1 Kronieken 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Dit zijn de zonen van Ruben, den oudsten zoon van Israël. Ruben was wel de eerstgeborene, maar omdat hij de sponde van zijn vader ontwijd had, ging zijn eerstgeboorterecht over aan de zonen van Josef, den zoon van Israël, zonder dat dezen met de rang van eerstgeborene waren ingeschreven.
1รูเบนเป็นบุตรหัวปีของอิสราเอล แต่เขาประพฤติผิดทางเพศจนทำให้ที่นอนของบิดาแปดเปื้อน สิทธิของบุตรหัวปีจึงตกแก่บุตรชายของโยเซฟบุตรอิสราเอล ด้วยเหตุนี้ การบันทึกลำดับเชื้อสายจึงไม่ได้เรียงตามสิทธิบุตรหัวปี
2Zo kwam Josef aan het eerstgeboorterecht, ofschoon Juda eigenlijk de voornaamste van zijn broeders was, en hun leider.
2ยูดาห์มีอำนาจเหนือพี่น้องของตน และผู้นำก็มาจากเขา แต่สิทธิบุตรหัวปีเป็นของโยเซฟ
3De zonen dus van Ruben, den oudsten zoon van Israël, waren: Chanok, Palloe, Chesron en Karmi.
3บุตรชายของรูเบนบุตรหัวปีของอิสราเอล ได้แก่ ฮาโนค ปัลลู เฮสโรน และคาร์มี
4De zoon van Karmi was Joël; die van Joël was Sjemaja; die van Sjemaja was Gog; die van Gog was Sjimi;
4เชื้อสายของโยเอลเรียงตามสายบิดาถึงบุตรดังนี้ โยเอลเป็นบิดาของเชมายาห์ เชมายาห์เป็นบิดาของโกก โกกเป็นบิดาของชิเมอี
5die van Sjimi was Mika; die van Mika was Reaja; die van Reaja was Báal;
5ชิเมอีเป็นบิดาของมีคาห์ มีคาห์เป็นบิดาของเรอายาห์ เรอายาห์เป็นบิดาของบาอัล
6die van Báal was Beëra. Deze laatste werd weggevoerd door Tiglat-Pilnéser, den koning van Assjoer; hij was toen het hoofd der Rubenieten.
6บาอัลเป็นบิดาของเบเอราห์ ซึ่งทิลกัทปิลเนเสอร์กษัตริย์แห่งอัสซีเรียจับไปเป็นเชลย เบเอราห์เป็นผู้นำชาวรูเบน
7De verschillende stamgenoten met hun geslachten, die volgens hun afkomst in het stamregister werden opgeschreven, waren Jeïel, die het hoofd was, Zekarjáhoe,
7เมื่อมีการบันทึกลำดับเชื้อสายตามตระกูล ญาติพี่น้องของเขามีเยอีเอลผู้เป็นหัวหน้า และเศคาริยาห์
8en Béla, de zoon van Azaz, den zoon van Sjéma, zoon van Joël. Deze laatste had zijn woonplaats bij Aroër, tot de Nebo en Báal-Meon,
8อีกคนคือเบลาบุตรอาซัส ผู้เป็นบุตรเชมา บุตรโยเอล เบลาอาศัยอยู่ที่อาโรเออร์ไปจนถึงเนโบและบาอัลเมโอน
9en oostwaarts tot aan de rand van de woestijn, die bij de rivier de Eufraat begint; zij hadden namelijk talrijke kudden lopen in het land Gilad.
9เขายังอาศัยอยู่ทางตะวันออกไปจนถึงทางเข้าถิ่นทุรกันดารทางด้านแม่น้ำยูเฟรทีส เพราะฝูงสัตว์ของพวกเขาเพิ่มจำนวนขึ้นในดินแดนกิเลอาด
10Tijdens de regering van Saul voerden ze oorlog met de Hagrieten, die verslagen werden, en vestigden zich in hun tenten over heel het oosten van Gilad.
10ในสมัยซาอูล พวกเขาทำสงครามกับชาวฮากรีและฆ่าคนเหล่านั้นได้ แล้วเข้าไปอาศัยในกระโจมของชาวฮากรีทั่วดินแดนทางตะวันออกของกิเลอาด
11Tegenover hen, in het land Basjan tot Salka, hadden de zonen van Gad hun woonplaats.
11ชาวกาดอาศัยอยู่ข้างพวกเขาในดินแดนบาชานไปจนถึงสาเลคาห์
12Hun hoofd was Joël; de tweede was Sjafam; in Basjan woonden nog Janai en Sjafat.
12ในบาชานมีโยเอลเป็นหัวหน้า ชาฟามเป็นคนรองลงมา แล้วมียาไนกับชาฟัท
13De verschillende families van hun stamgenoten waren: Mikaël, Mesjoellam, Sjébe, Jorai, Jakan, Zia en Éber, in het geheel zeven.
13พี่น้องในตระกูลฝ่ายบิดาของพวกเขา ได้แก่ มีคาเอล เมชุลลาม เชบา โยรัย ยาคาน ศิยา และเอเบอร์ รวม 7 คน
14Het waren zonen van Abicháil, den zoon van Choeri, zoon van Jaróach, zoon van Gilad, zoon van Mikaël, zoon van Jesjisjai, zoon van Jachdo, zoon van Boez.
14คนเหล่านี้เป็นบุตรของอาบีฮายิล ผู้เป็นบุตรฮูรี บุตรยาโรอาห์ บุตรกิเลอาด บุตรมีคาเอล บุตรเยชิชัย บุตรยาโด บุตรบูส
15Achi, de zoon van Abdiël, den zoon van Goeni, was het hoofd van hun families.
