1 Kronieken
Chapter 11
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Toen kwam heel Israël tot David in Hebron en zeide: Zie, wij zijn uw vlees en bloed!
1以色列 众人聚集到 希伯 见 大卫 ,说:「我们原是你的骨肉。
2Reeds vroeger, toen Saul nog koning was, waart gij het, die Israël te velde deedt trekken en terugbracht. En tot u heeft Jahweh, uw God, gezegd: “Gij zult mijn volk Israël weiden; gij zult de leider van mijn volk Israël zijn!”
2从前 扫罗 作王的时候,率领 以色列 人出入的是你;耶和华—你的 神也曾应许你说:『你必牧养我的民 以色列 ,作 以色列 的君。』」
3Toen alle oudsten van Israël dus bij den koning in Hebron gekomen waren, sloot David met hen in Hebron een verbond voor het aanschijn van Jahweh, en werd David door hen tot koning over Israël gezalfd, juist zoals Jahweh door Samuël had voorspeld.
3于是 以色列 的长老都来到 希伯 见 大卫 王。 大卫 在 希伯 耶和华面前与他们立约,他们就膏 大卫 作 以色列 的王,是照耶和华借 撒母耳 所说的话。
4Nu trok David met heel Israël naar Jerusalem op, dat wil zeggen: Jeboes, waar de Jeboesieten woonden, de inheemse bevolking.
4大卫 和 以色列 众人到了 耶路撒冷 ,就是 耶布斯 ;那时 耶布斯 人住在那里。
5De bewoners van Jeboes riepen tot David: Hier komt ge niet binnen! Maar David veroverde de Sionsvesting, de zogenaamde Davidstad.
5耶布斯 人对 大卫 说:「你决不能进这地方。」然而 大卫 攻取 锡安 的保障,就是 大卫 的城。
6Bij die gelegenheid sprak David: Wie het eerst een Jeboesiet neerslaat, wordt opperste bevelhebber. En Joab was het, de zoon van Seroeja, die het eerst naar boven kroop, en bevelhebber werd.
6大卫 说:「谁先攻打 耶布斯 人,必作首领元帅。」 洗鲁雅 的儿子 约押 先上去,就作了元帅。
7Daarna vestigde David zich in de vesting, die hij Davidstad noemde,
7大卫 住在保障里,所以那保障叫作 大卫城 。
8en hij bouwde de stad in heel haar omvang van het Millo af tot aan het paleis. De rest van de stad werd door Joab gerestaureerd.
8大卫 又从 米罗 起,四围建筑城墙,其余的是 约押 修理。
9Zo werd David hoe langer hoe machtiger, daar Jahweh der heirscharen met hem was.
9大卫 日见强盛,因为万军之耶和华与他同在。
10Hier volgen de aanvoerders van Davids helden, die zich verdienstelijk maakten voor zijn heerschappij over heel Israël, en hem hielpen koning te worden van Israël, naar het woord van Jahweh.
10以下记录跟随 大卫 勇士的首领,就是奋勇帮助他得国、照着耶和华吩咐 以色列 人的话、与 以色列 人一同立他作王的。
11Hier volgt dus een op somming van Davids helden. Jasjobam, de zoon van Chakmoni, was de aanvoerder der Drie. Hij zwaaide zijn lans tegen driehonderd man, die hij in één keer versloeg.
11大卫 勇士的数目记在下面: 哈革摩尼 的儿子 雅朔班 ,他是军长的统领,一时举枪杀了三百人。
12Na hem kwam Elazar, de zoon van Dodo, den Achochiet, ook een van de drie helden.
12其次是 亚合 人 朵多 的儿子 以利亚撒 ,他是三个勇士里的一个。
13Hij bevond zich met David te Pas-Dammim, toen de Filistijnen zich daar verzameld hadden voor de strijd. Na hem kwam Sjamma, de zoon van Age uit Harari. Eens, toen de Filistijnen zich voor de strijd te Lechi verzameld hadden, waar een stuk land was, geheel met gerst beplant, was het volk voor de Filistijnen op de vlucht geslagen;
13他从前与 大卫 在 巴斯·达闵 , 非利士 人聚集要打仗。那里有一块长满大麦的田,众民就在 非利士 人面前逃跑;
14maar hij ging midden op het veld staan en wist het te behouden, door de Filistijnen te verslaan. Zo verleende Jahweh hun een grote overwinning.
