Joel 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Want zie, in die dagen en in die tijd, Waarin Ik het lot van Juda, En het lot van Jerusalem ten beste zal keren,
1見よ、その日には、 その時、 私がユダとエルサレムの繁栄を回復する時、
2Drijf Ik alle heidenen te hoop; In het Dal van Josafat zal Ik ze voeren, En daar oordeel over hen houden! Omdat ze mijn volk, en Israël mijn erfdeel, Onder de heidenen hebben verstrooid; Mijn land onder elkander verdeeld,
2私はすべての国々を集め、 ヨシャファトの谷に連れ下る。 そこで、私の民、私の相続の民イスラエルのために、彼らを裁く。 彼らはイスラエルを諸国民の間に散らし、 私の地を分け取った。
3En over mijn volk het lot geworpen; Den knaap hebben verruild voor een deerne, Het meisje verkocht voor wijn, om te brassen.
3彼らは私の民をくじ引きにかけ、 少年を娼婦の代金とし、 少女をぶどう酒と引き換えに売って飲んだ。
4Wat wilt ge van Mij, Tyrus en Sidon, En gij allen, Filistijnse gewesten? Wilt ge vergelding aan Mij oefenen, Of u wreken op Mij? Bliksemsnel stort Ik uw wraak Op uw eigen hoofd terug!
4ツロとシドン、ペリシテの全地域よ、 あなたがたは私と何のかかわりがあるのか。 私に報復しようというのか。 もし私に報復するなら、 私は速やかに、その報いをあなたがたの頭上に返す。
5Ge hebt mijn zilver geroofd en mijn goud, Mijn kostbaarste schatten naar uw paleizen gesleept;
5あなたがたは私の銀と金を奪い、 私の最も貴重な宝を自分たちの神殿に運び入れた。
6De zonen van Juda en Jerusalem Aan de Grieken verkocht, Om ze weg te voeren Ver van hun land.
6またユダの人々とエルサレムの人々をギリシア人たちに売り、 彼らをその国から遠く引き離した。
7Zie, Ik roep ze op van de plaats, waarheen gij ze verkocht, Maar uw gedrag stort Ik terug op uw eigen hoofd:
7見よ、私は彼らを、あなたがたが売った場所から呼び戻し、 その報いを、あなたがた自身の頭上に返す。
8Aan de kinderen van Juda verkoop Ik uw zonen en dochters; Zij zullen ze weer aan de Sjabeërs verkopen Voor een ver verwijderd volk: Waarachtig, Jahweh heeft het gezegd!
8私はあなたがたの息子と娘をユダの人々の手に売り渡す。 彼らはその者たちを、 遠い国シェバの人々に売る。 主が語られた。」
9Kondigt het onder de heidenen af: Maakt u gereed voor de heilige strijd; Werft sterke mannen aan! Oorlogsmannen, treedt aan; rukt allen vooruit;
9諸国民の間でこう宣言せよ。 「戦いに備えよ。 勇士たちを奮い立たせよ。 すべての戦士を近づかせ、 攻め上らせよ。
10Smeedt uw ploegen om tot zwaarden, Uw sikkels tot lansen! Zelfs de zwakke moet zeggen: Ik ben een held!
10あなたがたの鋤の刃を剣に、 刈り込み鎌を槍に打ち直せ。 弱い者に、『私は強い』と言わせよ。
11Vooruit, gij allen, u gehaast, Omliggende volken, Sluit de rangen aaneen: Jahweh, breng daar uw strijders bijeen!
11周囲のすべての国々よ、急いで来て、 集まれ。」 主よ、あなたの勇士たちをそこへ下らせてください。
12Op heidenen; op naar het Dal van Josafat; Want daar zit Ik ten oordeel over alle omliggende volken!
12「諸国民よ、奮い立ち、 ヨシャファトの谷へ上れ。 私はそこで座に着き、周囲のすべての国々を裁く。
13Slaat de sikkel erin, want de oogst is rijp, Gaat treden, want de perskuip is vol; De bakken vloeien over, Want hun boosheid is groot!
13鎌を入れよ。 収穫は熟している。 来て、踏め。ぶどう搾り場は満ち、 搾り桶はあふれている。彼らの悪は大きい。」
14Drommen, drommen in het Dal der Beslissing; Want Jahweh’s dag is nabij in het Dal der Beslissing!
14大群衆、大群衆が決定の谷にいる。 決定の谷に、主の日は近い。
15Zon en maan verduisteren, De sterren trekken haar glans terug;
15太陽と月は暗くなり、 星々はその輝きを失う。
16Jahweh buldert uit Sion, dondert uit Jerusalem: Hemel en aarde beven ervan! Maar voor zijn volk is Jahweh een toevlucht, Een burcht voor Israëls zonen.
16主はシオンからほえたけり、 エルサレムから声をとどろかせる。 天と地は揺れ動く。 しかし主はご自分の民の避け所、 イスラエルの民のとりでとなる。
17Dan zult ge weten, dat Ik, Jahweh, uw God ben, Dat Ik woon op de Sion, mijn heilige berg; Dan zal Jerusalem heilig wezen, Geen vreemdeling komt er meer in!
17「こうしてあなたがたは、私があなたがたの神、主であり、 私の聖なる山シオンに住んでいることを知る。 エルサレムは聖なる所となり、 異国人が再びそこを通ることはない。
18Op die dag druipen de bergen van wijn, Vloeien de heuvelen van melk, En al de beken van Juda Stromen over van water. Een bron zal uit het huis van Jahweh ontspringen, En zelfs het Sjittim-dal besproeien!
18その日、 山々から甘いぶどう酒が滴り、 丘々から乳が流れ、 ユダのすべての谷川に水が流れる。 一つの泉が主の家から流れ出て、 シティムの谷を潤す。
19Egypte zal een steppe worden, Edom een dorre woestijn; Omdat ze Juda’s kinderen hebben mishandeld, Onschuldig bloed in hun land hebben vergoten.
19エジプトは荒れ果て、 エドムは荒れた荒野となる。 ユダの人々に加えた暴虐のため、 ユダの地で罪のない者の血を流したためだ。
20Maar Juda zal in eeuwigheid blijven bestaan, Jerusalem van geslacht tot geslacht;
20しかしユダには永遠に人が住み、 エルサレムには代々にわたって人が住む。
21hun bloed laat Ik niet ongewroken: Ik, Jahweh, blijf wonen op Sion!
21私は、まだ清めていない彼らの血を、 今、清める。 主はシオンに住まわれる。」
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.