1 Kronieken 27
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Hier volgt een opsomming van de israëlietische familiehoofden, de aanvoerders van duizend en honderd, met hun beambten, die den koning dienden in alle aangelegenheden der legerkorpsen, welke alle maanden van het jaar maandelijks in en uitrukten. Elk korps telde vier en twintigduizend man.
1ต่อไปนี้เป็นรายชื่อชาวอิสราเอลที่แบ่งเป็นกองประจำการ รวมทั้งหัวหน้าตระกูล ผู้บังคับบัญชาหน่วยพันและหน่วยร้อย และเจ้าหน้าที่ซึ่งรับใช้กษัตริย์ กองเหล่านี้ผลัดกันเข้าเวรและออกเวรทุกเดือนตลอดปี แต่ละกองมี 24,000 คน
2Het eerste korps voor de eerste maand stond onder Jasjobam, den zoon van Zabdiël; zijn korps telde vier en twintigduizend man.
2ยาโชเบอัม บุตรชายของศับดีเอลเป็นผู้บังคับบัญชากองเดือนแรก กองของเขามี 24,000 คน
3Hij stamde af van de zonen van Fáres, en was het hoofd van alle legeraanvoerders van de eerste maand.
3เขาสืบเชื้อสายจากเปเรศ และเป็นหัวหน้าบรรดาผู้บังคับบัญชากองทัพสำหรับเดือนแรก
4Het korps voor de tweede maand stond onder Dodai, uit de familie Achóach. De aanvoerder van zijn korps was Miklot; zijn korps telde vier en twintigduizend man.
4กองเดือนที่สองมีโดดัย ชาวอาโฮอาห์เป็นผู้บังคับบัญชา โดยมีมิคโลทเป็นผู้นำ กองนี้มี 24,000 คน
5De legeraanvoerder voor de derde maand was Benajáhoe, de zoon van Jehojada, den opperpriester; zijn korps telde vier en twintigduizend man.
5ผู้บังคับบัญชากองเดือนที่สามคือเบไนยาห์ บุตรชายของเยโฮยาดา ปุโรหิตใหญ่ กองของเขามี 24,000 คน
6Deze Benajáhoe was een van de dertig helden en aanvoerder van de Dertig; over zijn korps ging zijn zoon Ammizabad.
6เบไนยาห์ผู้นี้เป็นนักรบกล้าหาญในกลุ่มสามสิบคน และเป็นหัวหน้ากลุ่มนั้น อัมมีซาบาดบุตรชายของเขาอยู่ในกองนี้ด้วย
7De vierde voor de vierde maand was Asaël, de broer van Joab. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Zebadja; zijn korps telde vier en twintigduizend man.
7ผู้บังคับบัญชากองเดือนที่สี่คืออาสาเฮลพี่น้องของโยอาบ ต่อมาเศบาดิยาห์บุตรชายของอาสาเฮลรับหน้าที่แทน กองนี้มี 24,000 คน
8De vijfde voor de vijfde maand was de vorst Sjamhoet van de familie Zara; zijn korps telde vier en twintigduizend man.
8กองเดือนที่ห้ามีชัมฮูทชาวอิสราห์เป็นผู้บังคับบัญชา มี 24,000 คน
9De zesde voor de zesde maand was Ira, de zoon van Ikkesj uit Tekóa; zijn korps telde vier en twintigduizend man.
9กองเดือนที่หกมีอีราบุตรชายอิกเคชชาวเทโคอาเป็นผู้บังคับบัญชา มี 24,000 คน
10De zevende voor de zevende maand was Chéles uit Bet-Pélet, die van Efraïm stamde; zijn korps telde vier en twintigduizend man.
10กองเดือนที่เจ็ดมีเฮเลศชาวเปโลนีจากเชื้อสายเอฟราอิมเป็นผู้บังคับบัญชา มี 24,000 คน
11De achtste voor de achtste maand was Sibbekai van de familie Choesja uit het geslacht van Zara; zijn korps telde vier en twintigduizend man.
11กองเดือนที่แปดมีสิบเบคัยชาวฮูชาจากเชื้อสายเศราห์เป็นผู้บังคับบัญชา มี 24,000 คน
12De negende voor de negende maand was Abiézer uit Anatot, de Benjamiet; zijn korps telde vier en twintigduizend man.
