Johannes
Chapter 6
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Freedom Bible (Thai)

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Daarna begaf Jesus Zich naar de overkant van het meer van Galilea of van Tibérias.
1หลัง​จาก​นั้น พระเยซู​ไป​อีก​ฝั่ง​หนึ่ง​ของ​ทะเล​กาลิลี ซึ่ง​เรียก​อีก​ชื่อ​หนึ่ง​ว่า​ทะเล​ทิเบเรียส
2Een grote schare volgde Hem, omdat ze de wonderen hadden gezien, die Hij voor de zieken verricht had.
2ฝูงชน​จำนวน​มาก​ติดตาม​พระองค์ เพราะ​พวกเขา​เห็น​หมายสำคัญ​ที่​พระองค์​ทำ​แก่​คนป่วย
3En Jesus besteeg het gebergte, en zette Zich daar met zijn leerlingen neer.
3พระเยซู​ขึ้น​ไป​บน​ภูเขา และ​นั่ง​อยู่​ที่​นั่น​กับ​สาวก​ของ​พระองค์
4Het was kort voor Pasen, het feest van de Joden.
4ขณะนั้น เทศกาล​ปัสกา ซึ่ง​เป็น​เทศกาล​ของ​ชาวยิว ใกล้​เข้า​มา​แล้ว
5Toen Jesus nu de ogen opsloeg en een talrijke menigte tot Zich zag komen, sprak Hij tot Filippus: Waar zullen we brood kopen, zodat ze kunnen eten?
5พระเยซู​เงยหน้า​ขึ้น​และ​เห็น​ฝูงชน​จำนวน​มาก​กำลัง​มา​หา​พระองค์ จึง​ถาม​ฟีลิป​ว่า “พวกเรา​จะ​ซื้อ​ขนมปัง​จาก​ที่​ไหน​ให้​คน​เหล่านี้​กิน?”
6Dit zeide Hij echter, om hem op de proef te stellen; want zelf wist Hij goed, wat Hij doen zou.
6พระองค์​ถาม​เช่นนี้​เพื่อ​ทดสอบ​เขา เพราะ​พระองค์​เอง​รู้อยู่​แล้ว​ว่า​จะ​ทำ​อะไร
7Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd tienlingen brood is niet genoeg, als ieder van hen een stukje krijgt.
7ฟีลิป​ตอบ​พระองค์​ว่า “ขนมปัง​ราคา​สองร้อย​เดนาริอุส ก็​ยัง​ไม่​พอ​ให้​แต่ละ​คน​ได้​กิน​แม้​เพียง​เล็กน้อย”
8Een zijner leerlingen, Andreas, de broer van Simon Petrus, zeide tot Hem:
8สาวก​คน​หนึ่ง​ของ​พระองค์ คือ​อันดรูว์​น้องชาย​ของ​ซีโมน​เปโตร กล่าว​กับ​พระองค์​ว่า
9Hier is een jongen, die vijf gerstebroden heeft en twee vissen; maar wat betekent dat voor zo velen?
9“ที่​นี่​มี​เด็กชาย​คน​หนึ่ง มี​ขนมปัง​ข้าวบาร์เลย์​ห้า​ก้อน​กับ​ปลา​สอง​ตัว แต่​แค่นี้​จะ​พอ​อะไร​กับ​คน​มาก​ขนาด​นี้?”
10Jesus sprak: Laat de mensen gaan zitten. Er stond nu veel gras op die plaats. Ze gingen dus zitten; er waren ongeveer vijf duizend mannen.
10พระเยซู​กล่าว​ว่า “ให้​คน​เหล่านั้น​นั่ง​ลง” ที่​บริเวณ​นั้น​มี​หญ้า​มาก พวกเขา​จึง​นั่ง​ลง มี​ผู้ชาย​ประมาณ​ห้า​พัน​คน
11Nu nam Jesus de broden, sprak een dankgebed uit, en deelde ze rond aan hen die daar zaten; zo ook van de vissen, zoveel ze wilden.
