب نمایید و اسبان رامثل ملخ مودار برآورید.
28Voert volken tegen hem aan voor de heilige strijd: Den koning van Medië, Met zijn landvoogden en alle gebieders, Met heel het land, waarover hij heerst.
28امت‌ها را به ضد وی مهیا سازید. پادشاهان مادیان و حاکمانش وجمیع والیانش و تمامی اهل زمین سلطنت او را.
29Daar beeft en siddert de aarde; Want Jahweh’s plannen tegen Babel worden voltrokken: Om het land van Babel tot een steppe te maken, Waar niemand woont.
29و جهان متزلزل و دردناک خواهد شد. زیرا که فکرهای خداوند به ضد بابل ثابت می‌ماند تا زمین بابل را ویران و غیرمسکون گرداند.
30De helden van Babel staken de strijd, En sluiten zich op in de burchten; Hun moed is verdwenen, vrouwen zijn ze geworden, De krijgers van schrik overmand.
30و شجاعان بابل از جنگ دست برمی دارند و در ملاذهای خویش می‌نشینند و جبروت ایشان زایل شده، مثل زن گشته‌اند و مسکنهایش سوخته وپشت بندهایش شکسته شده است.
31De ene renner volgt op den ander, Bode na bode, Om den koning van Babel te melden, Dat zijn stad van alle kant is genomen.
31قاصد برابر قاصد و پیک برابر پیک خواهد دوید تا پادشاه بابل را خبر دهد که شهرش از هر طرف گرفته شد.
32Dat de veren bezet zijn De kanalen verdroogd, Zijn paleizen in brand, Zijn grendels gebroken.
32معبرها گرفتار شد و نی‌ها را به آتش سوختندو مردان جنگی مضطرب گردیدند.
33Want zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Babels dochter is een dorsvloer, Wanneer men dien stampt; Nog een korte tijd, Dan komt haar oogst!
33«زیرا که یهوه صبایوت خدای اسرائیل چنین می‌گوید: دختر بابل مثل خرمن در وقت کوبیدنش شده است و بعد از اندک زمانی وقت درو بدو خواهد رسید.
34De koning van Babel heeft ons verslonden en verteerd, Ons weggegooid als een lege kruik, Als een draak ons naar binnen geslokt, Met onze beste stukken zijn buik gevuld en ons uitgeworpen.
34نبوکدرصر پادشاه بابل مرا خورده و تلف کرده است و مرا ظرف خالی ساخته مثل اژدها مرا بلعیده، شکم خود را ازنفایس من پر کرده و مرا مطرود نموده است.
35Mijn gemarteld vlees kome over Babel, Zegt de bevolking van Sion; Mijn bloed over Chaldea’s bewoners, Mag Jerusalem zeggen.
35وساکنه صهیون خواهد گفت ظلمی که بر من و برجسد من شده بر بابل فرود شود. و اورشلیم خواهد گفت: خون من بر ساکنان زمین کلدانیان وارد آید.
36Daarom spreekt Jahweh: Ik neem het voor u op, en zal u wreken; Zijn zee leg Ik droog, zijn bron put Ik uit.
36بنابراین خداوند چنین می‌گوید: اینک من دعوی تو را به انجام خواهم رسانید وانتقام تو را خواهم کشید و نهر او را خشک ساخته، چشمه‌اش را خواهم خشکانید.
37Babel zal een puinhoop worden, een jakhalzen-hol, Een verschrikking en hoon, en zonder bewoners.
37و بابل به تلها و مسکن شغالها و محل دهشت و مسخره مبدل شده، احدی در آن ساکن نخواهد شد.
38In koor zullen ze brullen als jonge leeuwen, En grommen als leeuwenwelpen;
38مثل شیران با هم غرش خواهند کرد و مانندشیربچگان نعره خواهند زد.
39In hun brandende dorst richt Ik een drinkgelag voor hen aan, En maak ze dronken, tot ze bedwelmd zijn. Dan blijven ze slapen voor eeuwig, En ontwaken niet meer, is de godsspraak van Jahweh;
39و خداوندمی گوید: هنگامی که گرم شوند برای ایشان بزمی برپا کرده، ایشان را مست خواهم ساخت تا وجدنموده، به خواب دایمی بخوابند که از آن بیدارنشوند.
40Ik sleep ze ter slachtbank als lammeren, Als rammen en bokken.
40و ایشان را مثل بره‌ها و قوچها و بزهای نر به مسلخ فرود خواهم آورد.