12กองเดือนที่เก้ามีอาบีเอเซอร์ชาวอานาโธทจากเผ่าเบนยามินเป็นผู้บังคับบัญชา มี 24,000 คน
13De tiende voor de tiende maand was Maharai uit Netofa, uit het geslacht Zara; zijn korps telde vier en twintigduizend man.
13กองเดือนที่สิบมีมาฮารัยชาวเนโทฟาห์จากเชื้อสายเศราห์เป็นผู้บังคับบัญชา มี 24,000 คน
14De elfde voor de elfde maand was Benaja uit Piraton, die van Efraïm stamde; zijn korps telde vier en twintigduizend man.
14กองเดือนที่สิบเอ็ดมีเบไนยาห์ชาวปิราโธนจากเชื้อสายเอฟราอิมเป็นผู้บังคับบัญชา มี 24,000 คน
15De twaalfde voor de twaalfde maand was Cheldai uit Netofa, die van Otniël stamde; zijn korps telde vier en twintigduizend man.
15กองเดือนที่สิบสองมีเฮลดัยชาวเนโทฟาห์จากเชื้อสายโอทนีเอลเป็นผู้บังคับบัญชา มี 24,000 คน
16De hoofden van de stammen Israëls waren: Eliëzer, de zoon van Zikri, van de stam Ruben; Sjefatjáhoe, de zoon van Maäka, van de stam Simeon;
16ผู้นำเผ่าอิสราเอลมีดังนี้ ฝ่ายรูเบนคือเอลีเอเซอร์บุตรชายศิครี ฝ่ายสิเมโอนคือเชฟาทิยาห์บุตรชายมาอาคาห์
17Chasjabja, de zoon van Kemoeël, van de levieten, en Sadok van de aäronieten;
17ฝ่ายเลวีคือฮาชาบิยาห์บุตรชายเคมูเอล ฝ่ายลูกหลานอาโรนคือศาโดก
18Elihoe, een van Davids broers, van de stam Juda; Omri, de zoon van Mikaël, van de stam Issakar;
18ฝ่ายยูดาห์คือเอลีฮูผู้เป็นพี่น้องคนหนึ่งของดาวิด ฝ่ายอิสสาคาร์คืออมรีบุตรชายมีคาเอล
19Jisjmajáhoe, de zoon van Obadjáhoe, van Zabulon; Jerimot, de zoon van Azriël, van Neftali;
19ฝ่ายเศบูลุนคืออิชไมอาห์บุตรชายโอบาดิยาห์ ฝ่ายนัฟทาลีคือเยเรโมทบุตรชายอาซรีเอล
20Hosjéa, de zoon van Azazjáhoe, van de zonen van Efraïm; Joël, de zoon van Pedajáhoe, van de halve stam Manasse;
20ฝ่ายเอฟราอิมคือโฮเชยาบุตรชายอาซาซิยาห์ ฝ่ายครึ่งเผ่ามนัสเสห์คือโยเอลบุตรชายเปดายาห์
21Jiddo, de zoon van Zekarjáhoe, van de helft van Manasse in Gilad; Jaäsiël, de zoon van Abner, van Benjamin;
21ฝ่ายครึ่งเผ่ามนัสเสห์ที่กิเลอาดคืออิดโดบุตรชายเศคาริยาห์ ฝ่ายเบนยามินคือยาอาซีเอลบุตรชายอับเนอร์
22Azarel, de zoon van Jerocham, van Dan. Dit waren de stamhoofden van Israël.
22ฝ่ายดานคืออาซาเรลบุตรชายเยโรฮัม คนเหล่านี้เป็นผู้นำเผ่าของอิสราเอล
23Het aantal van hen, die onder de twintig jaar waren, heeft David niet laten opnemen, omdat Jahweh beloofd had, de zonen Israëls zo talrijk te maken als de sterren aan de hemel.
