1 Kronieken 28
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1David riep de voornaamste Israëlieten in Jerusalem bijeen, namelijk de stamhoofden, de hoofden der korpsen, die in dienst des konings stonden, de aanvoerders van duizend en van honderd, en de opzichters van alle domeinen en kudden des konings, benevens zijn zonen, de hovelingen, het keurkorps en alle aanzienlijken.
1David convoqua à Jérusalem tous les chefs d’Israël, les chefs des tribus, les chefs des divisions au service du roi, les chefs de milliers et les chefs de centaines, ceux qui étaient en charge sur tous les biens et les troupeaux du roi et auprès de ses fils, les eunuques, les héros et tous les hommes vaillants.
2Toen verhief koning David zich van zijn zetel, en hield de volgende toespraak: Mijn broeders en mijn volk, luistert naar mij! Ik heb het plan gehad, zelf een tempel te bouwen, waar de verbondsark van Jahweh kon rusten, en dat een voetbank zou zijn voor de voeten van onzen God; zelfs ben ik met de voorbereidingen voor de bouw al begonnen.
2Le roi David se leva sur ses pieds, et dit: Écoutez-moi, mes frères et mon peuple! J’avais l’intention de bâtir une maison de repos pour l’arche de l’alliance de l’Éternel et pour le marchepied de notre Dieu, et je me préparais à bâtir.
3Maar God heeft mij gezegd: “Niet gij moet een huis bouwen ter ere van mijn Naam; want gij zijt een oorlogsman, en hebt bloed vergoten.”
3Mais Dieu m’a dit: Tu ne bâtiras pas une maison à mon nom, car tu es un homme de guerre et tu as versé du sang.
4Toch had Jahweh, Israëls God, van heel mijn familie mij uitverkoren, om voor altijd koning te zijn van Israël; want Juda koos Hij als leider, en in de stam Juda het huis van mijn vader, en van alle zonen van mijn vader heeft het Hem behaagd, mij te verheffen tot koning van heel Israël.
4L’Éternel, le Dieu d’Israël, m’a choisi dans toute la maison de mon père, pour que je fusse roi d’Israël à toujours; car il a choisi Juda pour chef, il a choisi la maison de mon père dans la maison de Juda, et parmi les fils de mon père c’est moi qu’il a voulu faire régner sur tout Israël.
5Maar uit de vele zonen, die Jahweh mij schonk, heeft Hij mijn zoon Salomon uitverkoren, om op Jahweh’s koningstroon te zetelen over Israël.
5Entre tous mes fils – car l’Éternel m’a donné beaucoup de fils – il a choisi mon fils Salomon pour le faire asseoir sur le trône du royaume de l’Éternel, sur Israël.
6Hij heeft tot mij gezegd: ”Uw zoon Salomon is het, die mijn huis en mijn voorhoven zal bouwen. Hem heb Ik uitverkoren als mijn zoon, voor hem zal Ik een vader zijn;
6Il m’a dit: Salomon, ton fils, bâtira ma maison et mes parvis; car je l’ai choisi pour mon fils, et je serai pour lui un père.
7Ik zal zijn heerschappij voor altijd bevestigen, wanneer hij voortgaat, zooals nu, mijn wetten en geboden te onderhouden.”
7J’affermirai pour toujours son royaume, s’il reste attaché comme aujourd’hui à la pratique de mes commandements et de mes ordonnances.
8Daarom vermaan ik u ten aanschouwen van heel Israël, de gemeenschap van Jahweh, en ten aanhoren van onzen God: Onderhoudt alle geboden van Jahweh, uw God, opdat gij dit heerlijke land moogt blijven bezitten, en het aan uw nakomelingen voor altijd kunt nalaten.
8Maintenant, aux yeux de tout Israël, de l’assemblée de l’Éternel, et en présence de notre Dieu qui vous entend, observez et prenez à cœur tous les commandements de l’Éternel, votre Dieu, afin que vous possédiez ce bon pays et que vous le laissiez en héritage à vos fils après vous à perpétuité.
9En gij, mijn zoon Salomon, belijd den God van uw vader, en dien Hem met een bereidwillig hart en een volgzame geest. Want Jahweh doorzoekt alle harten, en alle voornemens doorziet Hij. Als ge Hem zoekt, zal Hij Zich door u laten vinden; maar als ge Hem verlaat, zal Hij u voor eeuwig verwerpen.
9Et toi, Salomon, mon fils, connais le Dieu de ton père, et sers-le d’un cœur dévoué et d’une âme bien disposée, car l’Éternel sonde tous les cœurs et pénètre tous les desseins et toutes les pensées. Si tu le cherches, il se laissera trouver par toi; mais si tu l’abandonnes, il te rejettera pour toujours.
10Zie, hoe Jahweh u heeft uitverkoren, om Hem een heilige tempel te bouwen. Sla dus vastberaden de hand aan het werk!
