1 Korintiers
Chapter 15
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Old Persian Versio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Broeders, ik herinner u aan het Evangelie, dat ik u heb gepreekt, dat gij ook hebt aangenomen, waarop gij gegrondvest zijt,
1الان‌ای برادران، شما را از انجیلی که به شما بشارت دادم اعلام می‌نمایم که آن را هم پذیرفتید و در آن هم قایم می‌باشید،
2en waardoor gij zult worden gered, zo gij vasthoudt aan de zin, waarin ik het u heb verkondigd; in de veronderstelling althans, dat gij niet helemaal onnadenkend zijt gaan geloven.
2وبوسیله آن نیز نجات می‌یابید، به شرطی که آن کلامی را که به شما بشارت دادم، محکم نگاه دارید والا عبث ایمان آوردید.
3Want vóór alles heb ik u overgeleverd, wat ik zelf had ontvangen: Christus is voor onze zonden gestorven volgens de Schriften;
3زیرا که اول به شما سپردم، آنچه نیز یافتم که مسیح برحسب کتب در راه گناهان ما مرد،
4Hij is begraven, de derde dag is Hij verrezen volgens de Schriften;
4و اینکه مدفون شد ودر روز سوم برحسب کتب برخاست؛
5en Hij is verschenen aan Kefas, daarna aan de twaalf.
5و اینکه به کیفا ظاهر شد و بعد از آن به آن دوازده،
6Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, waarvan de meesten thans nog leven, en slechts enkelen zijn ontslapen.
6و پس ازآن به زیاده از پانصد برادر یک بار ظاهر شد که بیشتر از ایشان تا امروز باقی هستند اما بعضی خوابیده‌اند.
7Daarna is Hij verschenen aan Jakobus, toen aan alle Apostelen.
7از آن پس به یعقوب ظاهر شد و بعدبه جمیع رسولان.
8Het laatst van allen verscheen Hij aan mij als aan de misdracht.
8و آخر همه بر من مثل طفل سقطشده ظاهر گردید.
9Ja waarlijk, ik ben de allerminste der Apostelen, niet waardig Apostel genoemd te worden, daar ik Gods Kerk heb vervolgd;
9زیرا من کهترین رسولان هستم و لایق نیستم که به رسول خوانده شوم، چونکه برکلیسای خدا جفا می‌رسانیدم.
10maar door Gods genade ben ik, wat ik ben, en de genade, die Hij me schonk, is niet ijdel geweest, maar meer dan alle anderen heb ik gezwoegd; niet ik, maar Gods genade met mij.
10لیکن به فیض خدا آنچه هستم هستم و فیض او که بر من بود باطل نگشت، بلکه بیش از همه ایشان مشقت کشیدم، اما نه من بلکه فیض خدا که با من بود.
11Of ik het nu ben, of de anderen: zó preken wij, en zó hebt gij het geloofd!
11پس خواه من و خواه ایشان بدین طریق وعظمی کنیم و به اینطور ایمان آوردید.
12Welnu, indien van Christus gepreekt wordt, dat Hij van de doden is verrezen, hoe kunnen dan sommigen onder u zeggen: De opstanding der doden is onmogelijk?
12لیکن اگر به مسیح وعظ می‌شود که ازمردگان برخاست، چون است که بعضی از شمامی گویند که قیامت مردگان نیست؟
13Indien de opstanding der doden onmogelijk is, dan is ook Christus niet verrezen.
13اما اگرمردگان را قیامت نیست، مسیح نیز برنخاسته است.
14Maar zo Christus niet is verrezen, dan is onze prediking ijdel, ijdel ook uw geloof.
14و اگر مسیح برنخاست، باطل است وعظما و باطل است نیز ایمان شما.
15Dan blijken we bovendien valse getuigen van God te zijn; want we hebben van God getuigd, dat Hij Christus heeft opgewekt; terwijl Hij Hem niet opgewekt heeft, zo er inderdaad geen doden verrijzen.
