Romeinen
Chapter 7
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Old Persian Versio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Of weet gij niet broeders, -ik spreek immers tot mensen, die wetgeving verstaan, dat de wet gezag heeft over den mens, zolang deze leeft?
1ای برادران آیا نمی دانید (زیرا که با عارفین شریعت سخن می‌گویم ) که مادامی که انسان زنده است، شریعت بر وی حکمرانی دارد؟
2De gehuwde vrouw is door de wet aan haar man gebonden, zolang hij leeft; maar is de man gestorven, dan is ze vrij van de huwelijkswet.
2زیرا زن منکوحه برحسب شریعت به شوهرزنده بسته است، اما هرگاه شوهرش بمیرد، ازشریعت شوهرش آزاد شود.
3Wanneer ze dus bij het leven van haar man zich geeft aan een anderen man, dan wordt ze echtbreekster genoemd; maar is haar man gestorven, dan is ze vrij van de wet, en is ze geen echtbreekster, als ze zich met een anderen man verbindt.
3پس مادامی که شوهرش حیات دارد، اگر به مرد دیگر پیوندد، زانیه خوانده می‌شود. لکن هرگاه شوهرش بمیرد، از آن شریعت آزاد است که اگر به شوهری دیگرداده شود، زانیه نباشد.
4Zó, mijn broeders, zijt ook gij dood voor de Wet door het Lichaam van Christus, opdat gij aan een ander zoudt toebehoren: aan Hem, die uit de doden is opgewekt; en opdat we vrucht zouden dragen voor God.
4بنابراین، ای برادران من، شما نیز بوساطت جسد مسیح برای شریعت مرده شدید تا خود رابه دیگری پیوندید، یعنی با او که از مردگان برخاست، تا بجهت خدا ثمر آوریم.
5Toen we in het vlees waren, werkten in onze ledematen de zondige driften, geprikkeld door de Wet, om vruchten te dragen voor de dood;
5زیرا وقتی که در جسم بودیم، هوسهای گناهانی که ازشریعت بود، در اعضای ما عمل می‌کرد تا بجهت موت ثمر آوریم.
6maar thans zijn we vrij van de Wet, dood voor haar, die ons aan banden legde. Dus moeten we dienen in een nieuwe geest, en niet naar een verouderde letter!
6اما الحال چون برای آن چیزی که در آن بسته بودیم مردیم، از شریعت آزاد شدیم، بحدی که در تازگی روح بندگی می‌کنیم نه در کهنگی حرف.
7Wat besluiten we hieruit? Is de Wet zonde? Zeer zeker niet! Maar toch, ik kende de zonde niet, tenzij door de Wet. Immers ik zou de begeerlijkheid niet hebben gekend, als de Wet niet had gezegd: “Ge zult niet begeren.”
7پس چه گوییم؟ آیا شریعت گناه است؟ حاشا! بلکه گناه را جز به شریعت ندانستیم. زیراکه شهوت را نمی دانستم، اگر شریعت نمی گفت که طمع مورز.
8De zonde maakte gebruik van het gebod, en wekte in mij allerlei begeerlijkheid op; want zonder de wet is de zonde dood.
8لکن گناه از حکم فرصت جسته، هر قسم طمع را در من پدید آورد، زیرا بدون شریعت گناه مرده است.
9Voorheen toch, zonder de Wet, was ik het die leefde; maar toen het gebod was gekomen, leefde de zonde,
9و من از قبل بدون شریعت زنده می‌بودم؛ لکن چون حکم آمد، گناه زنده گشت و من مردم.
10ik echter stierf; en het gebod ten leven bleek voor mij een gebod tot de dood.
10و آن حکمی که برای حیات بود، همان مرا باعث موت گردید.
11De zonde maakte gebruik van het gebod; zij heeft mij verleid, en mij gedood door het gebod.
11زیراگناه از حکم فرصت یافته، مرا فریب داد و به آن مرا کشت.
