Ruth 2
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Nu had Noömi een bloedverwant van de kant van haar man, een vermogend man uit Eliméleks geslacht, Bóoz genaamd.
1นาโอมีมีญาติฝ่ายสามีคนหนึ่ง เป็นคนในตระกูลของเอลีเมเลค ชื่อโบอาส เขาเป็นชายมั่งคั่งและมีฐานะ
2Eens zei Rut, de moabietische, tot Noömi: Ik zal naar het veld gaan, om aren te lezen achter hem, in wiens ogen ik genade vinden zal. Zij antwoordde: Ga, mijn dochter.
2รูธหญิงชาวโมอับพูดกับนาโอมีว่า “ขอให้ฉันออกไปที่ทุ่งนา เก็บรวงข้าวตามหลังคนเกี่ยวในนาของคนที่เอ็นดูฉันเถิด” นาโอมีตอบว่า “ไปเถิด ลูก”
3Ze ging dus, en begon in het veld achter de maaiers aren te lezen. Nu wilde het toeval, dat het een akker was van Bóoz uit het geslacht van Elimélek.
3รูธจึงออกไปเก็บรวงข้าวตามหลังคนเกี่ยว และบังเอิญเข้าไปในส่วนหนึ่งของทุ่งที่เป็นของโบอาส ซึ่งเป็นคนในตระกูลของเอลีเมเลค
4En zie, daar kwam Bóoz uit Betlehem aan. Hij groette de maaiers: Jahweh zij met u! Zij groetten hem terug: Jahweh zegene u!
4ขณะนั้นโบอาสมาจากเบธเลเฮม เขาพูดกับคนเกี่ยวว่า “ขอพระยาห์เวห์ทรงอยู่กับพวกเจ้า” พวกเขาตอบว่า “ขอพระยาห์เวห์ทรงอวยพรท่าน”
5Daarop vroeg Bóoz aan den opzichter der maaiers: Van wie is dat meisje daar?
5โบอาสถามคนรับใช้ที่คุมคนเกี่ยวว่า “หญิงสาวคนนี้เป็นคนของบ้านไหน”
6De opzichter der maaiers antwoordde: Dat is de jonge moabietische, die met Noömi uit het land van Moab is teruggekomen.
6คนรับใช้ที่คุมคนเกี่ยวตอบว่า “เป็นหญิงชาวโมอับที่กลับมากับนาโอมีจากดินแดนโมอับ
7Ze zei: Ik zou graag aren willen lezen en achter de maaiers bij de schoven gaan rapen. Zo kwam ze, en was van vanmorgen tot nu toe op de been; geen ogenblik rust heeft ze zich gegund.
7นางขอว่า ‘โปรดให้ฉันเก็บและรวบรวมรวงข้าวตามหลังคนเกี่ยวท่ามกลางฟ่อนข้าวด้วย’ นางมาแต่เช้าและทำงานอยู่จนถึงตอนนี้ นอกจากเข้าไปพักในเรือนพักเพียงครู่เดียว”
8Nu richtte Bóoz zich tot Rut: Luister eens, mijn kind; ge moet niet op een andere akker gaan rapen en hier niet vandaan gaan, maar bij mijn knechten blijven.
8โบอาสจึงพูดกับรูธว่า “ฟังนะ ลูก อย่าไปเก็บรวงข้าวในนาอื่น และอย่าไปจากที่นี่ จงอยู่ใกล้ๆ กับหญิงรับใช้ของฉัน
9Ge houdt u aan de akker, die ze maaien, en blijft hen volgen. Ik heb mijn jongens reeds bevolen, u niet lastig te vallen. En als ge dorst hebt, gaat ge naar de kruiken, en drinkt ge van wat de jongens scheppen.
9คอยดูว่าพวกเขากำลังเกี่ยวข้าวอยู่แปลงไหน แล้วตามหญิงเหล่านั้นไป ฉันได้สั่งพวกชายหนุ่มไว้แล้วไม่ให้แตะต้องเจ้า เมื่อหิวน้ำก็ไปที่ภาชนะ แล้วดื่มน้ำที่พวกชายหนุ่มตักไว้”
10Toen boog ze zich plat voor hem ter aarde, en zei: Waarom heb ik genade gevonden in uw ogen, dat ge u iets aan mij gelegen laat liggen, ofschoon ik maar een vreemde ben?
10รูธจึงกราบซบหน้าลงกับพื้น แล้วถามว่า “เหตุใดท่านจึงเอ็นดูและเอาใจใส่ฉัน ทั้งที่ฉันเป็นคนต่างชาติ”
11Bóoz hernam: Men heeft me verteld, wat ge na de dood van uw man voor uw schoonmoeder gedaan hebt; hoe ge uw vader en uw moeder verliet en het land, waar ge geboren zijt, om naar een volk te gaan, dat u vóór die tijd onbekend was.
11โบอาสตอบว่า “ฉันได้ยินมาหมดแล้วว่า หลังจากสามีของเจ้าเสียชีวิต เจ้าได้ทำอะไรให้แม่สามีบ้าง และเจ้าได้ละพ่อ แม่ และแผ่นดินเกิดของเจ้า มาหาชนชาติที่เจ้าไม่เคยรู้จักมาก่อน
12Jahweh vergelde u wat ge gedaan hebt! Moge Jahweh, de God van Israël, onder wiens vleugelen ge uw toevlucht zijt komen zoeken, u overvloedig belonen.
12ขอพระยาห์เวห์ทรงตอบแทนการกระทำของเจ้า และขอให้เจ้าได้รับรางวัลอย่างเต็มเปี่ยมจากพระยาห์เวห์ พระเจ้าแห่งอิสราเอล ผู้ซึ่งเจ้าเข้ามาหลบภัยอยู่ใต้ปีกของพระองค์”
13Rut hernam: Heer, laat me slechts genade in uw ogen vinden! Gij hebt me moed gegeven en vleiende woorden tot uw dienstmaagd gesproken, ofschoon ik me niet met een van uw dienstmaagden vergelijken mag.