11พระเยซู​หยิบ​ขนมปัง​ขึ้น​มา กล่าว​คำ​ขอบคุณ แล้ว​แจก​ให้​สาวก และ​สาวก​ก็​แจก​ให้​คน​ที่​นั่ง​อยู่ พระองค์​ทำ​เช่นเดียวกัน​กับ​ปลา ให้​พวกเขา​มาก​เท่า​ที่​ต้องการ
12En toen ze waren verzadigd, zeide Hij tot zijn leerlingen: Verzamelt de overgeschoten brokken, opdat er niets verloren gaat.
12เมื่อ​ทุกคน​กิน​อิ่ม​แล้ว พระองค์​กล่าว​กับ​สาวก​ว่า “เก็บ​เศษ​ที่​เหลือ​ไว้ อย่า​ให้​อะไร​สูญเปล่า”
13Zij verzamelden ze dus, en vulden twaalf korven met de brokken der vijf gerstebroden, die na het eten waren overgebleven.
13พวกเขา​จึง​เก็บ​เศษ​ขนมปัง​ข้าวบาร์เลย์​ห้า​ก้อน​ที่​เหลือ​จาก​คน​ที่​กิน ได้​เต็ม​สิบสอง​ตะกร้า
14Bij het zien van het teken, dat Jesus gewrocht had, zeiden de mensen: Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld moet komen!
14เมื่อ​ผู้คน​เห็น​หมายสำคัญ​ที่​พระเยซู​ทำ พวกเขา​พูด​ว่า “ท่าน​ผู้​นี้​เป็น​ผู้เผยพระวจนะ​ที่​จะ​มา​ใน​โลก​อย่าง​แท้จริง”
15Daar nu Jesus voorzag, dat ze Hem zouden meevoeren, om Hem tot koning uit te roepen, trok Hij Zich heel alleen weer in het gebergte terug.
15พระเยซู​รู้​ว่า​พวกเขา​กำลัง​จะ​มา​จับ​พระองค์​ไป​ตั้ง​เป็น​กษัตริย์​โดย​ใช้​กำลัง จึง​หลบ​ขึ้น​ไป​บน​ภูเขา​ตาม​ลำพัง​อีกครั้ง
16Maar toen het avond werd, daalden zijn leerlingen af naar het meer,
16เมื่อ​ถึง​เวลา​เย็น สาวก​ของ​พระองค์​ลง​ไป​ที่​ทะเล
17gingen de boot in, en hielden koers naar Kafárnaum aan de overkant van het meer. Reeds was de duisternis ingevallen, en nog was Jesus niet bij hen gekomen.
17พวกเขา​ลง​เรือ​และ​ออก​เดินทาง​ข้าม​ทะเล​ไป​ยัง​คาเปอรนาอุม ตอนนั้น​มืด​แล้ว และ​พระเยซู​ยัง​ไม่​ได้​มา​หา​พวกเขา
18De zee was onstuimig, want er woei een hevige wind.
18ทะเล​มี​คลื่นแรง เพราะ​มี​ลม​แรง​พัด​อยู่
19Toen ze dan ongeveer vijf en twintig of dertig stadiën hadden afgelegd, zagen ze Jesus over het meer wandelen en nabij het vaartuig komen; ze werden er angstig van.
19เมื่อ​พวกเขา​พาย​เรือ​ไป​ได้​ประมาณ​ยี่สิบห้า​ถึง​สามสิบ​สตาเดีย พวกเขา​เห็น​พระเยซู​กำลัง​เดิน​อยู่​บน​ทะเล และ​เข้า​มา​ใกล้​เรือ พวกเขา​ก็​กลัว
20Maar Hij sprak tot hen: Ik ben het; weest niet bang.
20แต่​พระองค์​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “เราเอง อย่า​กลัว”
21Gewillig namen ze Hem nu in hun vaartuig op, en terstond landde de boot aan de kust, waar ze op afgestevend waren.
21พวกเขา​จึง​เต็มใจ​รับ​พระองค์​ขึ้น​เรือ และ​ทันใดนั้น​เรือ​ก็​ถึง​ฝั่ง​ที่​พวกเขา​กำลัง​ไป
22De volgende morgen drong het door tot de schare, die aan de overkant van het meer was gebleven, dat er buiten dit éne geen ander vaartuig was geweest, en dat Jesus niet met zijn leerlingen aan boord was gegaan, maar dat zijn leerlingen alleen waren vertrokken.
