2 Koningen
Chapter 13
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1In het drie en twintigste jaar der regering van Joasj, den zoon van Achazja, over Juda, werd Joachaz, de zoon van Jehoe, koning van Israël. Hij regeerde zeventien jaar te Samaria.
1猶大 王 亞哈謝 的兒子 約阿施 二十三年, 耶戶 的兒子 約哈斯 在 撒馬利亞 登基作 以色列 王十七年。
2Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh en brak niet met de zonde, waartoe Jeroboam, de zoon van Nebat, Israël had verleid.
2約哈斯 行耶和華眼中看為惡的事,效法 尼八 的兒子 耶羅波安 使 以色列 人陷在罪裏的那罪,總不離開。
3Daarom ontstak Jahweh in toorn tegen Israël, en leverde Hij het voortdurend over aan koning Chazaël van Aram en aan zijn zoon Ben-Hadad.
3於是,耶和華的怒氣向 以色列 人發作,將他們屢次交在 亞蘭 王 哈薛 和他兒子 便‧哈達 的手裏。
4Maar Joachaz vermurwde Jahweh, en Jahweh verhoorde hem; want Hij zag, hoe de koning van Aram Israël verdrukte.
4約哈斯 懇求耶和華,耶和華就應允他,因為見 以色列 人所受 亞蘭 王的欺壓。
5Daarom gaf Jahweh aan de Israëlieten een redder, die hen uit de handen der Arameën verloste, zodat ze weer in hun tenten woonden als vroeger.
5耶和華賜給 以色列 人一位拯救者,使他們脫離 亞蘭 人的手;於是 以色列 人仍舊安居在家裏。
6Toch hielden ze niet op met de zonde, waartoe het huis van Jeroboam Israël had verleid. Daarin bleven ze volharden. Ook de heilige zuil te Samaria bleef staan.
6然而他們不離開 耶羅波安 家使 以色列 人陷在罪裏的那罪,仍然去行,並且在 撒馬利亞 留下 亞舍拉 。
7Behalve vijftig ruiters, tien strijdwagens en tienduizend voetknechten, liet de koning van Aram aan Joachaz geen krijgsvolk; hij had de rest te gronde gericht en als stof vertrapt.
7亞蘭 王滅絕 約哈斯 的民,踐踏他們如禾場上的塵沙,只給 約哈斯 留下五十馬兵,十輛戰車,一萬步兵。
8De verdere geschiedenis van Joachaz, met al zijn daden en krijgsverrichtingen, is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Israël.
8約哈斯 其餘的事,凡他所行的和他的勇力都寫在 以色列 諸王記上。
9Joachaz ging bij zijn vaderen te ruste, en werd te Samaria begraven. Zijn zoon Joasj volgde hem op.
9約哈斯 與他列祖同睡,葬在 撒馬利亞 。他兒子 約阿施 接續他作王。
10In het zeven en dertigste jaar der regering van Joasj over Juda, werd Joasj, de zoon van Joachaz, koning van Israël. Hij regeerde zestien jaar te Samaria.
10猶大 王 約阿施 三十七年, 約哈斯 的兒子 約阿施 在 撒馬利亞 登基作 以色列 王十六年。
11Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh, en brak niet met de zonde, waartoe Jeroboam, de zoon van Nebat, Israël had verleid, maar hij bleef er mee voortgaan.
11他行耶和華眼中看為惡的事,不離開 尼八 的兒子 耶羅波安 使 以色列 人陷在罪裏的一切罪,仍然去行。
12De verdere geschiedenis van Joasj, met al zijn daden en krijgsverrichtingen, en met de oorlog, die hij tegen Amas-ja, den koning van Juda, heeft gevoerd, is beschreven in het boek der kronieken van de koningen van Israël.
12約阿施 其餘的事,凡他所行的和他與 猶大 王 亞瑪謝 爭戰的勇力,都寫在 以色列 諸王記上。
13Joasj ging bij zijn vaderen te ruste, en Jeroboam besteeg zijn troon. Joasj werd te Samaria bij de koningen van Israël begraven.
