1 Kronieken
Chapter 28
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Diodati Bibbia 1885
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1David riep de voornaamste Israëlieten in Jerusalem bijeen, namelijk de stamhoofden, de hoofden der korpsen, die in dienst des konings stonden, de aanvoerders van duizend en van honderd, en de opzichters van alle domeinen en kudden des konings, benevens zijn zonen, de hovelingen, het keurkorps en alle aanzienlijken.
1OR Davide adunò in Gerusalemme tutti i capi d'Israele, i capi delle tribù, ed i capitani degli spartimenti che servivano al re, ed anche i capi delle migliaia, e delle centinaia, e quelli che aveano il governo di tutte le facoltà, e del bestiame del re; ed i suoi figliuoli, e gli uomini della sua corte, e gli uomini prodi, ed ogni uomo di valore.
2Toen verhief koning David zich van zijn zetel, en hield de volgende toespraak: Mijn broeders en mijn volk, luistert naar mij! Ik heb het plan gehad, zelf een tempel te bouwen, waar de verbondsark van Jahweh kon rusten, en dat een voetbank zou zijn voor de voeten van onzen God; zelfs ben ik met de voorbereidingen voor de bouw al begonnen.
2E il re Davide si levò in piè, e disse: Ascoltatemi, fratelli miei, e popol mio; io avea in cuore di edificare una Casa di riposo all'Arca del Patto del Signore; ed allo scannello de' piedi del nostro Dio; ed avea fatto l'apparecchio per edificar la .
3Maar God heeft mij gezegd: “Niet gij moet een huis bouwen ter ere van mijn Naam; want gij zijt een oorlogsman, en hebt bloed vergoten.”
3Ma Iddio mi ha detto: Tu non edificherai la Casa al mio Nome; perciocchè tu sei uomo di guerra, ed hai sparso molto sangue.
4Toch had Jahweh, Israëls God, van heel mijn familie mij uitverkoren, om voor altijd koning te zijn van Israël; want Juda koos Hij als leider, en in de stam Juda het huis van mijn vader, en van alle zonen van mijn vader heeft het Hem behaagd, mij te verheffen tot koning van heel Israël.
4Ora, come il Signore Iddio d'Israele mi ha eletto d'infra tutta la casa di mio padre, per esser re sopra Israele, in perpetuo (conciossiachè egli abbia eletto Giuda per conduttore, e la casa di mio padre, d'infra la casa di Giuda, ed abbia gradito me, d'infra i figliuoli di mio padre, per costituir mi re sopra tutto Israele);
5Maar uit de vele zonen, die Jahweh mij schonk, heeft Hij mijn zoon Salomon uitverkoren, om op Jahweh’s koningstroon te zetelen over Israël.
5così d'infra tutti i miei figliuoli (avendomene il Signore dati molti), egli ha eletto Salomone, mio figliuolo, per sedere sopra il trono del regno del Signore, sopra Israele.
6Hij heeft tot mij gezegd: ”Uw zoon Salomon is het, die mijn huis en mijn voorhoven zal bouwen. Hem heb Ik uitverkoren als mijn zoon, voor hem zal Ik een vader zijn;
6E mi ha detto: Il tuo figliuolo Salomone edificherà la mia Casa, ed i miei cortili; perciocchè io me l'ho eletto per figliuolo, e io gli sarò padre.
7Ik zal zijn heerschappij voor altijd bevestigen, wanneer hij voortgaat, zooals nu, mijn wetten en geboden te onderhouden.”
7E stabilirò il suo regno in perpetuo; purchè egli perseveri fermamente in mettere in opera i miei comandamenti, e le mie leggi, come al dì d'oggi.
8Daarom vermaan ik u ten aanschouwen van heel Israël, de gemeenschap van Jahweh, en ten aanhoren van onzen God: Onderhoudt alle geboden van Jahweh, uw God, opdat gij dit heerlijke land moogt blijven bezitten, en het aan uw nakomelingen voor altijd kunt nalaten.
8Ora dunque, davanti agli occhi di tutto Israele, della raunanza del Signore, ed agli orecchi dell'Iddio nostro, io vi protesto che osserviate, e ricerchiate tutti i comandamenti del Signore Iddio vostro; acciocchè possediate questo buon paese, e lo lasciate in eredità a' vostri figliuoli, dopo voi, in perpetuo.
9En gij, mijn zoon Salomon, belijd den God van uw vader, en dien Hem met een bereidwillig hart en een volgzame geest. Want Jahweh doorzoekt alle harten, en alle voornemens doorziet Hij. Als ge Hem zoekt, zal Hij Zich door u laten vinden; maar als ge Hem verlaat, zal Hij u voor eeuwig verwerpen.
9E tu, Salomone, figliuol mio, riconosci l'Iddio di tuo padre, e servigli di cuore intiero, e d'animo volenteroso; perciocchè il Signore ricerca tutti i cuori, e conosce tutte le immaginazioni de' pensieri; se tu lo cerchi, tu lo troverai; ma, se tu l'abbandoni, egli ti rigetterà in perpetuo.
10Zie, hoe Jahweh u heeft uitverkoren, om Hem een heilige tempel te bouwen. Sla dus vastberaden de hand aan het werk!
