1 Korintiers 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Men moet ons zonder meer als dienaars van Christus beschouwen, en beheerders van Gods geheimenissen.
1Тако да нас држе људи као слуге Христове и приставе тајна Божијих.
2Welnu, van de beheerders wordt slechts gevorderd, dat ze trouw worden bevonden.
2А од пристава се не тражи више ништа, него да се ко веран нађе.
3En dàn is er mij weinig aan gelegen, of ik door u of een menselijk gericht word geoordeeld. Ja, ik oordeel mezelf niet eens;
3А ја мало марим што ме судите ви или човечији дан; а ни сам себе не судим.
4want wel ben ik mezelf niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd. De Heer is het, die mij oordeelt.
4Јер не знам ништа на себи; но зато нисам оправдан, али Онај који мене суди Господ је.
5Daarom, oordeelt niet vóór de tijd, niet voordat de Heer komt, die zowel de verborgenheden der duisternis aan het licht zal brengen, als de bedoelingen der harten openbaren. En dan zal een ieder lof ontvangen van God.
5Зато не судите ништа пре времена, докле Господ не дође, који ће изнети на видело што је сакривено у тами и објавиће савете срдачне и тада ће похвала бити сваком од Бога.
6Broeders, ik heb deze dingen toegepast op mijzelf en Apollo terwille van u, opdat gij in ons voorbeeld zoudt leren: “Niet boven hetgeen geschreven staat;” opdat de een zich niet opblaast ten voordele van een ander en ten nadele van een derde.
6А ово, браћо моја, приговорих себи и Аполу вас ради, да се од нас научите да не мислите за себе више него што је написано, и да се кога ради не надимате један на другог.
7Wie eigenlijk houdt u voor zo iets bijzonders? Of wat hebt ge, dat ge niet verkregen hebt? En zo ge het verkregen hebt, wat pocht ge dan, als hadt ge het niet verkregen?
7Јер ко тебе повишује? Шта ли имаш што ниси примио? А ако си примио, што се хвалиш као да ниси примио?
8Zeker wel, gij zijt reeds verzadigd! Nu reeds zijt gij rijk! Buiten ons om bezit gij het koningschap! Och, was het toch werkelijk waar, dat gij het koningschap bezat, dan mochten wij er misschien wel in delen!
8Ето сте сити, ето се обогатисте, без нас царујете. О да бисте царовали, да бисмо и ми с вама царовали!
9Want waarlijk, ik geloof, dat God ons, Apostelen, de laatste plaats heeft toegewezen, als ter dood veroordeelden; want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen!
9Јер мислим да Бог нас апостоле најстражње постави, као оне који су на смрт осуђени; јер бисмо гледање и свету и анђелима и људима.
10Wij, wij zijn dwazen terwille van Christus; gij echter wijzen in Christus. Wij zijn zwak, gij zijt sterk. Gij zijt geëerd, wij veracht.
10Ми смо будале Христа ради, а ви сте мудри у Христу; ми слаби, а ви јаки; ви славни, а ми срамотни.
11Tot op dit uur lijden we honger, dorst en naaktheid; we worden mishandeld, we zwerven rond;
11До овог часа и гладујемо, и трпимо жеђ, и голотињу, и муке и потуцамо се,
12in handenarbeid putten we ons uit. Worden we gescholden, we zegenen; worden we vervolgd, we verdragen het;
12и трудимо се радећи својим рукама. Кад нас псују, благосиљамо; кад нас гоне трпимо;
13worden we gelasterd, we spreken ten goede. Als uitvaagsel der wereld zijn we geworden, het grootste uitschot tot op de huidige dag.
13кад хуле на нас, молимо; постасмо као сметлиште света, по коме сви газе досад.
14Ik schrijf u deze dingen, niet om u te beschamen, maar om u terecht te wijzen, als mijn geliefde kinderen.
14Не пишем ја ово да посрамим вас, него вас учим као своју љубазну децу.
15Want al hadt gij ook tienduizend leermeesters in Christus, vele vaders hebt gij niet; ik heb u door het Evangelie in Jesus Christus verwekt.
15Јер ако имате и триста учитеља у Христу, али немате много отаца. Јер вас ја у Христу Исусу родих јеванђељем.
16En daarom smeek ik u: weest mijn navolgers.
16Него вас молим, угледајте се на мене као и ја на Христа.
17Om dezelfde reden heb ik Timóteus naar u toe gezonden, die mijn geliefde en getrouwe zoon is in den Heer; hij zal u mijn wegen in Christus in herinnering brengen, zoals ik ze overal in alle kerken leer.
17Зато послах к вама Тимотија, који ми је син љубазни и верни у Господу; он ће вам опоменути путеве моје који су у Христу Исусу, као што свуда и у свакој цркви учим.
18Sommigen zijn verwaand in de overtuiging, dat ik toch niet bij u kom.
18Неки се надуше као да ја нећу доћи к вама.
19Toch zal ik spoedig bij u komen, zo de Heer het wil; dan zal ik me eens op de hoogte stellen, niet van het woord van die verwaanden, maar van hun kracht.
19Али ћу вам доћи скоро, ако Бог да, и нећу гледати на речи оних што су се надули, него на силу.
20Want het koninkrijk Gods bestaat niet in woorden, maar in kracht.
20Јер царство Божије није у речи него у сили.
21Wat verkiest gij? Zal ik met de roede tot u komen, of met liefde en zachtmoedigheid?
21Шта хоћете? Да дођем к вама с прутом или с љубави и духом кротости?
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.