22วันรุ่งขึ้น ฝูงชน​ที่​ยัง​อยู่​อีก​ฝั่ง​ของ​ทะเล​เห็น​ว่า ที่​นั่น​ไม่​มี​เรือ​ลำ​อื่น นอกจาก​เรือ​ลำ​ที่​สาวก​ของ​พระองค์​ขึ้น​ไป และ​เห็น​ว่า​พระเยซู​ไม่​ได้​ลง​เรือ​ไป​กับ​สาวก แต่​สาวก​ของ​พระองค์​ออก​ไป​กัน​ตาม​ลำพัง
23Intussen kwamen er van Tibérias andere boten dicht bij de plaats, waar men het brood had gegeten, na het dankgebed des Heren.
23แต่​มี​เรือ​หลาย​ลำ​จาก​ทิเบเรียส​มา​ใกล้​สถานที่​ที่​พวกเขา​กิน​ขนมปัง หลัง​จาก​องค์พระผู้เป็นเจ้า​กล่าว​คำ​ขอบคุณ​แล้ว
24Toen dus de menigte zag, dat Jesus daar niet meer was en zijn leerlingen evenmin, gingen ze scheep, en voeren naar Kafárnaum, om Jesus te zoeken.
24เมื่อ​ฝูงชน​เห็น​ว่า​พระเยซู​ไม่​อยู่​ที่​นั่น และ​สาวก​ของ​พระองค์​ก็​ไม่​อยู่ พวกเขา​จึง​ลง​เรือ​เหล่านั้น​ไป​ยัง​คาเปอรนาอุม เพื่อ​ตามหา​พระเยซู
25En toen ze Hem aan de andere kant van het meer hadden gevonden, spraken ze tot Hem: Rabbi, wanneer zijt Gij hier gekomen?
25เมื่อ​พบ​พระองค์​อีก​ฝั่ง​ของ​ทะเล พวกเขา​ถาม​ว่า “รับบี ท่าน​มา​ถึง​ที่​นี่​เมื่อไร?”
26Jesus antwoordde hun en sprak: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen hebt gezien, maar omdat gij van de broden gegeten en u verzadigd hebt.
26พระเยซู​ตอบ​พวกเขา​ว่า “เรา​ขอ​ยืนยัน​กับ​พวกคุณ​ว่า พวกคุณ​ตามหา​เรา ไม่​ใช่​เพราะ​เห็น​หมายสำคัญ แต่​เพราะ​พวกคุณ​ได้​กิน​ขนมปัง​จน​อิ่ม
27Arbeidt niet voor de spijs die vergaat, maar voor de spijs die blijft tot in het eeuwige leven, en die de Mensenzoon u zal geven. Want op Hem heeft God, heeft de Vader zijn zegel gedrukt.
27อย่า​ทำงาน​เพื่อ​อาหาร​ที่​เสื่อมสลาย แต่​จง​ทำงาน​เพื่อ​อาหาร​ที่​คงอยู่​จนถึง​ชีวิตนิรันดร์ ซึ่ง​บุตรมนุษย์​จะ​ให้​แก่​พวกคุณ เพราะ​พระเจ้า​พระบิดา​ได้​ประทับตรา​พระองค์​ไว้​แล้ว”
28Ze zeiden Hem dan: Wat moeten we doen, om de werken Gods te verrichten?
28พวกเขา​จึง​ถาม​พระองค์​ว่า “พวกเรา​ต้อง​ทำ​อะไร เพื่อ​จะ​ทำ​งาน​ของ​พระเจ้า?”
29Jesus antwoordde hun: Dit is het werk van God: dat gij gelooft in Hem, dien Hij gezonden heeft.
