אִגֶּרֶת פּוֹלוֹס הַשָּׁלִיחַ אֶל־הָאֶפְסִיִּים 4
Modern Hebrew BibleTranslation
Modern Hebrew Bible
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1לכן אזהירכם אני האסור באדון להתהלך כאשר יאתה למשמרתכם אשר נקראתם לה׃
1Ik, de gevangene voor de zaak des Heren, vermaan u dus, dat gij u gedraagt overeenkomstig uw roeping;
2בכל נמיכות וענוה ובארך רוח לשאת איש את רעהו באהבה׃
2dat gij elkander in liefde verdraagt met alle ootmoedigheid, zachtheid en geduld;
3ושקדו לשמר את אחדות הרוח באגדת השלום׃
3dat gij uw best doet, de eenheid des geestes te bewaren door de band van de vrede.
4גוף אחד ורוח אחד כאשר גם נקראתם בתקות משמרתכם האחת׃
4Eén lichaam en één geest, zoals gij ook geroepen zijt tot één hoop, die aan uw roeping ontspruit;
5אדון אחד אמונה אחת טבילה אחת׃
5één Heer, één geloof, één doopsel;
6אל ואב אחד לכל שהוא על כל ובכל ובתוך כלכם׃
6één God en Vader van allen, die boven alles, door alles, en in alles is.
7אבל לכל אחד ואחד ממנו נתן החסד כמדת מתנת המשיח׃
7Aan ieder van ons is de genade geschonken naar de maat, die Christus heeft toegemeten.
8על כן הוא אומר עלה למרום שבה שבי ויתן מתנות לאדם׃
8Daarom wordt er gezegd: “Opgestegen ten hoge, Heeft Hij gevangenen buitgemaakt, Gaven uitgedeeld aan de mensen.”
9ועלה שאמר מה הוא אם לא שירד ירד מקדם לתחתיות ארץ׃
9Welnu, dit “Hij is opgestegen,” wat betekent het anders, dan dat Hij ook is neergedaald naar de onderste delen der aarde.
10הירד הוא אשר גם עלה למעלה מכל השמים למען ימלא את הכל׃
10Hij, die is neergedaald, is Dezelfde als Hij, die hoog boven alle hemelen is opgestegen, om alles tot volheid te brengen.
11והוא נתן את אלה שליחים ואת אלה נביאים ואת אלה מבשרים ואת אלה רעים ומלמדים׃
11Hijzelf is het geweest, die sommigen tot apostelen heeft aangesteld, anderen tot profeten, evangelisten, herders en leraars;
12להשלים את הקדשים למעשה העבודה לבנין גוף המשיח׃
12maar met het doel, om de heiligen tot volmaakte plichtsvervulling te brengen, om op te bouwen het Lichaam van Christus;
13עד כי נגיע כלנו לאחדות האמונה ודעת בן האלהים כאיש אחד שלם לשעור קומת מלוא המשיח׃
13tot de tijd, dat wij allen tot de eenheid des geloofs en der kennis van Gods Zoon zijn gekomen, een volwassen man zijn geworden, en de mannenmaat van den volmaakten Christus hebben bereikt.
14ולא נהיה עוד ילדים נגרשים ונדפים בכל רוח הלמוד בתרמית בני אדם ומקשותם אשר שתו להתעות׃
14Dan zullen we geen onmondige kinderen meer zijn, die heen en weer worden geslingerd en voortgestuwd door elke windvlaag van lering, door het bedrog van de mensen, door sluwe verleiding tot dwaling.
15כי אם נדבר האמת באהבה ונגדלה בכל דבר לו למשיח שהוא הראש׃
15Maar we zullen de waarheid bewaren in liefde, en zó in ieder opzicht opgroeien voor Hem, voor Christus, die het Hoofd is.