14这勇士便站在那田间击杀 非利士 人,救护了那田。耶和华使 以色列 人大获全胜。
15Een andere keer daalden drie van de dertig aanvoerders af, en kwamen bij David in de spelonk van Adoellam, terwijl een bende Filistijnen in de vallei der Refaïeten gelegerd was.
15三十个勇士中的三个人下到磐石那里,进了 亚杜兰洞 见 大卫 ; 非利士 的军队在 利乏音谷 安营。
16David bevond zich toen in de bergvesting, en de Filistijnen hadden Betlehem bezet.
16那时 大卫 在山寨, 非利士 人的防营在 伯利恒 。
17Toen nu David eens het verlangen te kennen gaf, of iemand hem water te drinken kon geven uit de bron bij de poort van Betlehem,
17大卫 渴想,说:「甚愿有人将 伯利恒 城门旁井里的水打来给我喝!」
18drongen de Drie door de legermacht der Filistijnen heen, putten water uit de bron bij de poort van Betlehem, namen het mee en brachten het bij David. Maar David wilde er niet van drinken, en goot het uit ter ere van Jahweh, terwijl hij uitriep:
18这三个勇士就闯过 非利士 人的营盘,从 伯利恒 城门旁的井里打水,拿来奉给 大卫 。他却不肯喝,将水奠在耶和华面前,
19Bij Jahweh; ik denk er niet aan, zo iets te doen. Ik zou het bloed en het leven van die drie mensen drinken; want ze hebben hun leven gewaagd, om het mij te kunnen brengen! Daarom wilde hij het niet drinken. Zulke dingen deden de drie helden.
19说:「我的 神啊,这三个人冒死去打水,这水好像他们的血一般,我断不敢喝!」如此, 大卫 不肯喝。这是三个勇士所做的事。
20Absjai, de broeder van Joab, was de aanvoerder van de Dertig. Hij zwaaide zijn lans tegen driehonderd man, die hij doodde. Hij was bekend bij de Drie,
20约押 的兄弟 亚比筛 是这三个勇士的首领;他举枪杀了三百人,就在三个勇士里得了名。
21en om twee feiten was hij beroemder dan de Dertig, zodat hij hun aanvoerder werd; maar tegen de Drie kon hij niet op.
21他在这三个勇士里是最尊贵的,所以作他们的首领;只是不及前三个勇士。
22Benaja, de zoon van Jehojada, was een dapper man uit Kabseël, met een uitstekende staat van dienst. Hij versloeg de twee zonen van Ariël uit Moab. Ook doodde hij midden in een kuil een leeuw op een dag, dat er sneeuw lag.
22有 甲薛 勇士 耶何耶大 的儿子 比拿雅 行过大能的事:他杀了 摩押 人 亚利伊勒 的两个 儿子 ,又在下雪的时候下坑里去杀了一个狮子,
23Verder versloeg hij een Egyptenaar, een man van ongewone afmetingen, vijf el lang, die met een lans als een weversboom was gewapend; hij ging met een stok op hem af, wrong hem de lans uit de vuist, en stak hem met zijn eigen lans dood.
23又杀了一个 埃及 人。 埃及 人身高五肘,手里拿着枪,枪杆粗如织布的机轴; 比拿雅 只拿着棍子下去,从 埃及 人手里夺过枪来,用那枪将他刺死。
24Zulke dingen deed Benaja, de zoon van Jehojada! Daardoor was hij bekend bij de Drie.
24这是 耶何耶大 的儿子 比拿雅 所行的事,就在三个勇士里得了名。
25Maar ofschoon hij beroemder was dan de Dertig, tegen de Drie kon hij niet op! Hem stelde David over zijn lijfwacht aan.