10Considère maintenant que l’Éternel t’a choisi, afin que tu bâtisses une maison qui serve de sanctuaire. Fortifie-toi et agis.
11Daarop overhandigde David aan zijn zoon Salomon het plan van de voorhal met de eigenlijke tempel, van de schatkamers, opperzalen en binnenkamers, en van de plaats van het verzoendeksel.
11David donna à Salomon, son fils, le modèle du portique et des bâtiments, des chambres du trésor, des chambres hautes, des chambres intérieures, et de la chambre du propitiatoire.
12Verder het plan van al wat hem voor de geest had gestaan: het plan van de voorhoven van Jahweh’s tempel en alle gebouwen daar omheen, van de schatten van het godshuis en de kostbare verzameling wijgeschenken;
12Il lui donna le plan de tout ce qu’il avait dans l’esprit touchant les parvis de la maison de l’Éternel, et toutes les chambres à l’entour pour les trésors de la maison de Dieu et les trésors du sanctuaire,
13het plan van de afdelingen der priesters en levieten, van de eredienst in het huis van Jahweh en van alle voorwerpen voor de eredienst in het huis van Jahweh.
13et touchant les classes des sacrificateurs et des Lévites, tout ce qui concernait le service de la maison de l’Éternel, et tous les ustensiles pour le service de la maison de l’Éternel.
14Hij overhandigde hem het gewicht aan goud voor de verschillende benodigdheden van de eredienst, en het gewicht aan zilver voor al wat er nodig was bij ieder onderdeel van de eredienst.
14Il lui donna le modèle des ustensiles d’or, avec le poids de ce qui devait être d’or, pour tous les ustensiles de chaque service; et le modèle de tous les ustensiles d’argent, avec le poids, pour tous les ustensiles de chaque service.
15Verder het gewicht aan goud voor de gouden luchters en hun lampen, zoveel er nodig was voor de afzonderlijke luchters en hun lampen; en het gewicht aan zilver voor de zilveren luchters, zoveel er nodig was voor iedere luchter en lamp, overeenkomstig het doel van de afzonderlijke luchters.
15Il donna le poids des chandeliers d’or et de leurs lampes d’or, avec le poids de chaque chandelier et de ses lampes; et le poids des chandeliers d’argent, avec le poids de chaque chandelier et de ses lampes, selon l’usage de chaque chandelier.
16Verder het benodigde goud voor de beide tafels der toonbroden, en het zilver voor de zilveren tafels;
16Il lui donna l’or au poids pour les tables des pains de proposition, pour chaque table; et de l’argent pour les tables d’argent.
17het fijn goud voor de vorken, de plengvaten en de drinkschalen; het goud en het zilver voor de kannen, zoveel als er nodig was voor elke kan.
17Il lui donna le modèle des fourchettes, des bassins et des calices d’or pur; le modèle des coupes d’or, avec le poids de chaque coupe, et des coupes d’argent, avec le poids de chaque coupe;
18Verder zoveel gelouterd goud, als er voor het reukofferaltaar nodig was. Tenslotte het plan voor de ark en de gouden cherubs, die met uitgespreide vleugelen de verbondsark van Jahweh bedekken.
18et le modèle de l’autel des parfums en or épuré, avec le poids. Il lui donna encore le modèle du char, des chérubins d’or qui étendent leurs ailes et couvrent l’arche de l’alliance de l’Éternel.
19Want over al wat nodig was voor de uitvoering van het plan, had Jahweh hem ingelicht door het geschrift van zijn hand.
19C’est par un écrit de sa main, dit David, que l’Éternel m’a donné l’intelligence de tout cela, de tous les ouvrages de ce modèle.
20Daarna sprak David tot zijn zoon Salomon: Sla vastberaden en kloek de hand aan het werk; wees niet kleinmoedig en laat u niet afschrikken. Want Jahweh, mijn God en Heer, is met u; Hij laat u niet in de steek, voordat ge alle werkzaamheden aan de tempel van Jahweh voltooid hebt.
20David dit à Salomon, son fils: Fortifie-toi, prends courage et agis; ne crains point, et ne t’effraie point. Car l’Éternel Dieu, mon Dieu, sera avec toi; il ne te délaissera point, il ne t’abandonnera point, jusqu’à ce que tout l’ouvrage pour le service de la maison de l’Éternel soit achevé.
21Bovendien zijn de afdelingen der priesters en levieten voor de eredienst reeds gevormd; ge kunt bij geheel het werk over volgzame kunstenaars beschikken, die voor hun taak zijn berekend, en de voornamen met geheel het volk zullen uw aanwijzingen opvolgen.
21Voici les classes des sacrificateurs et des Lévites pour tout le service de la maison de Dieu; et voici près de toi, pour toute l’œuvre, tous les hommes bien disposés et habiles dans toute espèce d’ouvrages, et les chefs et tout le peuple dociles à tous tes ordres.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.