16אשר ממנו כל הגוף בהיותו מרכב ומדבק בכל חבור השמוש כפי מדת הפעלה הנתונה לכל אבר ואבר ירבה ויגדל להשלמת בנינו באהבה׃
16Door Hem wordt het ganse lichaam samengevoegd en samengehouden, omdat elk gewricht zijn taak vervult met de kracht, die ieder lid in ‘t bijzonder is toegemeten; en zó voltrekt zich de groei van het lichaam tot eigen opbouw in liefde.
17והנה זאת אני אמר ומעיד באדון כי מעתה לא תלכו עוד כיתר הגוים ההלכים בהבלי שכלם׃
17Daarom zeg ik en bezweer ik u in den Heer, dat gij niet langer een leven moogt leiden, zoals de heidenen in hun ijdele gezindheid dit doen.
18חשכי הדעת ומוזרים לחיי אלהים מפני אולתם אשר בהם כי טח מהשכיל לבבם׃
18Want hun verstand is verduisterd en ze zijn vervreemd van het leven van God, omdat er onwetendheid onder hen heerst en hun hart is verstokt.
19אשר השמינו ויתנו את נפשם לזמה לעשות כל תועבה באהבת הבצע׃
19Ze hebben zich afgestompt en zich aan losbandigheid overgegeven, zodat ze uit hebzucht allerlei ontucht bedrijven.
20ואתם לא כן למדתם את המשיח׃
20Maar zó hebt gij Christus niet leren kennen.
21אם אמנם אתו שמעתם ובו למדתם כפי האמת בישוע׃
21Gij hebt toch van Hem gehoord, en zijt in Hem onderwezen, wat de waarheid in Jesus is:
22אשר תסורו מדרכיכם הראשנים ותפשטו את האדם הישן הנשחת בתאות התרמית׃
22met betrekking tot uw vroeger gedrag moet gij den ouden mens afleggen, die door bedriegelijke begeerten te gronde gaat;
23ותתחדשו ברוח שכלכם׃
23gij moet u vernieuwen naar de inwendige geest;
24ותלבשו את האדם החדש הנברא כדמות אלהים בצדקה וקדשת האמת׃
24gij moet den nieuwen mens aantrekken, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.
25על כן הסירו מכם את השקר ודברו אמת איש את רעהו כי אברים כלנו יחד איש לאיש׃
25Legt daarom de leugen af en spreekt de waarheid tot den naaste, ieder voor zich; want ledematen zijn we van elkander.
26רגזו ואל תחטאו אל תשקע החמה על רגזכם׃
26Wordt gij toornig, zondigt dan niet; de zon ga niet onder over uw toorn;
27גם לא תתנו מקום לשטן׃
27geeft geen vrij spel aan den duivel.
28מי שגנב אל יסף לגנב כי אם ייגע ובידיו יעשה את הטוב למען יהיה לו לתת לאיש מחסור׃
28De dief mag voortaan niet meer stelen, maar moet arbeiden, om met eigen handen de kost te verdienen, en iets over te houden, om het weg te schenken aan wie er behoefte aan heeft.
29כל דבר נבול לא יצא מפיכם כי אם הטוב והמועיל לבנות לפי הצרך למען יתן חן לשמעיו׃
29Uit uw mond kome geen vuile taal, maar goede woorden alleen, die zo nodig stichten kunnen, zodat ze voordeel brengen aan hen die ze horen.
30ולא תעצבו את רוח הקדש של אלהים אשר נחתמתם בו אל יום הגאלה׃
30Bedroeft ook niet Gods heiligen Geest, waarmee gij verzegeld zijt voor de Dag der Verlossing.
31כל מרירות וחמה ורגז וצעקה וגדוף תסירו מכם עם כל הרשעה׃
31Verre van u alle bitterheid, gramschap, toorn, geschreeuw, laster en alle andere boosheid.
32והיו טובים איש אל רעהו ורחמנים וסלחים איש לאחיו כאשר סלח לכם האלהים במשיח׃
32Maar weest minzaam en hartelijk jegens elkander; vergeeft elkander, gelijk ook God u door Christus vergiffenis heeft geschonken.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.