Prediker 8
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Wie is er aan den wijze gelijk; Wie kent de verklaring der dingen? ‘s Mensen wijsheid doet zijn aangezicht stralen, En verandert de stuursheid van zijn gelaat.
1ใครเล่าจะเหมือนคนมีปัญญา? ใครรู้ความหมายของเรื่องต่าง ๆ? ปัญญาทำให้ใบหน้าคนผ่องใส และทำให้สีหน้าที่แข็งกระด้างของเขาอ่อนลง
2Neem het bevel van den koning in acht, Om de aan God gezworen eed;
2ฉันว่า “จงทำตามคำสั่งของกษัตริย์!” ที่กล่าวเช่นนี้ก็เพราะคำสาบานที่ให้ไว้ต่อพระเจ้า
3Val niet roekeloos van hem af, En laat u niet in met gevaarlijke zaken. Want de koning doet, wat hij wil; Zijn woord is oppermachtig;
3อย่ารีบผละจากกษัตริย์ อย่าดึงดันทำสิ่งชั่วร้าย เพราะกษัตริย์ทำตามที่ตนพอใจ
4Wie kan hem zeggen: wat doet gij?
4คำของกษัตริย์มีอำนาจสูงสุด ใครจะถามได้ว่า “ท่านกำลังทำอะไร?”
5Wie de wet onderhoudt, zal geen kwaad ondervinden. Een verstandig mens denkt aan de tijd van het oordeel;
5คนที่ทำตามคำสั่งจะไม่ประสบอันตราย และด้วยปัญญา เขาจะรู้เวลาและวิธีปฏิบัติ
6Want de tijd van het oordeel breekt voor iedereen aan. Maar de boosheid legt een benauwende druk op den mens;
6ทุกเรื่องมีเวลาและวิธีปฏิบัติ แม้มนุษย์จะต้องแบกความทุกข์อันหนักหน่วง
7Want hij weet niet, wat hem nog wacht, En niemand kan hem zeggen, wanneer het zal komen.
7เขาไม่รู้ว่าจะเกิดอะไรขึ้น แล้วใครจะบอกเขาได้ว่าจะเป็นอย่างไร?
8Geen mens is meester van zijn leven, Niemand heeft de levensgeest in zijn macht; Hij is geen heer over de dag van zijn dood. Niemand wordt vrijgesteld van die strijd, En zeker wordt niemand gered door zijn slechtheid.
8ไม่มีใครมีอำนาจเหนี่ยวรั้งลมหายใจของตนไว้ได้ และไม่มีใครมีอำนาจเหนือวันตาย ในสงครามไม่มีการปลดประจำการ และความชั่วร้ายก็ช่วยคนที่ทำชั่วให้รอดไม่ได้
9Dit alles heb ik gezien, Toen ik aandacht schonk aan alles, Wat er onder de zon gebeurt. Soms gebruikt de mens zijn macht tot nadeel van anderen.
9ฉันเห็นเรื่องทั้งหมดนี้แล้ว และตั้งใจพิจารณาการกระทำทุกอย่างภายใต้ดวงอาทิตย์ มีเวลาที่คนหนึ่งใช้อำนาจเหนืออีกคนจนเกิดผลร้าย
10Zo zag ik, dat goddelozen een begrafenis kregen, Terwijl zij, die goed hadden gehandeld, Ver van de heilige plaats moesten wegtrekken, En in de stad werden vergeten. Ook dat is ijdelheid!
10แล้วฉันก็เห็นคนชั่วถูกฝัง คนเหล่านี้เคยเข้าออกสถานศักดิ์สิทธิ์ แล้วพวกเขาก็จากไปและถูกลืมในเมืองที่เคยทำเช่นนั้น นี่ก็เป็นความว่างเปล่าเช่นกัน
11Omdat de straf niet onmiddellijk op de zonde volgt, Daarom zint het hart van den mens op kwaad.
11เพราะการทำชั่วไม่ได้รับโทษอย่างรวดเร็ว ใจมนุษย์จึงมุ่งทำชั่วอย่างเต็มที่
12Maar al blijft soms de zondaar lange tijd leven, Ofschoon hij honderdmaal kwaad doet: Toch weet ik zeker, dat het hùn goed gaat, Die Gods aanschijn vrezen.
12แม้คนทำบาปจะก่ออาชญากรรมร้อยครั้งและยังมีอายุยืน แต่ฉันรู้แน่ว่า คนที่ยำเกรงพระเจ้าและเคารพพระองค์จะอยู่ดีกว่า
13Maar den zondaar gaat het niet goed; Zijn dagen worden vluchtig als een schaduw, Omdat hij Gods aanschijn niet vreest.
13แต่คนชั่วจะไม่อยู่ดี และจะไม่ยืดวันเวลาของตนให้ยาวออกไปเหมือนเงา เพราะเขาไม่ยำเกรงพระเจ้า
14Toch doet zich op aarde deze ijdelheid voor: Soms gaat het de braven naar de werken der bozen, En de zondaars soms naar de werken der braven. En ik dacht: ook dat is ijdelheid.
14มีความว่างเปล่าอย่างหนึ่งเกิดขึ้นบนแผ่นดิน คนชอบธรรมกลับได้รับผลอย่างที่คนชั่วควรได้จากการกระทำของตน และคนชั่วกลับได้รับผลอย่างที่คนชอบธรรมควรได้จากการกระทำของตน ฉันว่านี่ก็เป็นความว่างเปล่าเช่นกัน
15Daarom prees ik de vreugde; Want er is voor den mens geen ander geluk onder de zon, Dan te eten en te drinken en zich te verheugen. Moge dit bij zijn zwoegen hem steeds vergezellen Alle levensdagen, die God hem geeft onder de zon.
15ฉันจึงยกย่องความรื่นเริง เพราะภายใต้ดวงอาทิตย์ ไม่มีอะไรดีสำหรับมนุษย์ไปกว่าการกิน การดื่ม และการมีความสุข ความยินดีนี้จะอยู่กับเขาขณะตรากตรำทำงาน ตลอดชีวิตที่พระเจ้าให้เขามีภายใต้ดวงอาทิตย์
16Toen ik mij beijverde, wijsheid te verwerven, En de moeite bezag, die de mens zich op aarde getroost, En hoe dag en nacht zijn ogen geen slaap zien:
16เมื่อฉันตั้งใจเรียนรู้ปัญญา และสังเกตกิจการต่าง ๆ ที่ทำกันบนแผ่นดิน (แม้จะไม่หลับไม่นอนทั้งกลางวันกลางคืน)
17Toen begreep ik, dat het enkel Gods werk is, En dat de mens geen verklaring kan vinden Van wat er plaats grijpt onder de zon. Daarom tobt de mens zich af met zoeken, Maar hij zal het niet vinden; En al meent de wijze het ook te verstaan, Hij kan het niet vatten.
17ฉันก็เห็นการกระทำทั้งหมดของพระเจ้า และเห็นว่ามนุษย์ไม่อาจหยั่งรู้สิ่งที่ทำกันภายใต้ดวงอาทิตย์ ไม่ว่าจะตรากตรำค้นหาเพียงใดก็ไม่อาจค้นพบ แม้คนมีปัญญาคิดว่าตนเข้าใจได้ ก็ยังไม่อาจค้นพบ
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.