Romeinen 11
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Ik vraag dus: Heeft God dan zijn volk soms verstoten? Verre vandaar! Want ook ikzelf ben een Israëliet, uit het geslacht van Abraham, uit de stam van Benjamin.
1پس میگویم آیا خدا قوم خود را ردکرد؟ حاشا! زیرا که من نیز اسرائیلی ازاولاد ابراهیم از سبط بنیامین هستم.
2Neen, God heeft zijn volk niet verstoten, dat Hij uitverkoren had. Of weet gij niet, wat de schrift door Elias zegt, toen deze zich bij God over Israël beklaagde:
2خدا قوم خود را که از قبل شناخته بود، رد نفرموده است. آیا نمی دانید که کتاب در الیاس چه میگوید، چگونه بر اسرائیل از خدا استغاثه میکند
3“Heer, uw profeten hebben ze gedood, uw altaren omver geworpen; ik alleen ben overgebleven, en ze staan me naar het leven.”
3که «خداوندا انبیای تو را کشته و مذبحهای تو راکندهاند و من به تنهایی ماندهام و در قصد جان من نیز میباشند»؟
4Welnu, wat antwoordt hem de godsspraak: “Zeven duizend mannen heb Ik Mij voorbehouden, die de knie niet voor Baäl hebben gebogen.”
4لکن وحی بدو چه میگوید؟ اینکه «هفت هزار مرد بجهت خود نگاه داشتم که به نزد بعل زانو نزدهاند».
5Zo is er dan ook in deze tijd een overschot gebleven door de uitverkiezing der genade.
5پس همچنین در زمان حاضر نیز بقیتی بحسب اختیار فیض مانده است.
6Maar is het door de genade, dan is het niet om de werken; anders zou de genade geen genade meer zijn.
6و اگر از راه فیض است دیگر از اعمال نیست وگرنه فیض دیگر فیض نیست. اما اگر از اعمال است دیگر از فیض نیست والا عمل دیگر عمل نیست.
7Wat volgt daaruit? Wat Israël blijft zoeken, heeft het niet verkregen. Maar de uitverkorenen onder hen hebben het wèl verkregen; de overigen echter werden verhard.
7پس مقصود چیست؟ اینکه اسرائیل آنچه راکه میطلبد نیافته است، لکن برگزیدگان یافتند وباقی ماندگان سختدل گردیدند؛
8Zó staat er geschreven: “God gaf hun een geest van loomheid; ogen om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de huidige dag.”
8چنانکه مکتوب است که «خدا بدیشان روح خوابآلود دادچشمانی که نبیند و گوشهایی که نشنود تا امروز.»
9En David zegt: “Hun tafel zij hun een valstrik en net, Een struikelblok en een straf.
9و داود میگوید که «مائده ایشان برای ایشان تله و دام و سنگ مصادم و عقوبت باد؛
10Mogen hun ogen worden verduisterd, zodat ze niet zien; En krom hun de rug voor altijd.”
10چشمان ایشان تار شود تا نبینند و پشت ایشان را دائم خم گردان.»
11Ik vraag dan: Zijn ze gestruikeld, om te blijven liggen? Zeer zeker niet! Maar dank zij hun val, is de redding aan de heidenen ten deel gevallen, om hèn naijverig te maken.
11پس میگویم آیا لغزش خوردند تا بیفتند؟ حاشا! بلکه از لغزش ایشان نجات به امتها رسیدتا در ایشان غیرت پدید آورد.
12Welnu, wanneer hun val een schat werd voor de wereld, en hun getalverlies een schat voor de heidenen, -hoeveel te meer zal hun voltalligheid het dan zijn!
12پس چون لغزش ایشان دولتمندی جهان گردید و نقصان ایشان دولتمندی امتها، به چند مرتبه زیادترپری ایشان خواهد بود.
13En nu heidenen, spreek ik tot u! Ofschoon ik apostel der heidenen ben, houd ik mijn ambt hoog,
13زیرا به شماای امت هاسخن میگویم پس از اینروی که رسول امت هامی باشم خدمت خود را تمجید مینمایم،
14juist om mijn rasgenoten tot naijver te prikkelen en sommigen van hen te behouden.
14تاشاید ابنای جنس خود را به غیرت آورم و بعضی از ایشان را برهانم.
15Want zo hun verwerping de verzoening der wereld geweest is, wat zal dan hun weder-opneming anders zijn, dan een opstanding uit de doden?
15زیرا اگر رد شدن ایشان مصالحت عالم شد، بازیافتن ایشان چه خواهدشد؟ جز حیات از مردگان!
16Zijn immers de eerstelingen heilig, dan ook het deeg; en is de wortel heilig, dan ook de takken.
16و چون نوبر مقدس است، همچنان خمیره و هرگاه ریشه مقدس است، همچنان شاخهها.
17Welnu, wanneer enige van die takken zijn weggekapt, en gij, wilde olijf, in hun plaats zijt geënt en uw deel hebt gekregen van de wortel en het sap van de olijfboom,
17و چون بعضی از شاخهها بریده شدند و تو که زیتون بری بودی در آنها پیوند گشتی و در ریشه وچربی زیتون شریک شدی،
18gaat dan niet pochen tegen de takken. En zo ge gaat pochen; niet gij draagt de wortel, maar de wortel draagt u!
