2. Самуилова 11
Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicTranslation
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1А кад прође година, у време кад цареви иду на војску, посла Давид Јоава и слуге своје с њим, и свега Израиља, те потираху синове Амонове, и опколише Раву; а Давид оста у Јерусалиму.
1Bij de jaarwisseling, de tijd waarop de koningen gewoonlijk te velde trekken, zond David Joab met zijn eigen soldaten en geheel Israël er op uit; ze teisterden de Ammonieten en sloegen het beleg om Rabba. David zelf was echter in Jerusalem achtergebleven.
2И пред вече уста Давид с постеље своје, и ходајући по крову царског двора угледа с крова жену где се мије, а жена беше врло лепа на очи.
2Nu gebeurde het eens tegen de avond, dat David, van zijn rustbed opgestaan en rondwandelend op het dak van het koninklijk paleis, van het dak af een vrouw zag, die een bad nam; het was een zeer mooie vrouw.
3И Давид посла да пропитају за жену и рекоше: Није ли то Витсавеја кћи Елијамова, жена Урије Хетејина?
3David liet onderzoeken, wie de vrouw was. Men zeide hem: Het is Bat-Sjéba, de dochter van Eliam, de vrouw van Oerija, den Chittiet.
4И Давид посла посланике да је доведу; и кад дође к њему, он леже с њом, а она се беше очистила од нечистоте своје; после се врати својој кући.
4Toen liet David haar halen. Ze kwam bij hem en hij had gemeenschap met haar, juist nadat ze zich gezuiverd had van haar stonden; daarna keerde ze naar haar woning terug.
5И затрудне жена, те посла и јави Давиду говорећи: Трудна сам.
5Maar de vrouw was zwanger geworden, en liet David weten, dat ze zwanger geworden was.
6Тада Давид посла к Јоаву и поручи: Пошљи ми Урију Хетејина. И посла Јоав Урију к Давиду.
6Daarom gaf David aan Joab het bevel: Stuur Oerija, den Chittiet, naar mij toe. En Joab stuurde Oeri-ja naar David.
7И кад Урија дође к њему, запита га Давид како је Јоав и како је народ и како иде рат.
7Toen Oerija bij hem gekomen was, vroeg David, hoe het ging met Joab en het volk en of de strijd voorspoedig verliep.
8Потом рече Давид Урији: Иди кући својој, и опери ноге своје. И Урија изиђе из царевог двора, а за њим изнесоше јело царско.
8Daarna zeide hij tot Oerija: Ga maar naar huis, en was uw voeten. Zelfs werd Oeri-ja, toen hij het koninklijk paleis had verlaten, een ereschotel van den koning achterna gebracht.
9Али Урија леже на вратима двора царевог са свим слугама господара свог, и не отиде кући својој.
9Maar Oerija ging slapen aan de ingang van het koninklijk paleis, bij al de andere dienaren van zijn heer, en hij ging niet naar huis.
10И јавише Давиду говорећи: Урија није отишао кући својој. А Давид рече Урији: Ниси ли дошао с пута? Зашто не идеш кући својој?
10Toen men David vertelde, dat Oeri-ja niet naar huis was gegaan, zeide David tot hem: Ge komt toch van een reis terug; waarom zijt ge dan niet naar huis gegaan?
11А Урија рече Давиду: Ковчег и Израиљ и Јуда стоје по шаторима, и Јоав господар мој и слуге господара мог стоје у пољу, па како бих ја ушао у кућу своју да једем и пијем и спавам са женом својом? Тако ти био жив и тако била жива душа твоја, нећу то учинити.
11Oerija gaf David ten antwoord: De ark en Israël met Juda zijn in hutten ondergebracht; mijn meester Joab en de eigen soldaten van mijn heer hebben hun kamp in de open lucht; en zou ik dan thuis gaan eten en drinken, en met mijn vrouw gaan slapen? Zowaar Jahweh leeft en bij uw leven, dat doe ik niet!
12Тада рече Давид Урији: Остани овде још данас, па ћу те сутра отпустити. Тако оста Урија у Јерусалиму онај дан и сутрадан.
12Nu zeide David tot Oerija: Blijf vandaag nog hier, dan zal ik u morgen laten vertrekken. Zo bleef Oerija die dag in Jerusalem.
13И позва га Давид да једе и пије с њим, те га опије. А увече отиде, те леже на постељу своју са слугама господара свог, а кући својој не отиде.