13รูธตอบว่า “ขอให้ท่านยังเอ็นดูฉันเช่นนี้ต่อไป นายท่าน เพราะท่านปลอบใจฉันและพูดกับหญิงรับใช้ของท่านอย่างกรุณา ทั้งที่ฉันยังไม่เทียบเท่าหญิงรับใช้คนหนึ่งของท่านด้วยซ้ำ”
14Toen het etenstijd was, zeide Bóoz tot haar: Kom hier, dan kunt ge meeëten van onze spijzen, en uw brood meedopen in de azijn. Ze ging dus bij de maaiers zitten; en hij gaf haar zoveel geroosterd graan, dat ze volop kon eten en nog overhield.
14เมื่อถึงเวลาอาหาร โบอาสพูดกับนางว่า “มานี่เถิด กินขนมปังบ้าง แล้วจิ้มชิ้นขนมปังลงในน้ำส้มสายชู” นางจึงนั่งข้างคนเกี่ยว พวกเขายื่นเมล็ดข้าวคั่วให้นาง นางกินจนอิ่มและยังเหลืออีก
15Toen ze opstond, om weer aren te lezen, beval Bóoz zijn knechten: Laat haar ook wat tussen de schoven rapen, en hindert haar niet.
15เมื่อนางลุกไปเก็บรวงข้าว โบอาสสั่งพวกชายหนุ่มว่า “ปล่อยให้นางเก็บแม้แต่ท่ามกลางฟ่อนข้าว อย่าทำให้นางอับอาย
16Ge moet ook met opzet voor haar wat uit de bossen laten glippen, en als ze het opraapt, niet tegen haar uitvallen.
16และจงดึงรวงข้าวออกจากมัดให้บ้าง แล้วทิ้งไว้ให้นางเก็บ อย่าตำหนินาง”
17Zo bleef ze tot de avond aren lezen op de akker; toen klopte ze uit, wat ze geraapt had: Het was bijna een hele efa gerst.
17รูธเก็บรวงข้าวอยู่ในนาจนเย็น แล้วนวดสิ่งที่เก็บมาได้ ได้ข้าวบาร์เลย์ประมาณหนึ่งเอฟาห์
18Ze nam het mee en ging naar de stad. Toen haar schoonmoeder zag, wat ze verzameld had, en Rut haar ook nog verraste met wat zij, na zelf volop gegeten te hebben, had overgehouden,
18นางยกข้าวนั้นกลับเข้าเมือง แม่สามีเห็นสิ่งที่นางเก็บมาได้ รูธยังเอาอาหารที่เหลือจากตอนที่กินอิ่มแล้วออกมาให้นาโอมีด้วย
19vroeg haar schoonmoeder haar: Waar hebt ge vandaag verzameld, en met wien hebt ge te doen gehad? Gezegend hij, die zich over u heeft ontfermd. Nu vertelde ze haar schoonmoeder, bij wien ze gewerkt had, en zei: De man, bij wien ik vandaag gewerkt heb, heet Bóoz.
19แม่สามีถามว่า “วันนี้เจ้าไปเก็บรวงข้าวที่ไหน ไปทำงานที่ไหนมา ขอให้คนที่เอาใจใส่เจ้าได้รับพร” รูธจึงเล่าให้แม่สามีฟังว่านางทำงานกับใคร แล้วบอกว่า “ชายที่ฉันไปทำงานด้วยวันนี้ชื่อโบอาส”
20Toen zei Noömi tot haar schoondochter: Moge hij zegen ontvangen van Jahweh, die in zijn ontferming levenden noch doden vergeet! En ze ging voort: Die man is ons verwant; hij is een van onze lossers.
20นาโอมีพูดกับลูกสะใภ้ว่า “ขอพระยาห์เวห์ทรงอวยพรเขา พระองค์ไม่ทรงละทิ้งความเมตตาที่มีต่อคนเป็นและคนตาย” แล้วนาโอมีบอกนางว่า “ชายคนนี้เป็นญาติใกล้ชิดของเรา เป็นหนึ่งในญาติผู้มีสิทธิ์ไถ่คืนให้เรา”
21Rut, de moabietische, hernam: Hij heeft me ook nog gezegd: “Blijf bij mijn knechten, totdat ze mijn hele oogst hebben binnengehaald.”
21รูธหญิงชาวโมอับพูดว่า “เขายังบอกฉันด้วยว่า ‘จงอยู่ใกล้พวกชายหนุ่มของฉันจนกว่าพวกเขาจะเก็บเกี่ยวทั้งหมดของฉันเสร็จ’”
22En Noömi zei tot haar schoondochter Rut: Het is goed, mijn dochter, dat ge met zijn knechten meegaat; op een ander veld kon men u wel eens lastig vallen.
22นาโอมีจึงพูดกับรูธลูกสะใภ้ว่า “ดีแล้ว ลูก ที่เจ้าออกไปกับหญิงรับใช้ของเขา จะได้ไม่มีใครทำร้ายเจ้าในนาอื่น”
23Zo bleef ze bij de knechten van Bóoz aren lezen, tot de gehele gerste- en tarweoogst binnen was. Daarna bleef ze bij haar schoonmoeder thuis.
23รูธจึงอยู่ใกล้หญิงรับใช้ของโบอาส เก็บรวงข้าวไปจนสิ้นฤดูเก็บเกี่ยวข้าวบาร์เลย์และข้าวสาลี และนางยังอาศัยอยู่กับแม่สามี
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.