Jozua 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Toen al de koningen der Amorieten aan de westelijke oever van de Jordaan, en al de kanaänietische koningen langs de zee hoorden, dat Jahweh het water van de Jordaan voor de Israëlieten zo lang had doen opdrogen, tot ze er over waren, sloeg hun de schrik om het hart, en ontzonk hun de moed uit vrees voor de Israëlieten.
1約旦河 西 亞摩利 人的諸王和靠海 迦南 人的諸王,聽見耶和華在 以色列 人前面使 約旦河 的水乾了,等到我們過去,他們的心因 以色列 人的緣故就消化了,不再有膽氣。
2In die tijd sprak Jahweh tot Josuë: Maak u stenen messen, en besnijd de kinderen Israëls een tweede maal.
2那時,耶和華吩咐 約書亞 說:「你製造火石刀,第二次給 以色列 人行割禮。」
3En Josuë maakte zich stenen messen, en besneed de Israëlieten bij de Heuvel der voorhuiden.
3約書亞 就製造了火石刀,在「除皮山」那裏給 以色列 人行割禮。
4Dit was de reden, dat Josuë hen liet besnijden: Van al het volk van het mannelijk geslacht, dat uit Egypte getrokken was, hadden alle strijdbare mannen op hun uittocht uit Egypte de dood gevonden.
4約書亞 行割禮的緣故,是因為從 埃及 出來的眾民,就是一切能打仗的男丁,出了 埃及 以後,都死在曠野的路上。
5Nu was al het volk, dat uitgetrokken was, wel besneden; maar allen, die onderweg in de woestijn waren geboren na de uittocht uit Egypte, waren niet besneden.
5因為出來的眾民都受過割禮;惟獨出 埃及 以後、在曠野的路上所生的眾民都沒有受過割禮。
6Want veertig jaar hadden de Israëlieten door de woestijn gezworven, tot er niemand meer over was van heel het volk, van al de strijdbare mannen, die uit Egypte waren getrokken: van allen, die niet naar de stem van Jahweh hadden geluisterd, en aan wie Jahweh gezworen had, dat Hij hun het land niet zou laten zien, dat Hij hun vaderen onder ede beloofd had, ons te zullen geven, een land, dat druipt van melk en honing.
6以色列 人在曠野走了四十年,等到國民,就是出 埃及 的兵丁,都消滅了,因為他們沒有聽從耶和華的話。耶和華曾向他們起誓,必不容他們看見耶和華向他們列祖起誓、應許賜給我們的地,就是流奶與蜜之地。
7Nu had Hij hun zonen in hun plaats gesteld, en hen liet Josuë besnijden; want ze waren nog onbesneden, omdat men ze onderweg niet had kunnen besnijden.
7他們的子孫,就是耶和華所興起來接續他們的,都沒有受過割禮;因為在路上沒有給他們行割禮, 約書亞 這才給他們行了。
8Nadat de besnijdenis van heel het volk was verricht, bleven ze daar in de legerplaats, tot ze genezen waren.
8國民都受完了割禮,就住在營中自己的地方,等到痊癒了。
9En Jahweh sprak tot Josuë: Heden heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld! Daarom noemde hij die plaats Gilgal; zo heet ze nu nog.
9耶和華對 約書亞 說:「我今日將 埃及 的羞辱從你們身上滾去了。」因此,那地方名叫 吉甲 ,直到今日。
10Terwijl de Israëlieten in Gilgal legerden, vierden ze op de avond van de veertiende dag der maand het paasfeest op de vlakten van Jericho;
10以色列 人在 吉甲 安營。正月十四日晚上,在 耶利哥 的平原守逾越節。
11en daags na het Pascha aten ze van de opbrengst van het land ongedesemd brood en geroosterd graan.
11逾越節的次日,他們就吃了那地的出產;正當那日吃無酵餅和烘的穀。
12Op dezelfde dag, dat ze van de opbrengst van het land aten, hield het manna op. De kinderen Israëls kregen geen manna meer, maar ze aten dat jaar wat het land Kanaän opbracht.
12他們吃了那地的出產,第二日嗎哪就止住了, 以色列 人也不再有嗎哪了。那一年,他們卻吃 迦南 地的出產。
13Terwijl Josuë nu bij Jericho vertoefde, gebeurde het eens, dat hij opkeek, en een man voor zich zag staan met een getrokken zwaard in zijn hand. Josuë ging op hem af, en vroeg hem: Hoort gij bij ons of bij onze vijanden?
13約書亞 靠近 耶利哥 的時候,舉目觀看,不料,有一個人手裏有拔出來的刀,對面站立。 約書亞 到他那裏,問他說:「你是幫助我們呢,是幫助我們敵人呢?」
14Hij antwoordde: Bij geen van beiden; maar ik ben de aanvoerder van Jahweh ‘s heir; ik kom hier dus van pas. Toen viel Josuë plat ter aarde, huldigde hem, en vroeg hem: Wat heeft mijn Heer tot zijn dienaar te zeggen?
14他回答說:「不是的,我來是要作耶和華軍隊的元帥。」 約書亞 就俯伏在地下拜,說:「我主有甚麼話吩咐僕人。」
15En de aanvoerder van Jahweh’s heir gaf Josuë ten antwoord: Trek uw schoenen uit; want de plaats, waarop ge staat, is heilig. En Josuë deed het.
15耶和華軍隊的元帥對 約書亞 說:「把你腳上的鞋脫下來,因為你所站的地方是聖的。」 約書亞 就照着行了。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.