13約阿施 與他列祖同睡, 耶羅波安 坐了他的位。 約阿施 與 以色列 諸王一同葬在 撒馬利亞 。
14Toen Eliseus was aangetast door de ziekte, waaraan hij sterven zou, kwam koning Joasj van Israël hem bezoeken, en riep al wenende uit: Vader, vader, Israëls strijdwagens en ruiterij!
14以利沙 得了必死的病, 以色列 王 約阿施 下來看他,伏在他臉上哭泣,說:「我父啊!我父啊! 以色列 的戰車馬兵啊!」
15Eliseus beval hem: Neem pijl en boog! Joasj deed het.
15以利沙 對他說:「你取弓箭來。」王就取了弓箭來;
16En hij vervolgde tot den koning van Israël: Span met uw hand de boog! Ook dit deed hij. Nu legde Eliseus zijn handen op die van den koning,
16又對 以色列 王說:「你用手拿弓。」王就用手拿 弓 。 以利沙 按手在王的手上,
17en sprak: Open het venster aan de oostkant. En toen het venster open stond, beval hij: Schiet! De koning schoot, en Eliseus sprak: Een overwinningspijl van Jahweh; een pijl van overwinning op Aram! Gij zult de Arameën bij Afek verslaan.
17說:「你開朝東的窗戶。」他就開了。 以利沙 說:「射箭吧!」他就射箭。 以利沙 說:「這是耶和華的得勝箭,就是戰勝 亞蘭 人的箭;因為你必在 亞弗 攻打 亞蘭 人,直到滅盡他們。」
18Nu sprak hij: Neem de pijlen! En toen de koning van Israël ze in de hand had, zeide hij: Sla er mee op de grond! Drie maal sloeg de koning er mee op de grond; toen hield hij op.
18以利沙 又說:「取幾枝箭來。」他就取了來。 以利沙 說:「打地吧!」他打了三次,便止住了。
19Verstoord sprak de godsman: Hadt ge vijf of zes maal geslagen, dan zoudt ge de Arameën verslagen hebben tot verdelgens toe; nu zult ge ze slechts drie maal verslaan.
19神人向他發怒,說:「應當擊打五六次,就能攻打 亞蘭 人直到滅盡;現在只能打敗 亞蘭 人三次。」
20Eliseus stierf en werd begraven. In die tijd drongen er elk jaar moabietische benden in het land.
20以利沙 死了,人將他葬埋。到了新年,有一群 摩押 人犯境,
21Toen nu enige mannen eens bezig waren, iemand te begraven, zagen zij opeens zulk een bende. Daarom wierpen zij den dode in het graf van Eliseus, en liepen weg. Maar zodra de man het gebeente van Eliseus aanraakte, werd hij weer levend, en stond recht overeind.
21有人正葬死人,忽然看見一群人,就把死人拋在 以利沙 的墳墓裏,一碰着 以利沙 的骸骨,死人就復活,站起來了。
22Chazaël, de koning van Aram, bleef de Israëlieten verdrukken, zolang Joachaz leefde.
22約哈斯 年間, 亞蘭 王 哈薛 屢次欺壓 以色列 人。
23Daarna kreeg Jahweh medelijden met hen en zag genadig op hen neer, ter wille van zijn verbond met Abraham, Isaäk en Jakob. Hij wilde hen niet verdelgen; want Hij had hen nog niet van zijn aanschijn verworpen.
23耶和華卻因與 亞伯拉罕 、 以撒 、 雅各 所立的約,仍施恩給 以色列 人,憐恤他們,眷顧他們,不肯滅盡他們,尚未趕逐他們離開自己面前。
24Na de dood van Chazaël, den koning van Aram, volgde zijn zoon Ben-Hadad hem op.
24亞蘭 王 哈薛 死了,他兒子 便‧哈達 接續他作王。
25Toen heroverde Joasj, de zoon van Joachaz, op Ben-Hadad, den zoon van Chazaël, de steden die Ben-Hadads vader op Joachaz in de oorlog veroverd had. Joasj versloeg hem tot driemaal toe, en heroverde de israëlietische steden.
25從前 哈薛 和 約阿施 的父親 約哈斯 爭戰,攻取了些城邑,現在 約哈斯 的兒子 約阿施 三次打敗 哈薛 的兒子 便‧哈達 ,就收回了 以色列 的城邑。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.