18بر شاخهها فخرمکن و اگر فخر کنی تو حامل ریشه نیستی بلکه ریشه حامل تو است.
19Misschien zult ge zeggen: de takken zijn weggekapt, opdat ik zou worden geënt.
19پس میگویی که «شاخهها بریده شدند تا من پیوند شوم؟»
20Heel goed; maar de takken zijn weggekapt om hun ongeloof, en gij zit vast door het geloof. -Koester geen hoge dunk van uzelf, maar vrees;
20آفرین بجهت بیایمانی بریده شدند و تومحض ایمان پایدار هستی. مغرور مباش بلکه بترس!
21wanneer God de echte takken niet heeft ontzien, dan zal Hij ook ú niet ontzien.
21زیرا اگر خدا بر شاخه های طبیعی شفقت نفرمود، بر تو نیز شفقت نخواهد کرد.
22Overweegt dus de goedheid, maar ook de strengheid van God: Gods strengheid over hen, die zijn weggevallen, doch zijn goedheid voor u, zo ge door zijn goedheid volhardt; anders zult ook gij worden weggekapt.
22پس مهربانی و سختی خدا را ملاحظه نما؛ اماسختی بر آنانی که افتادند، اما مهربانی برتو اگر درمهربانی ثابت باشی والا تو نیز بریده خواهی شد.
23Maar ook die anderen zullen weer worden geënt, wanneer ze niet volharden in hun ongeloof; want God is bij machte, om ze opnieuw te enten.
23و اگر ایشان نیز در بیایمانی نمانند باز پیوندخواهند شد، زیرا خدا قادر است که ایشان را باردیگر بپیوندد.
24Waarachtig, wanneer gijzelf van een wilde olijf zijt gekapt waartoe ge van nature behoort, en tegen de natuur in, op de tamme olijf zijt geënt; hoeveel gemakkelijker zullen zij op hun eigen olijf worden geënt, waartoe ze van nature behoren!
24زیرا اگر تو از زیتون طبیعی بری بریده شده، برخلاف طبع به زیتون نیکو پیوندگشتی، به چند مرتبه زیادتر آنانی که طبیعیاند درزیتون خویش پیوند خواهند شد.
25Welnu broeders, om u te behoeden voor zelfoverschatting, wil ik u niet onkundig laten van dit geheim: een deel van Israël is verhard, totdat de massa der heidenen is binnengegaan;
25زیراای برادران نمی خواهم شما از این سربی خبر باشید که مبادا خود را دانا انگارید که مادامی که پری امتها درنیاید، سختدلی بربعضی از اسرائیل طاری گشته است.
26en dan zal heel Israël worden gered; zoals er geschreven staat: “De Verlosser zal komen uit Sion, De goddeloosheid verwijderen van Jakob:
26وهمچنین همگی اسرائیل نجات خواهند یافت، چنانکه مکتوب است که «از صهیون نجاتدهندهای ظاهر خواهد شد و بیدینی را ازیعقوب خواهد برداشت؛
27En dit zal mijn Verbond met hen zijn, Wanneer Ik hun zonden zal hebben vergeven.”
27و این است عهد من باایشان در زمانی که گناهانشان را بردارم.»
28Zeker, met betrekking tot het Evangelie zijn ze vijanden om uwentwil; maar met betrekking tot de uitverkiezing zijn ze de welbeminden om wille der Vaders;
28نظر به انجیل بجهت شما دشمناناند، لکن نظر به اختیاربهخاطر اجداد محبوبند.
29want nooit heeft God berouw over genadegaven en roeping.
29زیرا که در نعمتهاودعوت خدا بازگشتن نیست.
30Zoals gij eertijds ongehoorzaam aan God zijt geweest, maar thans door hùn ongehoorzaamheid barmhartigheid hebt gevonden,
30زیرا همچنانکه شما در سابق مطیع خدا نبودید و الان بهسبب نافرمانیایشان رحمت یافتید،
31zó zijn ook zij nu nog wel ongehoorzaam om de u betoonde ontferming, opdat eenmaal ook zij op hun beurt barmhartigheid mogen verkrijgen.
31همچنین ایشان نیز الان نافرمان شدند تا بجهت رحمتی که بر شما است بر ایشان نیز رحم شود
32Want God heeft allen onder ongehoorzaamheid gevangen gehouden, om aan allen zijn barmhartigheid te tonen.
32زیرا خدا همه رادر نافرمانی بسته است تا بر همه رحم فرماید.
33O afgrond van rijkdom en wijsheid en kennis van God! Hoe ondoorgrondelijk zijn toch zijn raadsbesluiten, hoe onnaspeurlijk zijn wegen!
33زهی عمق دولتمندی و حکمت و علم خدا! چقدر بعید از غوررسی است احکام او وفوق از کاوش است طریقهای وی!
34“Wie toch kent ‘s Heren gedachte, Of wie is zijn raadsman geweest?
34زیرا کیست که رای خداوند را دانسته باشد؟ یا که مشیر اوشده؟
35Of wie heeft Hem het eerst iets gegeven, Zodat hij terugontvangen moet?”
35یا که سبقت جسته چیزی بدو داده تا به او باز داده شود؟
36Immers, uit Hem en door Hem en voor Hem is alles! Hem zij de glorie in eeuwigheid. Amen!
36زیرا که از او و به او و تا او همهچیز است؛ و او را تا ابدالاباد جلال باد، آمین.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.