29พระเยซู​ตอบ​พวกเขา​ว่า “งาน​ของ​พระเจ้า​คือ​ให้​พวกคุณ​เชื่อ​ใน​ผู้​ที่​พระองค์​ส่ง​มา”
30Ze zeiden Hem: Wat voor teken verricht Gij dan wel, dat ons overtuigt, zodat we in U geloven? Wat doet Gij eigenlijk?
30พวกเขา​จึง​ถาม​พระองค์​ว่า “แล้ว​ท่าน​จะ​ทำ​หมายสำคัญ​อะไร ให้​พวกเรา​เห็น​และ​เชื่อ​ท่าน? ท่าน​จะ​ทำ​งาน​อะไร?
31Onze vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten, zoals er geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft Hij hun te eten gegeven”.
31บรรพบุรุษ​ของ​พวกเรา​กิน​มานา​ใน​ถิ่นทุรกันดาร ตาม​ที่​เขียน​ไว้​ว่า ‘พระองค์​ประทาน​ขนมปัง​จาก​สวรรค์ให้​พวกเขา​กิน’”
32Nu sprak Jesus tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Moses heeft u geen brood gegeven, dat uit de hemel kwam, maar mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel;
32พระเยซู​จึง​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “เรา​ขอ​ยืนยัน​กับ​พวกคุณ​ว่า ไม่​ใช่​โมเสส​ที่​ให้​ขนมปัง​จาก​สวรรค์​แก่​พวกคุณ แต่​พระบิดา​ของ​เรา​ประทาน​ขนมปัง​แท้​จาก​สวรรค์​แก่​พวกคุณ
33want het brood, dat uit de hemel neerdaalt, is het brood van God, dat leven aan de wereld schenkt.
33เพราะ​ขนมปัง​ของ​พระเจ้า​คือ​ขนมปัง​ที่​ลง​มา​จาก​สวรรค์​และ​ให้​ชีวิต​แก่​โลก”
34Ze zeiden Hem dan: Heer, geef ons dit brood voor immer.
34พวกเขา​จึง​กล่าว​กับ​พระองค์​ว่า “ท่าน โปรด​ให้​ขนมปัง​นี้​แก่​พวกเรา​เสมอ​ไป”
35Jesus sprak tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nimmer meer dorst lijden.
35พระเยซู​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “เรา​คือ​ขนมปัง​แห่ง​ชีวิต ผู้​ที่​มา​หา​เรา​จะ​ไม่​หิว และ​ผู้​ที่​เชื่อ​ใน​เรา​จะ​ไม่​กระหาย​อีก​เลย
36Maar Ik heb het u gezegd: gij hebt Mij gezien, en toch gelooft gij niet.
36แต่​เรา​บอก​พวกคุณ​แล้ว​ว่า พวกคุณ​ได้​เห็น​เรา​แล้ว แต่​ก็​ยัง​ไม่​เชื่อ
37Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en wie tot Mij komt, zal Ik niet buiten werpen.
37ทุกคน​ที่​พระบิดา​ประทาน​แก่​เรา​จะ​มา​หา​เรา และ​ผู้​ที่​มา​หา​เรา เรา​จะ​ไม่​ขับไล่​ออก​ไป​เลย
38Want Ik ben uit de hemel neergedaald, niet om mijn eigen wil te doen, maar de wil van Hem, die Mij heeft gezonden.
38เพราะ​เรา​ลง​มา​จาก​สวรรค์ ไม่​ใช่​เพื่อ​ทำ​ตาม​ความประสงค์​ของ​เรา​เอง แต่​เพื่อ​ทำ​ตาม​ความประสงค์​ของ​พระองค์​ผู้​ส่ง​เรา​มา
39Welnu, dit is de wil van Hem, die Mij heeft gezonden, dat Ik niets verloren laat gaan van wat Hij Mij heeft gegeven, maar dat Ik het op de jongste dag doe verrijzen.
39และ​นี่​คือ​ความประสงค์​ของ​พระบิดา​ผู้​ส่ง​เรา​มา คือ​เรา​จะ​ไม่​สูญเสีย​ใคร​เลย​ใน​บรรดา​ผู้​ที่​พระองค์​ประทาน​แก่​เรา แต่​จะ​ทำ​ให้​เขา​ฟื้น​ขึ้น​ใน​วัน​สุดท้าย
40Dit is de wil van den Vader, die Mij gezonden heeft, dat wie den Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, het eeuwige leven heeft, en dat Ik hem op de jongste dag zal doen verrijzen.
