5. Мојсијева
Chapter 16
Daničić–Karadžić Bible (…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

5. Мојсијева 16

Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Држи месец Авив, те слави пасху Господу Богу свом, јер месеца Авива извео те је Господ Бог твој из Мисира ноћу.
1Onderhoud de maand Abib, en vier het Pascha ter ere van Jahweh, uw God; want in de maand Abib heeft Jahweh uw God, u des nachts uit Egypte geleid.
2И закољи пасху Господу Богу свом, од крупне и ситне стоке, на месту које изабере Господ да онде настани име своје.
2Dan moet ge uit de kudde en runderen ter ere van Jahweh, uw God, het Pascha slachten op de plaats, die Jahweh zal uitverkiezen, om er zijn Naam te vestigen.
3Не једи с њом хлеб кисели; седам дана једи с њом пресан хлеб, хлеб невољнички, јер си хитећи изашао из земље мисирске, па да се опомињеш дана кад си изашао из Мисира, док си год жив.
3Ge moogt niets wat gedesemd is daarbij eten, maar moet daarbij zeven dagen lang ongedesemde broden, het brood der ellende, eten; want overhaast zijt ge uit Egypte getrokken. Zo zult gij u de dag van uw uittocht uit Egypte herinneren al de dagen van uw leven.
4И да се не види у тебе квасац за седам дана нигде међу границама твојим, и да не остане преко ноћ ништа до јутра од меса које закољеш први дан увече.
4Zeven dagen lang mag bij u in heel uw gebied geen gist worden aangetroffen. En van het vlees, dat gij in de avond van de eerste dag offert, mag niets tot de volgende ochtend worden bewaard.
5Не можеш клати пасхе на сваком месту свом које ти да Господ Бог твој;
5Ook moogt gij het Pascha niet slachten in een van de steden, die Jahweh, uw God, u zal geven;
6него на месту које изабере Господ Бог твој да онде настани име своје, онде кољи пасху увече о сунчаном заходу у исто време кад си пошао из Мисира.
6maar op de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om er zijn Naam te vestigen, moet gij tegen de avond, bij het ondergaan der zon, het Pascha slachten, op de tijd, dat gij uit Egypte getrokken zijt.
7А пеци је и једи на месту које изабере Господ Бог твој; и сутрадан вративши се иди у своје шаторе.
7Gij moet het toebereiden en eten op de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen; eerst de volgende morgen kunt ge naar uw tenten terugkeren.
8Шест дана једи пресне хлебове, а седми дан да је празник Господњи, тада не ради ништа.
8Zes dagen lang moet ge ongedesemde broden eten, en op de zevende dag moet er een godsdienstige bijeenkomst ter ere van Jahweh, uw God, worden gehouden, en moogt ge geen arbeid verrichten.
9Седам недеља наброј; кад стане срп радити по летини, онда почни бројати седам недеља.
9Zeven volle weken moet ge tellen van het ogenblik af, dat ge de sikkel in het koren slaat.
10Тада празнуј празник недеља Господу Богу свом; шта можеш приносити драговољно како те буде благословио Господ Бог твој.
10Dan moet ge het feest der weken voor Jahweh, uw God, vieren, en naar uw vermogen, en naar gelang Jahweh, uw God, u heeft gezegend, een vrijwillige gave schenken.
11И весели се пред Господом Богом својим ти и син твој и кћи твоја и слуга твој и слушкиња твоја, и Левит који буде у месту твом, и дошљак и сирота и удовица, што буду код тебе, на месту које изабере Господ Бог твој да онде настани име своје.
11Dan moet ge met uw zoon en uw dochter, uw knecht en uw dienstmaagd, met den leviet, die binnen uw poorten woont, met den vreemdeling, den wees en de weduwe, die in uw midden wonen, vrolijk zijn voor het aanschijn van Jahweh, uw God, op de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om er zijn Naam te vestigen.
12И опомињи се да си био роб у Мисиру, те чувај и твори уредбе ове.
12Denk er aan, dat ge slaaf zijt geweest in Egypte, en onderhoud al deze bepalingen met de grootste zorg.
13Празник сеница празнуј седам дана, кад збереш с гумна свог и из каце своје.
13Het loofhuttenfeest moet ge zeven dagen lang vieren, wanneer gij de vruchten van uw dorsvloer en wijnpers binnenhaalt.
14И весели се на празник свој ти и син твој и слуга твој и слушкиња твоја, и Левит и дошљак и сирота и удовица, што буду у месту твом.
14Ge moet vrolijk zijn op uw feest met uw zoon en uw dochter, uw knecht en uw dienstmaagd, met den leviet en den vreemde, den wees en de weduwe, die binnen uw poorten wonen.
15Седам дана празнуј празник Господу Богу свом на месту које изабере Господ, кад те благослови Господ Бог твој у свакој летини твојој и у сваком послу руку твојих; и буди весео.
15Zeven dagen lang zult ge feest vieren ter ere van Jahweh, uw God, op de plaats, die Jahweh zal uitverkiezen. Want Jahweh, uw God, zal u zegenen bij heel uw oogst en bij al het werk uwer handen; daarom moet ge vrolijk zijn.
16Три пута у години нека дође свако мушко пред Господа Бога твог на место које изабере: на празник пресних хлебова, на празник недеља и на празник сеница, али нико да не дође празан пред Господа;
16Drie maal per jaar moeten alle mannen voor het aanschijn van Jahweh, uw God, verschijnen op de plaats, die Hij zal uitverkiezen: op het feest van de ongedesemde broden, op het feest der weken, en op het loofhuttenfeest. Maar men mag niet met lege handen voor Jahweh verschijnen;
17него сваки с даром од оног што има, према благослову Господа Бога твог којим те је даривао.
17doch iedereen moet geven naar vermogen en naar de zegen, die Jahweh, uw God, u geschonken heeft.
18Судије и управитеље постави себи по свим местима која ти да Господ Бог твој по племенима твојим, и нека суде народу право.
18Ge moet in al uw steden, die Jahweh, uw God, aan uw stammen zal geven, rechters en ambtslieden over u aanstellen, die voor het volk een rechtvaardig oordeel zullen vellen.
19Не изврћи правде и не гледај ко је ко; не примај поклона, јер поклон заслепљује очи мудрима и изврће речи праведнима.
19Ge moogt het recht niet verkrachten, geen aanzien van personen laten gelden, en geen geschenken aannemen; want geschenken verblinden de ogen der wijzen, en verdraaien de woorden der rechtvaardigen.
20Сасвим иди за правдом, да би био жив и наследио земљу коју ти даје Господ Бог твој.
20Voor gerechtigheid, en voor gerechtigheid alleen moet ge ijveren, opdat ge moogt leven en het land moogt bezitten, dat Jahweh, uw God, u gaat geven.
21Не сади луга ни од каквих дрвета код олтара Господа Бога свог, који начиниш;
21Ge moogt geen gewijde bomen planten, van welke soort dan ook, naast het altaar van Jahweh, uw God, dat gij voor u zult bouwen,
22и не подижи никакав лик; на то мрзи Господ Бог твој.
22noch een wijsteen oprichten, want Jahweh, uw God, haat ze.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.