13De volgende dag nodigde David hem uit, om bij hem te eten en te drinken; maar ofschoon de koning hem dronken maakte, ging hij ‘s avonds slapen op zijn plekje bij de andere dienaren des konings, en hij ging niet naar huis.
14А ујутру написа Давид књигу Јоаву, и посла по Урији.
14De volgende morgen schreef David aan Joab een brief, die hij door Oerija liet overbrengen.
15А у књизи писа и рече: Наместите Урију где је најжешћи бој, па се узмакните од њега да би га убили да погине.
15Hij schreef in die brief: Geeft Oerija een vooruitgeschoven post, waar de strijd het gevaarlijkst is, en trekt u dan van hem terug, opdat hij getroffen wordt en sneuvelt.
16И Јоав опколивши град намести Урију на место где је знао да су најхрабрији људи.
16Joab plaatste dus bij het beleg van de stad Oerija op een punt, waarvan hij wist, dat er geduchte krijgers stonden;
17И изиђоше људи из града и побише се с Јудом. И погибе из народа неколико слуга Давидових; погибе и Урија Хетејин.
17en toen de burgers van de stad een uitval deden, en slaags raakten met Joab, vielen er enigen van het krijgsvolk en Davids eigen soldaten; ook Oerija sneuvelde, de Chittiet.
18Тада Јоав посла к Давиду, и јави му све што би у боју.
18Daar Joab aan David verslag moest uitbrengen over het verloop van het gevecht,
19И заповеди гласнику говорећи: Кад приповедиш цару све што је било у боју,
19gaf hij aan den boodschapper deze opdracht mee: Als ge het verloop van het gevecht hebt verteld,
20ако се разгневи цар и рече ти: Зашто сте ишли тако близу града да се бијете? Зар нисте знали како се стреља с града?
20en de koning soms kwaad wordt, Waarom hebt gij ook zo dicht bij de stad gevochten? Gij weet toch wel, dat ze boven van de muur met stenen gooien?
21Ко је убио Авимелеха сина Јерувесетовог? Није ли жена бацила на њ комад жрвња са зида, те погибе у Тевесу? Зашто сте ишли близу зида? Тада реци: Погинуо је и слуга твој Урија Хетејин.
21Wie heeft Abimélek getroffen, den zoon van Jeroebbósjet? Een vrouw nietwaar, die van de muur af een molensteen op hem neerwierp, waardoor hij de dood vond in Tébes. Waarom zijt gij dan zo dicht bij de muur gekomen? dan moet ge zeggen: Ook uw dienaar Oerija, de Chittiet, is gesneuveld.
22И отиде гласник, и дошавши јави Давиду све за шта га је послао Јоав.
22De boodschapper ging dus op weg, en bij David gekomen, bracht hij hem het bericht over, dat Joab hem had meegegeven, en het gehele verloop van de strijd. David werd kwaad en sprak tot den boodschapper:
23И рече гласник Давиду: Беху јачи од нас, и изиђоше у поље на нас, али их узбисмо до врата градских.
23De boodschapper gaf David ten antwoord: De mannen waren ons te sterk; ze deden een uitval tegen ons in het open veld. En toen wij ze terugsloegen tot vlak voor de poort,
24А стрелци стадоше стрељати на слуге твоје са зида, и погибе неколико слуга царевих, тако и слуга твој Урија Хетејин погибе.
24schoten de schutters van de muur af op uw eigen soldaten, zodat er enigen van ‘s konings eigen soldaten zijn gesneuveld; ook uw dienaar Oerija, de Chittiet, is gesneuveld.
25Тада рече Давид гласнику: Овако реци Јоаву: Не буди зловољан за то; јер мач прождире сад овог сад оног; удри још јаче на град и раскопај га. Тако га охрабри.
25Toen zeide David tot den boodschapper: Zeg maar tegen Joab, dat hij zich dat voorval niet te hard aantrekt. Want het zwaard woedt nu hier, dan daar. Doe nog een krachtiger aanval op de stad, en maak haar met de grond gelijk. Zo moet ge hem moed inspreken.
26А жена Уријина чувши да је погинуо муж њен Урија, плака за мужем својим.
26Toen de vrouw van Oerija vernam, dat Oerija, haar man, gestorven was, droeg ze rouw over haar heer.
27А кад прође жалост, посла Давид и узе је у кућу своју, и она му поста жена, и роди му сина. Али не беше по вољи Господу шта учини Давид.
27En toen de rouwtijd voorbij was, liet David haar in zijn paleis opnemen. Zij werd zijn vrouw en schonk hem een zoon. Maar wat David gedaan had, was kwaad in de ogen van Jahweh.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.