25他比那三十个勇士都尊贵,只是不及前三个勇士。 大卫 立他作护卫长。
26Tenslotte de helden: Asaël, de broer van Joab; Elchanan, de zoon van Dodo uit Betlehem;
26军中的勇士有 约押 的兄弟 亚撒黑 , 伯利恒 人 朵多 的儿子 伊勒哈难 ,
27Sjammot uit Harar; Chéles uit Bet-Pélet;
27哈律 人 沙玛 , 比伦 人 希利斯 ,
28Ira, de zoon van Ikkesj uit Tekóa; Abiézer uit Anatot;
28提哥亚 人 益吉 的儿子 以拉 , 亚拿突 人 亚比以谢 ,
29Sibbekai uit Choesja; Ilai uit Achoch;
29户沙 人 西比该 , 亚合 人 以来 ,
30Maharai uit Netófa; Chéled, de zoon van Baäna uit Netófa;
30尼陀法 人 玛哈莱 , 尼陀法 人 巴拿 的儿子 希立 ,
31Itai, de zoon van Ribai uit Géba der Benjamieten; Benaja uit Piraton;
31便雅悯 族 基比亚 人 利拜 的儿子 以太 , 比拉顿 人 比拿雅 ,
32Choerai uit Nachale-Gáasj; Abiël uit Araba;
32迦实溪 人 户莱 , 亚拉巴 人 亚比 ,
33Azmáwet uit Bachoerim; Eljachba uit Sjaälbon;
33巴路米 人 押斯玛弗 , 沙本 人 以利雅哈巴 ,
34Hasjem uit Gizo: Jonatan, de zoon van Sjage uit Harar;
34基孙 人 哈深 的众子, 哈拉 人 沙基 的儿子 约拿单 ,
35Achiam, de zoon van Sakar uit Harar; Elifal, de zoon van Oer;
35哈拉 人 沙甲 的儿子 亚希暗 , 吾珥 的儿子 以利法勒 ,
36Chéfer uit Mekera; Achi-ja uit Gilo;
36米基拉 人 希弗 , 比伦 人 亚希雅 ,
37Chesro uit Karmel; Naärai, de zoon van Ezbai;
37迦密 人 希斯罗 , 伊斯拜 的儿子 拿莱 ,
38Joël, de broer van Natan; Mibchar, de zoon van Hagri;
38拿单 的兄弟 约珥 , 哈基利 的儿子 弥伯哈 ,
39Sélek, de Ammoniet; Nacharai uit Berota, de wapendrager van Joab, den zoon van Seroeja;
39亚扪 人 洗勒 , 比录 人 拿哈莱 ( 拿哈莱 是给 洗鲁雅 的儿子 约押 拿兵器的),
40Ira uit Jéter; Gareb uit Jéter;
40以帖 人 以拉 , 以帖 人 迦立 ,
41Oeri-ja de Chittiet; Zabad, de zoon van Achlai;
41赫 人 乌利亚 , 亚莱 的儿子 撒拔 ,
42Adina, de zoon van Sjiza van de stam Ruben, de aanvoerder der Rubenieten, met dertig man;
42吕便 人 示撒 的儿子 亚第拿 (他是 吕便 支派中的一个族长,率领三十人),
43Chanan, de zoon van Maäka; Josjafat uit Mitna;
43玛迦 的儿子 哈难 , 弥特尼 人 约沙法 ,
44Oezzi-ja uit Asjtarot; Sjama en Jeïël, zonen van Chotam uit Aroër;
44亚施他拉 人 乌西亚 , 亚罗珥 人 何坦 的儿子 沙玛 、 耶利 ,
45Jediaël, de zoon van Sjimri; Jocha, zijn broer uit Tisi;
45提洗 人 申利 的儿子 耶叠 和他的兄弟 约哈 ,
46Eliël uit Machawa; Jeribai en Josjawja, zonen van Elnáam; Jitma de Moabiet;
46玛哈未 人 以利业 , 伊利拿安 的儿子 耶利拜 、 约沙未雅 , 摩押 人 伊特玛 、
47Eliël, Obed en Jaäsiël, uit Soba.
47以利业 、 俄备得 ,并 米琐八 人 雅西业 。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.