40เพราะ​นี่​คือ​ความประสงค์​ของ​พระองค์​ผู้​ส่ง​เรา​มา คือ​ทุกคน​ที่​เห็น​พระบุตร​และ​เชื่อ​ใน​พระองค์​จะ​มี​ชีวิตนิรันดร์ และ​เรา​จะ​ทำ​ให้​เขา​ฟื้น​ขึ้น​ใน​วัน​สุดท้าย”
41Maar de Joden morden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het brood, dat uit de hemel is neergedaald.
41ชาวยิว​จึง​บ่น​พึมพำ​เรื่อง​พระองค์ เพราะ​พระองค์​กล่าว​ว่า “เรา​คือ​ขนมปัง​ที่​ลง​มา​จาก​สวรรค์”
42En ze zeiden: Is deze niet Jesus, de zoon van Josef, wiens vader en moeder we kennen? Hoe zegt Hij dan: Ik ben uit de hemel neergedaald?
42พวกเขา​พูด​ว่า “คน​นี้​ไม่​ใช่​เยซู​ลูก​ของ​โยเซฟ​หรือ? พวกเรา​รู้จัก​ทั้ง​พ่อ​และ​แม่​ของ​เขา แล้ว​ตอนนี้​เขา​พูด​ได้​อย่างไร​ว่า ‘เรา​ลง​มา​จาก​สวรรค์’?”
43Jesus antwoordde hun, en sprak: Mort toch niet onder elkander.
43พระเยซู​จึง​ตอบ​พวกเขา​ว่า “อย่า​บ่น​พึมพำ​กัน​เลย
44Niemand kan tot Mij komen, zo de Vader, die Mij zond, hem niet trekt; en Ik zal hem op de jongste dag doen verrijzen.
44ไม่​มี​ใคร​มา​หา​เรา​ได้ เว้นแต่​พระบิดา​ผู้​ส่ง​เรา​มา​จะ​ดึง​เขา​มา และ​เรา​จะ​ทำ​ให้​เขา​ฟื้น​ขึ้น​ใน​วัน​สุดท้าย
45Er staat geschreven bij de profeten: “En allen zullen zij onderricht worden door God”. Wie naar den Vader luistert en door Hem is onderricht, hij komt tot Mij.
45มี​เขียน​ไว้​ใน​หนังสือ​ของ​บรรดา​ผู้เผยพระวจนะ​ว่า ‘พระเจ้า​จะ​สอน​พวกเขา​ทุกคน’ ดังนั้น ทุกคน​ที่​ได้ยิน​และ​เรียนรู้​จาก​พระบิดา​ก็​มา​หา​เรา
46Niet dat iemand den Vader gezien heeft; alleen Hij die van God stamt, Hij heeft den Vader gezien.
46ไม่​ใช่​ว่า​มี​ใคร​เคย​เห็น​พระบิดา นอกจาก​ผู้​ที่​มา​จาก​พระเจ้า พระองค์​ได้​เห็น​พระบิดา
47Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft het eeuwige leven.
47เรา​ขอ​ยืนยัน​กับ​พวกคุณ​ว่า ผู้​ที่​เชื่อ​ใน​เรา​มี​ชีวิตนิรันดร์
48Ik ben het brood des levens.
48เรา​คือ​ขนมปัง​แห่ง​ชีวิต
49Uw vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn, en ze zijn gestorven.
49บรรพบุรุษ​ของ​พวกคุณ​กิน​มานา​ใน​ถิ่นทุรกันดาร แต่​พวกเขา​ก็​ตาย
50Dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt: eet men daarvan, dan sterft men niet.
50นี่​คือ​ขนมปัง​ที่​ลง​มา​จาก​สวรรค์ เพื่อ​ให้​ผู้​ที่​กิน​ขนมปัง​นี้​ไม่​ตาย
51Ik ben het levend brood, dat uit de hemel is neergedaald; zo iemand eet van dit brood, zal hij in eeuwigheid leven. En het brood, dat Ik zal geven, is mijn vlees voor het leven der wereld.