10Vedi ora che il Signore ti ha eletto per edificare una Casa per Santuario; fortificati, e mettiti all'opera.
11Daarop overhandigde David aan zijn zoon Salomon het plan van de voorhal met de eigenlijke tempel, van de schatkamers, opperzalen en binnenkamers, en van de plaats van het verzoendeksel.
11Allora Davide diede a Salomone, suo figliuolo, il modello del portico, e delle sue case, e delle sue celle, e delle sue sale, e delle sue camere di dentro e del luogo del propiziatorio;
12Verder het plan van al wat hem voor de geest had gestaan: het plan van de voorhoven van Jahweh’s tempel en alle gebouwen daar omheen, van de schatten van het godshuis en de kostbare verzameling wijgeschenken;
12ed in somma , il modello di tutto quello ch'egli avea disegno per lo Spirito di fare ne' cortili della Casa del Signore, ed in tutte le camere d'intorno, per li tesori della Casa di Dio, e per li tesori delle cose consacrate;
13het plan van de afdelingen der priesters en levieten, van de eredienst in het huis van Jahweh en van alle voorwerpen voor de eredienst in het huis van Jahweh.
13e per gli spartimenti de' sacerdoti, e de' Leviti; e per ogni uso del servigio della Casa del Signore; e per tutti gli arredi del servigio della Casa del Signore.
14Hij overhandigde hem het gewicht aan goud voor de verschillende benodigdheden van de eredienst, en het gewicht aan zilver voor al wat er nodig was bij ieder onderdeel van de eredienst.
14Gli diede ancora dell'oro, secondo il peso di tutti gli arredi di ciascun servigio, che doveano esser d'oro; e dell'argento , secondo il peso di tutti gli arredi di ciascun servigio, che doveano esser d'argento.
15Verder het gewicht aan goud voor de gouden luchters en hun lampen, zoveel er nodig was voor de afzonderlijke luchters en hun lampen; en het gewicht aan zilver voor de zilveren luchters, zoveel er nodig was voor iedere luchter en lamp, overeenkomstig het doel van de afzonderlijke luchters.
15E il peso che conveniva per li candellieri d'oro, e per le lor lampane d'oro, secondo il peso di ciascun candelliere, e delle sue lampane; e il peso che conveniva per li candellieri d'argento, secondo il peso di ciascun candelliere, e delle sue lampane, secondo il servigio di ciascun candelliere;
16Verder het benodigde goud voor de beide tafels der toonbroden, en het zilver voor de zilveren tafels;
16e il peso dell'oro che conveniva per ciascuna delle tavole de' pani , che doveano del continuo esser disposti per ordine; e il peso dell'argento che conveniva per le tavole d'argento;
17het fijn goud voor de vorken, de plengvaten en de drinkschalen; het goud en het zilver voor de kannen, zoveel als er nodig was voor elke kan.
17e dell'oro puro, per le forcelle, e per li bacini, e per li nappi; e parimente dell'oro a certo peso, per le coppe d'oro, secondo il peso di ciascuna di esse; e dell'argento a certo peso per le coppe d'argento, secondo il peso di ciascuna di esse.
18Verder zoveel gelouterd goud, als er voor het reukofferaltaar nodig was. Tenslotte het plan voor de ark en de gouden cherubs, die met uitgespreide vleugelen de verbondsark van Jahweh bedekken.
18Gli diede ancora dell'oro affinato a certo peso per l'Altar de' profumi; e per la figura del carro, e de' Cherubini, che aveano da spander le ale , e coprir l'Arca del patto del Signore disopra.
19Want over al wat nodig was voor de uitvoering van het plan, had Jahweh hem ingelicht door het geschrift van zijn hand.
19Il Signore, disse Davide , mi ha dichiarato, per iscritto di sua mano, che mi è stato recato , tutte queste cose, tutti i lavori di questo modello.
20Daarna sprak David tot zijn zoon Salomon: Sla vastberaden en kloek de hand aan het werk; wees niet kleinmoedig en laat u niet afschrikken. Want Jahweh, mijn God en Heer, is met u; Hij laat u niet in de steek, voordat ge alle werkzaamheden aan de tempel van Jahweh voltooid hebt.
20Poi disse a Salomone, suo figliuolo: Prendi animo, e fortificati, e mettiti all'opera; non temere, e non isgomentarti; perciocchè il Signore Iddio, l'Iddio mio, sarà teco; egli non ti lascerà, e non ti abbandonerà finchè tu abbia compiuta tutta l'opera del servigio della Casa del Signore.
21Bovendien zijn de afdelingen der priesters en levieten voor de eredienst reeds gevormd; ge kunt bij geheel het werk over volgzame kunstenaars beschikken, die voor hun taak zijn berekend, en de voornamen met geheel het volk zullen uw aanwijzingen opvolgen.
21Ed ecco gli spartimenti de' sacerdoti, e de' Leviti, per tutto il servigio della Casa di Dio; ed essi saranno teco in tutta l'opera; oltre a tutti quelli che volontariamente s'impiegheranno, secondo la loro industria, in ogni sorte di servigio; insieme co' capi, e tutto il popolo, ad ogni tuo comando.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.