12De Wet zelf is dus heilig, en het gebod is heilig, rechtvaardig en goed.
12خلاصه شریعت مقدس است و حکم مقدس و عادل و نیکو.
13Is dan wat goed is, voor mij ten dode geworden? Zeer zeker niet! Maar het is de zonde, die mij de dood heeft berokkend door iets wat goed is; opdat de zonde zou blijken, zonde te zijn, en opdat ze juist door het gebod nog veel meer zondig zou worden.
13پس آیا نیکویی برای من موت گردید؟ حاشا! بلکه گناه، تا گناه بودنش ظاهر شود. بوسیله نیکویی برای من باعث مرگ شد تا آنکه گناه به‌سبب حکم بغایت خبیث شود.
14We weten, dat de Wet geestelijk is; maar ikzelf ben vleselijk, verkocht aan de zonde.
14زیرا می‌دانیم که شریعت روحانی است، لکن من جسمانی و زیر گناه فروخته شده هستم،
15Immers, ik begrijp er niets van, wat ik doe: want ik doe niet wat ik wil, maar ik doe juist wat ik verfoei.
15که آنچه می‌کنم نمی دانم زیرا آنچه می‌خواهم نمی کنم بلکه کاری را که از آن نفرت دارم بجامی آورم.
16Welnu, wanneer ik doe wat ik niet wil, dan erken ik, dat de Wet goed is;
16پس هرگاه کاری را که نمی خواهم به‌جا می‌آورم، شریعت را تصدیق می‌کنم که نیکوست.
17maar dan doe ikzelf het niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
17و الحال من دیگر فاعل آن نیستم بلکه آن گناهی که در من ساکن است.
18Ik weet, dat er niets goeds in mij woont; ik bedoel: in mijn vlees. Zeker, het willen is in mij wel aanwezig, maar niet het dòen van het goede;
18زیرامی دانم که در من یعنی در جسدم هیچ نیکویی ساکن نیست، زیرا که اراده در من حاضر است اماصورت نیکو کردن نی.
19want niet doe ik het goede, dat ik wil, maar wèl doe ik het kwade, dat ik niet wil.
19زیرا آن نیکویی را که می‌خواهم نمی کنم، بلکه بدی را که نمی خواهم می‌کنم.
20Welnu, wanneer ik wèl doe, wat ik niet wil, dan doe ikzelf het niet meer, maar de zonde die in mij woont.
20پس چون آنچه را نمی خواهم می‌کنم، من دیگر فاعل آن نیستم بلکه گناه که در من ساکن است.
21Ik ontdek in mij dus deze wet: terwijl ik het goede wil doen, ligt me het kwade voor de hand.
21لهذا این شریعت را می‌یابم که وقتی که می‌خواهم نیکویی کنم بدی نزد من حاضر است.
22Naar den inwendigen mens schep ik behagen in Gods Wet,
22زیرا برحسب انسانیت باطنی به شریعت خداخشنودم.
23maar in mijn ledematen bespeur ik een andere wet, die strijd voert met de wet van mijn rede en die mij gevangen houdt in de wet van de zonde, welke in mijn ledematen heerst.
23لکن شریعتی دیگر در اعضای خودمی بینم که با شریعت ذهن من منازعه می‌کند و مرااسیر می‌سازد به آن شریعت گناه که در اعضای من است.
24O, rampzalige mens, die ik ben! Wie zal mij verlossen van dit lichaam des doods?
24وای بر من که مرد شقی‌ای هستم! کیست که مرا از جسم این موت رهایی بخشد؟
25God zij dank; het geschiedt door Jesus Christus, onzen Heer! Maar toch blijft het staan: uit mijzelf dien ik de Wet van God met de rede, maar de wet der zonde met het vlees.
25خدا راشکر می‌کنم بوساطت خداوند ما عیسی مسیح. خلاصه اینکه من به ذهن خود شریعت خدا رابندگی می‌کنم و اما به جسم خود شریعت گناه را.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.