51เรา​คือ​ขนมปัง​ที่​มี​ชีวิต ซึ่ง​ลง​มา​จาก​สวรรค์ ถ้า​ใคร​กิน​ขนมปัง​นี้ เขา​จะ​มี​ชีวิต​ตลอดไป และ​ขนมปัง​ที่​เรา​จะ​ให้​เพื่อ​ชีวิต​ของ​โลก​ก็​คือ​เนื้อหนัง​ของ​เรา”
52Maar de Joden twistten onder elkander, en zeiden: Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?
52ชาวยิว​จึง​โต้เถียง​กัน​เอง​ว่า “คน​นี้​จะ​เอา​เนื้อหนัง​ของ​เขา​ให้​พวกเรา​กิน​ได้​อย่างไร?”
53Jesus sprak tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Zo gij het vlees van den Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, dan hebt gij het leven niet in u.
53พระเยซู​จึง​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “เรา​ขอ​ยืนยัน​กับ​พวกคุณ​ว่า ถ้า​พวกคุณ​ไม่​กิน​เนื้อหนัง​ของ​บุตรมนุษย์​และ​ไม่​ดื่ม​เลือด​ของ​พระองค์ พวกคุณ​ก็​ไม่​มี​ชีวิต​ใน​ตัว
54Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft het eeuwige leven, en Ik zal hem op de jongste dag doen verrijzen.
54ผู้​ที่​กิน​เนื้อหนัง​ของ​เรา​และ​ดื่ม​เลือด​ของ​เรา มี​ชีวิตนิรันดร์ และ​เรา​จะ​ทำ​ให้​เขา​ฟื้น​ขึ้น​ใน​วัน​สุดท้าย
55Want mijn vlees is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank.
55เพราะ​เนื้อหนัง​ของ​เรา​เป็น​อาหาร​อย่าง​แท้จริง และ​เลือด​ของ​เรา​เป็น​เครื่องดื่ม​อย่าง​แท้จริง
56Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.
56ผู้​ที่​กิน​เนื้อหนัง​ของ​เรา​และ​ดื่ม​เลือด​ของ​เรา​อยู่​ใน​เรา และ​เรา​อยู่​ใน​เขา
57Zoals de Vader die leeft, Mij heeft gezonden, en Ik leef door den Vader, zó zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij.
57พระบิดา​ผู้​มี​ชีวิต​ส่ง​เรา​มา และ​เรา​มี​ชีวิต​เพราะ​พระบิดา​ฉันใด ผู้​ที่​กิน​เรา​ก็​จะ​มี​ชีวิต​เพราะ​เรา​ฉันนั้น
58Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald. Niet een brood als de vaders hebben gegeten en toch zijn gestorven; wie dit brood eet zal leven in eeuwigheid.
58นี่​คือ​ขนมปัง​ที่​ลง​มา​จาก​สวรรค์ ไม่​เหมือน​กับ​ที่​บรรพบุรุษ​ของ​พวกคุณ​กิน​มานา​แล้ว​ตาย ผู้​ที่​กิน​ขนมปัง​นี้​จะ​มี​ชีวิต​ตลอดไป”
59Zo sprak Hij bij zijn onderrichting in de synagoge van Kafárnaum.
59พระองค์​กล่าว​สิ่ง​เหล่านี้​ขณะ​สอน​อยู่​ใน​ธรรมศาลา​ที่​คาเปอรนาอุม
60Velen van zijn leerlingen, die het hadden gehoord, zeiden: Dit woord is hard; wie kan naar zo iets luisteren?
60เมื่อ​สาวก​ของ​พระองค์​หลาย​คน​ได้ยิน จึง​พูด​ว่า “คำพูด​นี้​ยาก​มาก ใคร​จะ​ฟัง​ได้?”
61Maar Jesus, die wist dat zijn leerlingen daarover morden, sprak tot hen: Ergert u dit?