41Hoe is Sjesjak, de roem van heel de aarde, genomen, veroverd; Hoe is Babel een afschuw onder de volken geworden!
41چگونه شیشک گرفتار شده و افتخار تمامی جهان تسخیر گردیده است! چگونه بابل در میان امت‌ها محل دهشت گشته است!
42De zee slaat over Babel heen, Het ligt onder haar bruisende baren bedolven.
42دریا بر بابل برآمده و آن به کثرت امواجش مستور گردیده است.
43Zijn steden zijn een steppe geworden, Een dorre en verlaten woestijn, Een land, waar niemand woont, Waar geen mens meer doorheen trekt.
43شهرهایش خراب شده، به زمین خشک و بیابان مبدل گشته.
44Zo zal Ik Bel in Babel straffen: Ik ruk zijn prooi uit zijn muil; De volken stromen niet meer naar hem heen, De muur van Babel blijft liggen.
44و من بیل را در بابل سزا خواهم داد و آنچه را که بلعیده است ازدهانش بیرون خواهم آورد. و امت‌ها بار دیگر به زیارت آن نخواهند رفت و حصار بابل خواهدافتاد.
45Er uit, mijn volk, redt allen uw leven Voor de grimmige woede van Jahweh!
45«ای قوم من از میانش بیرون آیید و هر کدام جان خود را از حدت خشم خداوند برهانید.
46Houdt moed, en weest niet bevreesd Voor de geruchten in het land, die ge hoort. Want het éne jaar komt het éne gerucht, Het volgend jaar weer een ander: “Geweld in het land, Tyran tegenover tyran!”
46ودل شما ضعف نکند و از آوازه‌ای که در زمین مسموع شود مترسید. زیرا که درآن سال آوازه‌ای شنیده خواهد شد و در سال بعد از آن آوازه‌ای دیگر. و در زمین ظلم خواهد شد و حاکم به ضدحاکم (خواهد برآمد).
47Waarachtig, de dagen gaan komen, Dat Ik de afgodsbeelden van Babel bestraf, Dat heel zijn land zal stinken Van al zijn lijken, die er op liggen.
47بنابراین اینک ایامی می‌آید که به بتهای بابل عقوبت خواهم رسانید وتمامی زمینش خجل خواهد شد و جمیع مقتولانش در میانش خواهند افتاد.
48Dan heffen hemel en aarde met wat ze bevatten Een juichlied aan over Babel, Als uit het noorden de vernielers op hem af zijn gekomen, Is de godsspraak van Jahweh!
48اما آسمانهاو زمین و هر‌چه در آنها باشد بر بابل ترنم خواهندنمود. زیرا خداوند می‌گوید که غارت کنندگان ازطرف شمال بر او خواهند آمد.
49Ja, Babel zal vallen Voor Israëls doden, Zoals voor Babel de doden vielen Over heel de aarde.
49چنانکه بابل باعث افتادن مقتولان اسرائیل شده است، همچنین مقتولان تمامی جهان دربابل خواهندافتاد.
50Gij, die aan het zwaard zijt ontkomen, Trekt weg, en houdt u niet op; Herinnert u Jahweh in verre gewesten, Denkt aan Jerusalem terug!
50‌ای کسانی که از شمشیر رستگار شده ایدبروید و توقف منمایید و خداوند را از جای دورمتذکر شوید و اورشلیم را به‌خاطر خود آورید.»
51Thans staan wij te schande, en horen de smaad, En bedekt de schaamte ons gelaat, Omdat vreemdelingen zijn binnengedrongen In het heiligdom van Jahweh’s huis.
51ما خجل گشته‌ایم زانرو که عار را شنیدیم ورسوایی چهره ما را پوشانیده است. زیرا که غریبان به مقدسهای خانه خداوند داخل شده‌اند.
52Maar waarachtig, de dagen gaan komen, Is de godsspraak van Jahweh, Dat Ik zijn afgodsbeelden zal straffen, Dat de gewonden kermen over heel zijn gebied.
52بنابراین خداوند می‌گوید: «اینک ایامی می‌آیدکه به بتهایش عقوبت خواهم رسانید و در تمامی زمینش مجروحان ناله خواهند کرد.
53Al verheft zich Babel tot de hemel, Al maakt het zijn burcht ontoegankelijk hoog: Ik zend de vernielers op hem af, Is de godsspraak van Jahweh!