15و شهود کذبه نیز برای خدا شدیم، زیرا درباره خدا شهادت دادیم که مسیح را برخیزانید، و حال آنکه او رابرنخیزانید در صورتی که مردگان برنمی خیزند.
16Want zo er geen doden verrijzen, dan is ook Christus niet verrezen.
16زیرا هرگاه مردگان برنمی خیزند، مسیح نیزبرنخاسته است.
17Maar zo Christus niet is verrezen, dan is uw geloof zonder nut, en zijt gij nog in uw zonden;
17اما هرگاه مسیح برنخاسته است، ایمان شما باطل است و شما تاکنون درگناهان خود هستید،
18dan zijn ook zij verloren, die in Christus ontsliepen.
18بلکه آنانی هم که درمسیح خوابیده‌اند هلاک شدند.
19Zo we alleen voor dit leven onze hoop stellen op Christus, dan zijn we de meest beklagenswaardige van alle mensen.
19اگر فقط در این جهان در مسیح امیدواریم، از جمیع مردم بدبخت تریم.
20Maar neen, Christus is van de doden verrezen, als Eersteling onder hen, die ontslapen zijn.
20لیکن بالفعل مسیح از مردگان برخاسته ونوبر خوابیدگان شده است.
21Want omdat door een mens de dood is gekomen, daarom ook is door een Mens de opstanding der doden.
21زیرا چنانکه به انسان موت آمد، به انسان نیز قیامت مردگان شد.
22Zoals allen immers sterven door hun gemeenschap met Adam, zo zullen ook allen door hun gemeenschap met Christus herleven.
22و چنانکه در آدم همه می‌میرند در مسیح نیزهمه زنده خواهند گشت.
23Maar iedereen naar eigen rang. Christus als Eersteling; dan zij, die Christus toebehoren bij zijn komst.
23لیکن هرکس به رتبه خود؛ مسیح نوبر است و بعد آنانی که در وقت آمدن او از آن مسیح می‌باشند.
24Daarna komt het einde, als Hij het koningschap aan God en den Vader overdraagt, na alle heerschappij en alle macht en kracht te hebben vernietigd.
24و بعد از آن انتها است وقتی که ملکوت را به خدا و پدر سپارد. و در آن زمان تمام ریاست و تمام قدرت و قوت را نابود خواهد گردانید.
25Want Hij moet Koning zijn, totdat “Hij alle vijanden onder zijn voeten heeft gelegd”.
25زیرا مادامی که همه دشمنان را زیر پایهای خود ننهد، می‌باید اوسلطنت بنماید.
26En de dood is de laatste vijand, die vernietigd wordt;
26دشمن آخر که نابود می‌شود، موت است.
27want àlles heeft Hij onder zijn voeten gelegd. Wanneer Hij nu zegt, dat àlles onderworpen is, dan is heel duidelijk Hijzelf uitgezonderd, die alles aan Hem onderwierp.
27زیرا «همه‌چیز را زیر پایهای وی انداخته است». اما چون می‌گوید که «همه‌چیز رازیر انداخته است»، واضح است که او که همه رازیر او انداخت مستثنی است.
28Zodra dus alles aan Hem onderworpen is, zal ook de Zoon Zichzelf onderwerpen aan Dengene, die alles aan Hem onderwierp, opdat God zij: Alles in allen.
28اما زمانی که همه مطیع وی شده باشند، آنگاه خود پسر هم مطیع خواهد شد او را که همه‌چیز را مطیع وی گردانید، تا آنکه خدا کل در کل باشد.
29Wat toch zullen zij aanvangen, die zich voor de doden laten dopen, zo er helemaal geen doden verrijzen? Waarom dan laten ze zich voor hen dopen?
29والا آنانی که برای مردگان تعمید می‌یابندچکنند؟ هرگاه مردگان مطلق برنمی خیزند، پس چرا برای ایشان تعمید می‌گیرند؟
30En waartoe dient het dan, dat wijzelf ieder uur in gevaar verkeren?