61แต่​พระเยซู​รู้​อยู่​ใน​ใจ​ว่า​สาวก​ของ​พระองค์​กำลัง​บ่น​พึมพำ​เรื่อง​นี้ จึง​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “เรื่อง​นี้​ทำ​ให้​พวกคุณ​สะดุด​หรือ?
62En wanneer gij nu den Mensenzoon eens ziet opstijgen naar waar Hij vroeger was?
62แล้ว​ถ้า​พวกคุณ​เห็น​บุตรมนุษย์​ขึ้น​ไป​ยัง​ที่​ซึ่ง​พระองค์​เคย​อยู่​ก่อน​ล่ะ?
63Het is de geest, die leven brengt; het vlees brengt niets daartoe bij. De woorden, die Ik tot u sprak, zijn geest en leven.
63วิญญาณ​เป็น​ผู้​ให้​ชีวิต เนื้อหนัง​ไม่​มี​ประโยชน์​อะไร ถ้อยคำ​ที่​เรา​พูด​กับ​พวกคุณ​เป็น​วิญญาณ​และ​เป็น​ชีวิต
64Maar daar zijn er sommigen onder u, die niet geloven. Want Jesus wist van de aanvang af, wie het waren, die niet geloofden; en wie het was, die Hem verraden zou.
64แต่​ใน​พวกคุณ​มี​บางคน​ที่​ไม่​เชื่อ” เพราะ​พระเยซู​รู้​ตั้งแต่​แรก​ว่า​ใคร​บ้าง​ไม่​เชื่อ และ​ใคร​จะ​ทรยศ​พระองค์
65En Hij vervolgde: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij kan komen, tenzij het hem door mijn Vader is gegeven.
65พระองค์​กล่าว​ว่า “เพราะ​เหตุ​นี้ เรา​จึง​บอก​พวกคุณ​ว่า ไม่​มี​ใคร​มา​หา​เรา​ได้ เว้นแต่​พระบิดา​จะ​ประทาน​ให้​เขา​มา”
66Van dat ogenblik af trokken velen zijner leerlingen zich terug, en bleven niet langer bij Hem.
66ตั้งแต่​นั้น สาวก​ของ​พระองค์​หลาย​คน​ก็​ถอย​กลับ และ​ไม่​ติดตาม​พระองค์​อีก
67Nu sprak Jesus tot de twaalf: Wilt ook gij misschien heengaan?
67พระเยซู​จึง​ถาม​สาวก​สิบสอง​คน​ว่า “พวกคุณ​ก็​ไม่​อยาก​จาก​ไป​ด้วย​ใช่​ไหม?”
68Simon Petrus antwoordde Hem: Heer, naar wien zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven;
68ซีโมน​เปโตร​ตอบ​พระองค์​ว่า “องค์พระผู้เป็นเจ้า พวกเรา​จะ​ไป​หา​ใคร? พระองค์​มี​ถ้อยคำ​แห่ง​ชีวิตนิรันดร์
69we geloven en weten: Gij zijt de Heilige Gods.
69พวกเรา​เชื่อ​และ​รู้​แล้ว​ว่า พระองค์​คือ​พระคริสต์ พระบุตร​ของ​พระเจ้า​ผู้​มี​ชีวิต​อยู่”
70Jesus hernam: Heb Ik u alle twaalf niet uitverkoren? En toch, één uwer is een duivel.
70พระเยซู​ตอบ​พวกเขา​ว่า “เรา​ไม่​ได้​เลือก​พวกคุณ​ทั้ง​สิบสอง​คน​หรือ? แต่​คน​หนึ่ง​ใน​พวกคุณ​เป็น​มาร”
71Hiermee bedoelde Hij Judas, den zoon van Simon Iskáriot. Want deze, één van de twaalf, zou Hem verraden.
71พระองค์​หมายถึง​ยูดาส​บุตร​ของ​ซีโมน​อิสคาริโอท เพราะ​เขา​คือ​คน​ที่​จะ​ทรยศ​พระองค์ ทั้ง​ที่​เป็น​หนึ่ง​ใน​สาวก​สิบสอง​คน

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.