1 Kronieken
Chapter 14
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Diodati Bibbia 1885
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Chirom, de koning van Tyrus, zond gezanten tot David; ook cederhout, timmerlieden en steenhouwers, om voor hem een paleis te bouwen.
1OR Hiram, re di Tiro, mandò a Davide ambasciadori, e legname di cedro, e muratori, e legnaiuoli, per edificargli una casa.
2Zo begreep David, dat Jahweh hem tot koning van Israël had bevestigd, en dat Hij zijn koningschap verheven had terwille van zijn volk Israël.
2E Davide riconobbe che il Signore l'avea stabilito re sopra Israele; perciocchè il suo regno era grandemente innalzato, per amor d'Israele, suo popolo.
3Ook te Jerusalem nam David nog vrouwen, en kreeg hij nog meer zonen en dochters.
3E Davide prese ancora delle mogli in Gerusalemme, e generò ancora figliuoli e figliuole.
4Hier volgen de namen van hen, die hem te Jerusalem geboren werden: Sjammóea, Sjobab, Natan, Salomon,
4E questi sono i nomi de' figliuoli che gli nacquero in Gerusalemme: Sammua, e Sobab, e Natan, e Salomone,
5Jibchar, Elisjóea, Elpélet,
5ed Ibhar, ed Elisua, ed Elpelet,
6Nóga, Néfeg, Jafia,
6e Noga, e Nefeg, e Iafia,
7Elisjama, Beëljada en Elifélet.
7ed Elisama, e Beelsada, ed Elifelet.
8Maar toen de Filistijnen vernamen, dat men David tot koning van heel Israël had gezalfd, trokken alle Filistijnen op, om zich van David meester te maken. Bij het vernemen hiervan ging David hun tegemoet.
8Ora, quando i Filistei ebbero inteso che Davide era stato unto re sopra tutto Israele, salirono tutti, per cercar Davide. E Davide, avendo ciò inteso, uscì loro incontro.
9Toen de Filistijnen gekomen waren en zich over het dal der Refaïeten verspreid hadden,
9Ed i Filistei vennero, e si sparsero per la valle de' Rafei.
10vroeg David aan God: Moet ik oprukken tegen de Filistijnen; zult Gij ze aan mij overleveren? Jahweh antwoordde: Trek op; want Ik lever ze aan u over.
10Allora Davide domandò Iddio, dicendo: Salirò io contro a' Filistei? e me li darai tu nelle mani? E il Signore gli disse: Sali, ed io te li darò nelle mani.
11Zo kwam David bij Báal-Perasim; hij versloeg ze daar, en zeide: Zoals water door een dam breekt, zo heeft God mij door mijn vijanden heen laten breken! Vandaar dat die plaats Báal-Perasim heet.
11Essi adunque salirono in Baal-perasim, e Davide li percosse quivi, e disse: Iddio ha rotti per mia mano i miei nemici; a guisa d'una inondazione d'acqua; perciò quel luogo fu chiamato Baal-perasim.
12Ze lieten daar hun goden achter, die op bevel van David verbrand werden.
12Ed i Filistei lasciarono quivi i lor dii; e per comandamento di Davide, furono bruciati col fuoco.
13Toen de Filistijnen zich andermaal over het dal der Refaïeten hadden verspreid,
13Or i Filistei si sparsero un'altra volta per quella valle.
14raadpleegde David God opnieuw. God antwoordde: Val niet aan, maar maak een omtrekkende beweging naar hun achterhoede, en ga op hen af van de kant der balsemstruiken.
14E Davide domandò di nuovo Iddio. E Iddio gli disse: Non salir dietro a loro; rivolgiti d'incontro a loro, e va' sopra loro dirincontro a' gelsi.
15Als ge in de toppen der balsemstruiken het geruis van schreden verneemt, maak u dan gereed; want dan gaat God u vóór, om het leger der Filistijnen te verslaan.
15E quando tu udirai un calpestio sopra le cime de' gelsi, allora esci fuori in battaglia; perciocchè Iddio sarà uscito davanti a te, per percuotere il campo dei Filistei.
16David deed juist zoals God het hem bevolen had, en het leger der Filistijnen werd verslagen van Gibon tot Gézer.
16E Davide fece come Iddio gli avea comandato; e il campo de' Filstei fu percosso da Gabaon fino a Ghezer.
17Vandaar dat de naam van David in alle landen bekend werd, en door de hulp van Jahweh alle volken ontzag voor hem kregen.
17E la fama di Davide si sparse per tutti i paesi; e il Signore mise spavento di lui in tutte le genti.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.