15อาฮีบุตรอับดีเอล ผู้เป็นบุตรกูนี เป็นหัวหน้าวงศ์วานของบรรพบุรุษพวกเขา
16Zij hadden hun woonplaats in Gilad, in Basjan met bijbehorende streken, en op alle weidegronden van de Sjaron met hun uitlopers.
16พวกเขาอาศัยอยู่ในกิเลอาด แถบบาชานและเมืองต่าง ๆ ของที่นั่น ตลอดจนทุ่งหญ้าทั่วแคว้นชาโรนไปจนสุดเขตแดน
17Allen werden ze in het stamregister opgenomen tijdens de regering van Jotam, den koning van Juda, en van Jeroboam, den koning van Israël.
17บันทึกลำดับเชื้อสายของคนทั้งหมดนี้ไว้ในสมัยโยธามกษัตริย์แห่งยูดาห์และสมัยเยโรโบอัมกษัตริย์แห่งอิสราเอล
18De Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse waren dappere mannen. Ze telden niet minder dan vier en veertig duizend zevenhonderd zestig krijgers, gewapend met schild en zwaard, in staat de boog te hanteren, en gehard in de strijd.
18ชาวรูเบน ชาวกาด และคนครึ่งเผ่ามนัสเสห์ มีนักรบกล้าหาญที่ถือโล่เล็กและดาบ ยิงธนูได้ และชำนาญการรบ รวมผู้พร้อมออกศึก 44,760 คน
19Ze voerden oorlog met de Hagrieten, en met Jetoer, Nafisj en Nodab.
19พวกเขาทำสงครามกับชาวฮากรี รวมถึงเยทูร์ นาฟิช และโนดับ
20Ofschoon de Hagrieten in die strijd geholpen werden, vielen ze met al hun bondgenoten in hun handen. Want tijdens het gevecht baden zij tot God, en omdat zij op Hem vertrouwden, verhoorde Hij hen.
20พระเจ้าทรงช่วยพวกเขาในการรบ พวกเขาจึงปราบชาวฮากรีและพวกพ้องได้ เพราะขณะรบพวกเขาร้องทูลต่อพระเจ้า พระองค์ทรงตอบคำทูลเพราะพวกเขาวางใจในพระองค์
21Ze namen hun kudden mee: vijftigduizend kamelen, tweehonderd vijftigduizend schapen, tweeduizend ezels; en bovendien honderdduizend gevangenen.
21พวกเขายึดฝูงสัตว์มา ได้แก่ อูฐ 50,000 ตัว แกะ 250,000 ตัว ลา 2,000 ตัว และจับคน 100,000 คน
22Want daar het een strijd was, door God bevolen, waren er vele slachtoffers gevallen. Ze bleven daar in hun plaats tot aan de ballingschap gevestigd.
22มีผู้ล้มตายเป็นจำนวนมาก เพราะพระเจ้าทรงอยู่เบื้องหลังการศึกครั้งนี้ พวกเขาอาศัยอยู่ในดินแดนของคนเหล่านั้นจนถึงคราวถูกกวาดต้อนไปเป็นเชลย
23De zonen van de halve stam Manasse hadden hun woonplaatsen in de streek van Basjan af tot Báal-Chermon, de Senir en het Hermongebergte; ze waren zelfs in de Libanon doorgedrongen.
23คนครึ่งเผ่ามนัสเสห์อาศัยอยู่ในดินแดนนั้น พวกเขาเพิ่มจำนวนและแผ่ไปตั้งแต่บาชานจนถึงบาอัลเฮอร์โมน เสนีร์ และภูเขาเฮอร์โมน
24Hun familiehoofden waren: Éfer, Jisji, Eliël, Azriël, Jirmeja, Hodawja en Jachdiël; het waren dappere en beroemde mannen, hoofden van hun families.
24หัวหน้าวงศ์วานของบรรพบุรุษพวกเขาคือเอเฟอร์ อิชี เอลีเอล อัสรีเอล เยเรมียาห์ โฮดาวิยาห์ และยาดีเอล ทั้งเจ็ดเป็นนักรบกล้าหาญ มีชื่อเสียง และเป็นหัวหน้าวงศ์วาน
25Maar ze waren ontrouw aan den God hunner vaderen, en hielden het met de goden van de inheemse bevolking, die door God om hunnentwille was uitgeroeid.
25แต่พวกเขาล่วงละเมิดต่อพระเจ้าของบรรพบุรุษ แล้วหันไปหาพระของชนชาติในดินแดนนั้นอย่างคนคบชู้ ชนชาติเหล่านั้นพระเจ้าเคยทรงทำลายต่อหน้าพวกเขา
26Daarom gaf de God van Israël aan Poel, den koning van Assjoer, en Tiglat-Pilnéser, den koning van Assjoer, de gedachte in, de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam Manasse in ballingschap weg te voeren. Zij brachten ze naar Chalach, Chabor, Hara en de rivier Gozan, waar ze ook nu nog wonen.
26พระเจ้าแห่งอิสราเอลจึงทรงดลใจปูล กษัตริย์แห่งอัสซีเรีย และทรงดลใจทิลกัทปิลเนเสอร์ กษัตริย์แห่งอัสซีเรีย แล้วกษัตริย์อัสซีเรียก็กวาดต้อนชาวรูเบน ชาวกาด และคนครึ่งเผ่ามนัสเสห์ไปยังฮาลาห์ ฮาโบร์ ฮารา และริมแม่น้ำโกซาน พวกเขาอยู่ที่นั่นมาจนถึงทุกวันนี้
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.