30و ما نیز چراهر ساعت خود را در خطر می‌اندازیم؟
31Elke dag zie ik de dood van nabij; broeders, zowaar ik op u roem, in Christus Jesus onzen Heer.
31به آن فخری درباره شما که مرا در خداوند ما مسیح عیسی هست قسم، که هرروزه مرا مردنی است.
32Als ik te Éfese met wilde dieren had gevochten, zoals de mensen het wilden, wat zou het me hebben gebaat? Wanneer de doden niet verrijzen, laat ons dan maar eten en drinken, want morgen gaan we dood.
32چون بطور انسان در افسس با وحوش جنگ کردم، مرا چه سود است؟ اگر مردگان برنمی خیزند، بخوریم و بیاشامیم چون فردامی میریم.
33Laat u niet verleiden: Slechte omgang bederft goede zeden.
33فریفته مشوید معاشرات بد، اخلاق حسنه را فاسد می‌سازد.
34Gebruikt uw nuchter verstand, zoals het behoort, en zondigt niet. Want er zijn er, die van God geen begrip hebben. Ik zeg het tot uw beschaming.
34برای عدالت بیدارشده، گناه مکنید زیرا بعضی معرفت خدا راندارند. برای انفعال شما می‌گویم.
35Maar, zal iemand zeggen: Op welke wijze verrijzen de doden; met wat voor lichaam komen ze terug?
35اما اگر کسی گوید: «مردگان چگونه برمی خیزند و به کدام بدن می‌آیند؟»،
36Gij dwaas! Wat ge zelf zaait, wordt niet levend, zo het niet gestorven is;
36‌ای احمق آنچه تو می‌کاری زنده نمی گردد جز آنکه بمیرد.
37bovendien wat ge zaait, is niet de uitwendige gestalte, die te voorschijn treedt, doch een naakte korrel, bijvoorbeeld van graan of iets anders;
37و آنچه می‌کاری، نه آن جسمی را که خواهد شد می‌کاری، بلکه دانه‌ای مجرد خواه ازگندم و یا از دانه های دیگر.
38maar God geeft er een gestalte aan, zoals het Hem behaagt, en wel aan ieder zaad zijn eigen gestalte.
38لیکن خدا برحسب اراده خود، آن را جسمی می‌دهد و به هر یکی ازتخمها جسم خودش را.
39Alle vlees is niet hetzelfde; maar anders is dat van mensen, anders dat van het vee, van vogels en vissen.
39هر گوشت از یک نوع گوشت نیست، بلکه گوشت انسان، دیگر است وگوشت بهایم، دیگر و گوشت مرغان، دیگر وگوشت ماهیان، دیگر.
40Er zijn hemellichamen en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die der aardse.
40و جسمهای آسمانی هست و جسمهای زمینی نیز، لیکن‌شان آسمانی‌ها، دیگر و‌شان زمینی‌ها، دیگر است،
41Anders is de glans van de zon, anders de glans van de maan, anders de glans van de sterren; zelfs de ene ster verschilt van de andere in glans.
41و‌شان آفتاب دیگر و‌شان ماه دیگر و‌شان ستارگان، دیگر، زیرا که ستاره از ستاره در‌شان، فرق دارد.
42Zo is het ook met de opstanding der doden: Het wordt gezaaid in bederf, Het verrijst onbederflijk.
42به همین نهج است نیز قیامت مردگان. درفساد کاشته می‌شود، و در بی‌فسادی برمی خیزد؛
43Het wordt gezaaid in oneer, Het verrijst in heerlijkheid. Het wordt gezaaid in zwakheid, Het verrijst in kracht.
43در ذلت کاشته می‌گردد و در جلال برمی خیزد؛ در ضعف کاشته می‌شود و در قوت برمی خیزد؛
44Een ziele-lichaam wordt gezaaid, Een geestelijk lichaam verrijst! Bestaat er een ziele-lichaam, er bestaat ook een geestelijk lichaam.