23ดาวิดไม่ได้นับคนอายุ 20 ปีลงมา เพราะพระยาห์เวห์ตรัสว่าจะเพิ่มจำนวนชาวอิสราเอลให้มากเหมือนดวงดาวบนท้องฟ้า
24Wel was Joab, de zoon van Seroeja, begonnen met een volkstelling, maar omdat er tengevolge van deze poging een ramp over Israël was gekomen, kwam hij niet klaar. Daarom is dat aantal ook niet opgenomen in het boek der kronieken van koning David.
24โยอาบบุตรชายเศรุยาห์เริ่มสำรวจนับประชาชน แต่ทำไม่เสร็จ เรื่องนี้นำพระพิโรธของพระเจ้ามาสู่อิสราเอล และไม่มีการบันทึกยอดไว้ในพงศาวดารของกษัตริย์ดาวิด
25De schatten des konings werden beheerd door Azmawet, den zoon van Adiël; de bezittingen op het land, in de steden, de dorpen en de vestingen door Jehonatan, den zoon van Oezzi-jáhoe.
25ผู้ดูแลคลังส่วนพระองค์ของกษัตริย์คืออัสมาเวทบุตรชายอาดีเอล ส่วนโยนาธานบุตรชายอุสซียาห์ดูแลคลังในทุ่งนา เมือง หมู่บ้าน และหอคอย
26Opzichter van de landarbeiders, die de grond bewerkten, was Ezri, de zoon van Keloeb.
26เอสรีบุตรชายเคลูบดูแลคนทำไร่ไถนา
27Over de wijngaarden ging Sjimi uit Rama; over de voorraden in de wijngaarden en de wijnkelders ging Zabdi, de Sjifmiet.
27ชิเมอีชาวรามาห์ดูแลสวนองุ่น ส่วนศับดีชาวชิฟมาห์ดูแลผลผลิตจากสวนองุ่นสำหรับห้องเก็บเหล้าองุ่น
28Over de olijf- en moerbeiplantingen in de Sjefela ging Báal-Chanan uit Gader, over de voorraden Joasj.
28บาอัลฮานันชาวเกเดอร์ดูแลต้นมะกอกกับต้นมะเดื่อป่าในที่ราบต่ำ ส่วนโยอาชดูแลคลังน้ำมัน
29Het vee, dat in de Sjaronvlakte weidde, werd verzorgd door Sjitrai uit Sjaron; het vee in de dalen door Sjafat, den zoon van Adlai.
29ชิตรัยชาวชาโรนดูแลฝูงโคที่หากินในชาโรน ส่วนชาฟัทบุตรชายอัดลัยดูแลฝูงโคในหุบเขา
30Voor de kamelen zorgde Obil, de Jisjmaëliet; voor de ezels Jechdejáhoe uit Meronot;
30โอบีลชาวอิชมาเอลดูแลฝูงอูฐ เยห์เดยาห์ชาวเมโรโนทดูแลฝูงลา และยาซีสชาวฮาการ์ดูแลฝูงแกะ
31voor de schapen Jaziz van de stam Hagri. Al dezen beheerden de bezittingen van koning David.
31คนทั้งหมดนี้เป็นผู้ดูแลทรัพย์สินของกษัตริย์ดาวิด
32Jonatan, een oom van David en een kundig man, was raadsman en geheimschrijver; Jechiël was belast met de opvoeding der koningskinderen.
32โยนาธานลุงของดาวิดเป็นที่ปรึกษา มีความรอบรู้ และเป็นผู้จดบันทึก เยฮีเอลบุตรชายฮัคโมนีอยู่กับบรรดาบุตรชายของกษัตริย์
33Achitófel was eveneens koninklijk raadsman, en Choesjai, van de familie Arki, de vertrouwensman van den koning.
33อาหิโธเฟลเป็นที่ปรึกษาของกษัตริย์ หุชัยชาวอารคีเป็นสหายของกษัตริย์
34Na Achitófel waren het Jehojada, de zoon van Benajáhoe, en Ebjatar. De legeroverste des konings was Joab.
34ต่อจากอาหิโธเฟลมีเยโฮยาดาบุตรชายเบไนยาห์กับอาบียาธาร์ทำหน้าที่ที่ปรึกษา ส่วนโยอาบเป็นแม่ทัพของกษัตริย์
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.