Jozua
Chapter 20
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Daarna sprak Jahweh tot Josuë:
1И сказал Господь Иисусу, говоря:
2Zeg aan de Israëlieten: Bepaalt nu zelf de vrijsteden, waarover Ik u door Moses gesproken heb,
2скажи сынам Израилевым: сделайте у себя города убежища, о которых Я говорил вам чрез Моисея,
3steden, waarheen een moordenaar kan vluchten, die iemand bij ongeluk en zonder opzet gedood heeft, en die voor u een toevluchtsoord zullen zijn tegen den bloedwreker.
3чтобы мог убегать туда убийца, убивший человека по ошибке, без умысла; пусть города сии будут у вас убежищем чтобы не умер убивший от мстящего за кровь, доколе не предстанет пред общество на суд.
4Wanneer dan iemand naar een van deze steden vlucht, bij de ingang van de stadspoort blijft staan, en ten aanhoren van de oudsten van die stad zijn belangen bepleit, dan moeten ze hem bij zich in de stad opnemen en hem een plaats aanwijzen, waar hij bij hen kan wonen.
4И кто убежит в один из городов сих, пусть станет у ворот города и расскажет вслух старейшин города сего дело свое; и они примут его к себе в город и дадут ему место, чтоб он жил у них;
5En als de bloedwreker hem achtervolgt, mogen ze hem den moordenaar niet uitleveren, omdat hij zijn evenmens niet met opzet gedood heeft, en te voren geen wrok tegen hem heeft gekoesterd.
5и когда погонится за ним мстящий за кровь, то они не должны выдавать в руки его убийцу, потому что он без умысла убил ближнего своего, не имел к нему ненависти ни вчера, ни третьего дня;
6Hij zal in die stad mogen blijven, tot hij voor het vergaderde volk terecht heeft gestaan, of tot de dood van den hogepriester, die er dan is. Dan zal de moordenaar weer naar zijn eigen stad en huis kunnen gaan, of naar de stad, van waaruit hij gevlucht was.
6пусть он живет в этом городе, доколе не предстанет пред общество на суд, доколе не умрет великий священник, который будет в те дни. А потом пусть возвратится убийца и пойдет в город свой и в дом свой, в город, из которого он убежал.
7Zo wezen ze Kédesj aan in Galilea, in het gebergte van Neftali; Sikem in het bergland van Efraïm; Kirjat-Arba of Hebron in het gebergte van Juda.
7И отделили Кедес в Галилее на горе Неффалимовой, Сихем на горе Ефремовой, и Кириаф-Арбы, иначе Хеврон, на горе Иудиной;
8En in het Overjordaanse, ten oosten van Jericho, wezen ze Béser aan in de woestijn op de vlakte uit de stam Ruben; Ramot in Gilad uit de stam Gad; en Golan in Basjan uit de stam Manasse.
8за Иорданом, против Иерихона к востоку, отделили: Бецер в пустыне, на равнине, от колена Рувимова, и Рамоф в Галааде от колена Гадова, и Голан в Васане от колена Манассиина;
9Dit zijn dus de steden, die voor alle Israëlieten en voor alle onder hen vertoevende vreemdelingen werden aangewezen, en waarheen iedereen, die een ander per ongeluk gedood had, kon vluchten, opdat hij niet door de hand van den bloedwreker zou sterven, alvorens hij voor het vergaderde volk terecht had gestaan.
9сии города назначены для всех сынов Израилевых и для пришельцев, живущих у них, дабы убегал туда всякий, убивший человека по ошибке, дабы не умер он от руки мстящего за кровь, доколе не предстанет пред общество на суд.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.