1 Korintiers 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Toen ik dus tot u kwam, broeders, ben ik niet met macht van woord of wijsheid u de getuigenis Gods komen verkondigen.
1و منای برادران، چون به نزد شما آمدم، با فضیلت کلام یا حکمت نیامدم چون شمارا بهسر خدا اعلام مینمودم.
2En ik was besloten, onder u niets te kennen, dan Jesus Christus, en Dien gekruisigd.
2زیرا عزیمت نکردم که چیزی در میان شما دانسته باشم جزعیسی مسیح و او را مصلوب.
3Ik trad bij u op in zwakheid, vrees, en grote siddering;
3و من در ضعف وترس و لرزش بسیار نزد شما شدم،
4mijn spreken en preken steunden niet op overtuigende woorden van wijsheid, maar op de overtuiging des Geestes en der kracht,
4و کلام ووعظ من به سخنان مقنع حکمت نبود، بلکه به برهان روح و قوت،
5opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op Gods kracht.
5تا ایمان شما در حکمت انسان نباشد بلکه در قوت خدا.
6Toch preken we wijsheid onder de volmaakten; maar geen wijsheid dezer wereld, noch der machten dezer wereld, die vernietigd zullen worden.
6لکن حکمتی بیان میکنیم نزد کاملین، اماحکمتی که از این عالم نیست و نه از روسای این عالم که زایل میگردند.
7Ja, we verkondigen een Wijsheid Gods, een geheimnisvolle, een verborgene, welke God vóór de tijden heeft voorbestemd tot onze glorie,
7بلکه حکمت خدا را درسری بیان میکنیم، یعنی آن حکمت مخفی را که خدا پیش از دهرها برای جلال ما مقدر فرمود،
8die geen der machten dezer wereld heeft gekend, —want zo ze haar gekend hadden, zouden ze den Heer der glorie niet hebben gekruisigd,
8که احدی از روسای این عالم آن را ندانست زیرا اگر میدانستند خداوند جلال را مصلوب نمی کردند.
9maar een, waarvan geschreven staat: “Wat het oog niet heeft gezien, Noch het oor heeft gehoord, Noch in het hart van een mens is opgekomen, Wat God heeft bereid voor hen, die Hem liefhebben.”
9بلکه چنانکه مکتوب است: «چیزهایی را که چشمی ندید و گوشی نشنید و بهخاطر انسانی خطور نکرد، یعنی آنچه خدا برای دوستداران خود مهیا کرده است.»
10Immers, òns heeft God ze geopenbaard door den Geest. Want de Geest doorgrondt alles, zelfs de verborgenheden Gods.
10اما خدا آنهارا به روح خود بر ما کشف نموده است، زیرا که روح همهچیز حتی عمقهای خدا را نیز تفحص میکند.
11Wie der mensen toch kent de verborgenheden van den mens, behalve de geest van den mens, die in hem is? Zo ook kent niemand die van God, tenzij de Geest van God.
11زیرا کیست از مردمان که امور انسان رابداند جز روح انسان که در وی میباشد. همچنین نیز امور خدا را هیچکس ندانسته است، جز روح خدا.
12Welnu, we hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar den Geest, die uit God is, opdat we zouden kennen wat ons door God is geschonken.
12لیکن ما روح جهان را نیافتهایم، بلکه آن روح که از خداست تا آنچه خدا به ما عطا فرموده است بدانیم.
13En dat spreken we ook uit, niet met woorden door menselijke wijsheid aangeleerd, maar door den Geest onderwezen; het geestelijke met het geestelijke verenigend.
13که آنها را نیز بیان میکنیم نه به سخنان آموخته شده از حکمت انسان، بلکه به آنچه روحالقدس میآموزد و روحانیها را باروحانیها جمع مینماییم.
14Maar de verstands-mens aanvaardt niet wat van Gods Geest komt, want het is hem een dwaasheid; en hij kàn het zelfs niet kennen, omdat het op geestelijke wijze moet beoordeeld worden.
14اما انسان نفسانیامور روح خدا را نمی پذیرد زیرا که نزد او جهالت است و آنها را نمی تواند فهمید زیرا حکم آنها ازروح میشود.
15De geestelijke mens daarentegen beoordeelt alles, zonder zelf door iemand beoordeeld te worden.
15لکن شخص روحانی در همهچیز حکم میکند و کسی را در او حکم نیست.
16“Wie toch kent het inzicht des Heren, dat hij Hem zou onderrichten?” Welnu, wij hebben het inzicht van Christus.
16«زیرا کیست که فکر خداوند را دانسته باشد تااو را تعلیم دهد؟» لکن ما فکر مسیح را داریم.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.