44جسم نفسانی کاشته می‌شود و جسم روحانی برمی خیزد. اگر جسم نفسانی هست، هرآینه روحانی نیز هست.
45Aldus staat er ook geschreven: “De eerste mens Adam werd een levende ziel;” de laatste Adam een levendmakende Geest.
45و همچنین نیز مکتوب است که انسان اول یعنی آدم نفس زنده گشت، اماآدم آخر روح حیات‌بخش شد.
46Niet het geestelijke gaat vooraf, maar wel het bezielde; daarna komt het geestelijke.
46لیکن روحانی مقدم نبود بلکه نفسانی و بعد از آن روحانی.
47De eerste mens was uit de aarde, aards; de tweede Mens is uit de hemel.
47انسان اول از زمین است خاکی؛ انسان دوم خداوند است از آسمان.
48Welnu, zoals de aardse was, zo zijn ook de aardse; zoals de Hemelse was, zo zullen ook de hemelse zijn;
48چنانکه خاکی است، خاکیان نیز چنان هستند و چنانکه آسمانی است آسمانی‌ها همچنان می‌باشند.
49en zoals we de gestalte van den aardsen hebben gedragen, zo moeten we ook de gestalte van den Hemelsen dragen.
49و چنانکه صورت خاکی را گرفتیم، صورت آسمانی را نیزخواهیم گرفت.
50Ik bedoel dit, broeders: vlees en bloed kunnen geen deel hebben aan het koninkrijk Gods, en het bederf heeft geen deel aan het onbederflijke.
50لیکن‌ای برادران این را می‌گویم که گوشت و خون نمی تواند وارث ملکوت خدا شود و فاسدوارث بی‌فسادی نیز نمی شود.
51Zie ik deel u een geheimenis mee: Niet allen zullen wij ontslapen, maar wel allen van gedaante veranderen;
51همانا به شماسری می‌گویم که همه نخواهیم خوابید، لیکن همه متبدل خواهیم شد.
52plotseling, in een oogwenk, bij de laatste stoot der bazuin. Want zodra de bazuin zal schallen, zullen de doden verrijzen, onbederflijk, maar wij van gedaante veranderen.
52در لحظه‌ای، درطرفه العینی، به مجرد نواختن صور اخیر، زیراکرنا صدا خواهد داد، و مردگان، بی‌فساد خواهندبرخاست و ما متبدل خواهیم شد.
53Want dit bederflijke moet met het onbederflijke worden bekleed; dit sterflijke met onsterflijkheid.
53زیرا که می‌باید این فاسد بی‌فسادی را بپوشد و این فانی به بقا آراسته گردد.
54En zodra dit bederflijke met het onbederflijke is bekleed, en dit sterflijke met onsterflijkheid, wordt het woord vervuld, dat geschreven staat: De dood is verzwolgen in overwinning.
54اما چون این فاسد بی‌فسادی را پوشید و این فانی به بقا آراسته شد، آنگاه این کلامی که مکتوب است به انجام خواهد رسید که «مرگ در ظفر بلعیده شده است.
55Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel?
55‌ای موت نیش تو کجا است و‌ای گور ظفر تو کجا؟»
56De prikkel des doods is de zonde; de kracht der zonde de Wet.
56نیش موت گناه است و قوت گناه، شریعت.
57Maar God zij dank, die ons de overwinning geeft door Jesus Christus onzen Heer.
57لیکن شکر خدا راست که ما را بواسطه خداوند ماعیسی مسیح ظفر می‌دهد.
58En daarom, mijn geliefde broeders, staat onbewegelijk vast, weest ten allen tijde rijk in ‘s Heren werk; gij weet, dat uw arbeid niet vergeefs is in den Heer.
58بنابراین‌ای برادران حبیب من پایدار وبی تشویش شده، پیوسته در عمل خداوندبیفزایید، چون می‌دانید که زحمت شما درخداوند باطل نیست.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.