53اگر‌چه بابل تا به آسمان خویشتن را برافرازد و اگر‌چه بلندی قوت خویش را حصین نماید، لیکن خداوند می‌گوید: غارت کنندگان از جانب من براو خواهند آمد.
54Hoort, gejammer uit Babel, Grote verwoesting in het land der Chaldeën;
54صدای غوغا از بابل می‌آید وآواز شکست عظیمی از زمین کلدانیان.
55Want Jahweh heeft Babel vernield, En al zijn drukte verstomd. Daar bruisen hun golven Als machtige wateren, Daar davert reeds hun krijgsgeschreeuw;
55زیراخداوند بابل را تاراج می‌نماید و صدای عظیم رااز میان آن نابود می‌کند و امواج ایشان مثل آبهای بسیار شورش می‌نماید و صدای آواز ایشان شنیده می‌شود.
56De vernieler valt op Babel aan! Zijn helden gevangen, Zijn bogen in stukken: Want Jahweh is een God der vergelding, Die loon geeft naar werken.
56زیرا که بر آن یعنی بر بابل غارت کننده برمی آید و جبارانش گرفتار شده، کمانهای ایشان شکسته می‌شود. چونکه یهوه خدای مجازات است و البته مکافات خواهدرسانید.
57Ik maak zijn vorsten en wijzen dronken, Zijn landvoogden, bestuurders en helden; Ze slapen voor eeuwig en ontwaken niet meer, Is de godsspraak des Konings: Jahweh der heirscharen is zijn Naam!
57و پادشاه که اسم او یهوه صبایوت است می‌گوید که من سروران و حکیمان وحاکمان و والیان و جبارانش را مست خواهم ساخت و به خواب دایمی که از آن بیدار نشوند، خواهند خوابید.
58De dikke muren van Babel worden gesloopt tot de grond, Zijn hoge poorten door het vuur verteerd: Zo hebben de volken voor niets gezwoegd, De naties zich afgetobd voor het vuur!
58یهوه صبایوت چنین می‌گویدکه حصارهای وسیع بابل بالکل سرنگون خواهدشد و دروازه های بلندش به آتش سوخته خواهدگردید و امت‌ها به جهت بطالت مشقت خواهندکشید و قبایل به جهت آتش خویشتن را خسته خواهند کرد.»
59De opdracht, die de profeet Jeremias gaf aan Seraja, den zoon van Neri-ja, zoon van Machseja, toen deze namens Sedekias, den koning van Juda, in het vierde jaar zijner regering naar Babel ging. Seraja was schattingbeambte.
59کلامی که ارمیا نبی به‌سرایا ابن نیریا ابن محسیا مرا فرمود هنگامی که او با صدقیاپادشاه یهودا در سال چهارم سلطنت وی به بابل می‌رفت. و سرایا رئیس دستگاه بود.
60Jeremias had al de rampen, die Babel zouden treffen, in een boek opgetekend: het waren al de woorden, die hij over Babel geschreven had.
60و ارمیاتمام بلا را که بر بابل می‌بایست بیاید در طوماری نوشت یعنی تمامی این سخنانی را که درباره بابل مکتوب است.
61Nu zeide Jeremias tot Seraja: Wanneer ge in Babel zijt aangekomen, moet ge al deze woorden hardop lezen.
61و ارمیا به‌سرایا گفت: «چون به بابل داخل شوی، آنگاه ببین و تمامی این سخنان را بخوان.
62Dan moet ge zeggen: “Jahweh, Gij zelf hebt deze plaats met vernieling bedreigd, zodat er niets, geen mens en geen beest, meer zal wonen, maar het een eeuwige steppe zal zijn!”
62و بگو: ای خداوند تو درباره این مکان فرموده‌ای که آن را هلاک خواهی ساخت به حدی که احدی از انسان یا از بهایم در آن ساکن نشود بلکه خرابه ابدی خواهد شد.
63Zodra ge het boek hebt uitgelezen, moet ge er een steen aan binden, het midden in de Eufraat werpen,
63و چون ازخواندن این طومار فارغ شدی، سنگی به آن ببندو آن را به میان فرات بینداز.
64en zeggen: “Zo zal Babel verzinken, en niet weer bovenkomen door het onheil, dat Ik er over uitstort!” Tot zover de woorden van Jeremias.
64و بگو همچنین بابل به‌سبب بلایی که من بر او وارد می‌آورم، غرق خواهد گردید و دیگر برپا نخواهد شد و ایشان خسته خواهند شد.» تا اینجا سخنان ارمیا است.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.