Hooglied 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Ik kom in mijn hof, mijn zuster, bruid; Ik pluk er mijn mirre en balsem, Ik eet er mijn raat en mijn honing, Ik drink er mijn wijn en mijn melk! “Eet vrienden, en drinktl, En wordt dronken van liefde!”
1ฉันเข้ามาในสวนของฉันแล้ว น้องรัก เจ้าสาวของฉัน ได้เก็บมดยอบกับเครื่องหอม ได้กินรวงผึ้งกับน้ำผึ้ง ได้ดื่มเหล้าองุ่นกับน้ำนม กินเถอะ เพื่อนทั้งหลาย! ดื่มเถอะ ดื่มให้เต็มที่ ผู้เป็นที่รัก
2Ik sluimerde, maar mijn hart was wakker: Daar hoorde ik mijn beminde kloppen! “Doe open, mijn zuster, Mijn liefste, mijn duifje, mijn schoonste; Want mijn hoofd is nat van de dauw, Mijn lokken zijn klam van de nacht.”
2ฉันหลับอยู่ แต่หัวใจตื่น เสียงคนรักของฉัน! เขากำลังเคาะประตู “เปิดให้ฉันเถอะ น้องรัก ที่รัก นกพิราบของฉัน คนบริสุทธิ์ของฉัน เพราะศีรษะฉันชุ่มน้ำค้าง ผมชุ่มไอชื้นยามค่ำคืน”
3“Maar ik heb mijn kleed al uitgetrokken; Moet ik het nu dan weer aandoen? Ik heb mijn voeten al gewassen, Moet ik ze nu opnieuw gaan besmeuren?”
3ฉันถอดเสื้อคลุมแล้ว จะต้องสวมอีกหรือ? ล้างเท้าแล้ว จะต้องให้เปื้อนอีกหรือ?
4Maar mijn beminde stak reeds zijn hand Door de kier van de deur;
4คนรักสอดมือเข้ามาทางช่องกลอนประตู หัวใจฉันเต้นแรงเพราะเขา
5Ik stond op, om mijn beminde open te doen: Daar dropen mijn handen van mirre, Van vloeiende mirre mijn vingers Op de knop van de grendel.
5ฉันลุกขึ้นเปิดให้คนรัก มดยอบหยดจากมือฉัน มดยอบเหลวหยดจากนิ้ว ลงบนที่จับกลอนประตู
6Ik deed open voor mijn beminde…Maar mijn beminde was heen, was verdwenen…Ik zocht naar hem, ik vond hem niet, Ik riep, hij gaf mij geen antwoord. Ik verloor mijn bezinning, toen hij zo sprak En het stormde in mijn hart.
6ฉันเปิดให้คนรัก แต่เขาจากไปแล้ว ใจฉันโผไปหาเขาเมื่อเขาพูด ฉันตามหาเขา แต่ไม่พบ เรียกเขา แต่เขาไม่ตอบ
7Weer troffen mij de wachters der stad bij hun rondgang, Ze sloegen mij en wondden mij; Mijn mantel namen ze mij af, De wachters der muren.
7ยามที่เดินตรวจทั่วเมืองพบฉัน พวกเขาตีฉัน ทำให้ฉันฟกช้ำ คนเฝ้ากำแพงเอาเสื้อคลุมของฉันไป
8Ik bezweer u, Jerusalems dochters, Als gij mijn beminde vindt, Wat zult gij hem melden: Ach, dat ik krank ben van liefde!
8หญิงสาวชาวเยรูซาเล็มทั้งหลาย ฉันขอให้พวกเธอสาบาน ถ้าพบคนรักของฉัน ให้บอกเขาว่าฉันอ่อนแรงด้วยความรัก
9Wat is uw beminde dan meer dan een ander, Schoonste der vrouwen; Wat is uw beminde dan meer dan een ander, Dat ge zó ons bezweert?
9คนรักเธอดีกว่าคนรักอื่นอย่างไร หญิงที่งามที่สุดในหมู่ผู้หญิง? คนรักเธอดีกว่าคนรักอื่นอย่างไร เธอจึงขอให้พวกเราสาบานเช่นนี้?
10Mijn beminde is glanzend en blozend. Steekt boven tienduizenden uit;
10คนรักของฉันผิวขาวอมแดง เป็นเลิศในหมู่คนหมื่นคน
11Zijn hoofd het allerfijnste goud, Zijn lokken palmtakken, zwart als een raaf.
11ศีรษะเขาเหมือนทองบริสุทธิ์ที่สุด ผมดกดำเหมือนอีกา
12Zijn ogen als duiven Aan de waterbeken, Die zich baden in melk Aan de volle vijver gezeten.
12ดวงตาเขาเหมือนนกพิราบข้างลำธาร ล้างด้วยน้ำนม ประดับไว้เหมือนอัญมณี
13Zijn wangen zijn als balsembedden, Waar geurige kruiden op groeien; Zijn lippen zijn lelies, En druipen van vloeiende mirre.
13แก้มเขาเหมือนแปลงเครื่องหอมที่มีหอน้ำหอม ริมฝีปากเหมือนลิลลี่ หยดมดยอบเหลว
14Zijn armen zijn gouden cilinders, Met Tarsjisjstenen bezet; Zijn lijf een kolom van ivoor, Met saffieren bedekt.
14มือเขาเหมือนวงทองฝังเบริล ลำตัวเหมือนงานงาช้างปิดทับด้วยไพลิน
15Zijn schenkels zijn zuilen van marmer, Op gouden voetstukken rustend; Zijn gestalte is als de Libanon, En machtig als ceders.
15ขาเขาเหมือนเสาหินอ่อนตั้งบนฐานทองเนื้อดี รูปลักษณ์เหมือนเลบานอน สง่างามดุจต้นซีดาร์
16Zijn keel is vol zoetheid, Een en al kostelijk…. Zo is mijn beminde, zo is mijn vriend, Jerusalems dochters!
16ปากเขาหวานชื่น เขาน่ารักไปทุกส่วน นี่คือคนรักของฉัน นี่คือเพื่อนของฉัน หญิงสาวชาวเยรูซาเล็มทั้งหลาย
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.