Johannes
Chapter 12
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Freedom Bible (Thai)

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Zes dagen voor Pasen kwam Jesus te Betánië, waar Lázarus woonde, dien Jesus uit de doden had opgewekt.
1หก​วัน​ก่อน​เทศกาล​ปัสกา พระเยซู​มา​ที่​เบธานี ที่​ซึ่ง​ลาซารัส​อยู่ ลาซารัส​คน​นี้​เคย​ตาย และ​พระองค์​ทำ​ให้​เขา​ฟื้น​ขึ้น​จาก​ความตาย
2Men richtte daar een maaltijd voor Hem aan; Marta bediende, en Lázarus was één van zijn disgenoten.
2พวกเขา​จัด​อาหาร​เย็น​ให้​พระองค์​ที่​นั่น มารธา​คอย​รับใช้ ส่วน​ลาซารัส​เป็น​คน​หนึ่ง​ที่​นั่ง​ร่วม​โต๊ะ​กับ​พระองค์
3Toen nam Maria een pond onvervalste, kostbare nardusbalsem, zalfde de voeten van Jesus, en droogde ze met de haren af. En het huis was vol van de balsemgeur.
3มารีย์​จึง​เอา​น้ำมันหอม​นารดา​บริสุทธิ์​ราคา​แพง​มาก​หนึ่ง​ปอนด์ มา​ชโลม​เท้า​ของ​พระเยซู และ​ใช้​ผม​ของ​เธอ​เช็ด​เท้า​ของ​พระองค์ กลิ่นหอม​ของ​น้ำมัน​อบอวล​ไป​ทั่ว​บ้าน
4Toen zei Judas Iskáriot, een van zijn leerlingen, die Hem verraden zou:
4ยูดาส​อิสคาริโอท​บุตร​ของ​ซีโมน สาวก​คน​หนึ่ง​ของ​พระองค์ ซึ่ง​ต่อมา​จะ​ทรยศ​พระองค์ กล่าว​ว่า
5Waarom die balsem niet voor driehonderd tienlingen verkocht, en ze aan de armen gegeven?
5“ทำไม​ไม่​ขาย​น้ำมันหอม​นี้​เป็น​เงิน​สามร้อย​เดนาริอุส แล้ว​เอา​เงิน​ไป​ให้​คนจน?”
6Dit zei hij niet, omdat hij bezorgd was voor de armen, maar omdat hij een dief was; daar hij de beurs droeg, stal hij weg, wat daarin kwam.
6เขา​กล่าว​เช่นนี้​ไม่​ใช่​เพราะ​ห่วงใย​คนจน แต่​เพราะ​เขา​เป็น​ขโมย และ​เป็น​ผู้ดูแล​กล่อง​เงิน จึง​เคย​ขโมย​เงิน​ที่​ใส่​ไว้​ใน​กล่อง​นั้น
7Maar Jesus sprak: Laat haar begaan; ze heeft hem moeten bewaren voor de dag mijner begrafenis.
7แต่​พระเยซู​กล่าว​ว่า “ปล่อย​เธอ​เถอะ เธอ​เก็บ​สิ่ง​นี้​ไว้​สำหรับ​วัน​ฝังศพ​ของ​เรา
8Want de armen behoudt gij altijd; Mij niet.
8เพราะ​พวกคุณ​มี​คนจน​อยู่​กับ​พวกคุณ​เสมอ แต่​พวกคุณ​จะ​ไม่​มี​เรา​อยู่​ด้วย​เสมอ”
9Toen men vernam, dat Hij Zich dáár bevond, kwam een talrijke menigte Joden daarheen, niet enkel om Jesus, maar ook om Lázarus te zien, dien Hij uit de doden had opgewekt.
9ฝูงชน​ชาวยิว​จำนวน​มาก​รู้​ว่า​พระองค์​อยู่​ที่​นั่น พวกเขา​จึง​มา ไม่​ใช่​เพราะ​พระเยซู​เท่านั้น แต่​ยัง​มา​เพื่อ​จะ​เห็น​ลาซารัส​ด้วย ซึ่ง​พระองค์​ทำ​ให้​ฟื้น​ขึ้น​จาก​ความตาย
10Maar de opperpriesters besloten ook Lázarus te doden,
10แต่​พวก​หัวหน้า​ปุโรหิต​วางแผน​จะ​ฆ่า​ลาซารัส​ด้วย
11omdat veel Joden om hem afvielen en in Jesus geloofden.
11เพราะ​ลาซารัส ชาวยิว​จำนวน​มาก​จึง​จาก​ไป​และ​เชื่อ​ใน​พระเยซู
12Toen daags daarna de grote menigte, die naar het feest was gekomen, vernam, dat Jesus op weg naar Jerusalem was,
12วัน​รุ่งขึ้น ฝูงชน​จำนวน​มาก​ที่​มา​ร่วม​เทศกาล เมื่อ​ได้ยิน​ว่า​พระเยซู​กำลัง​มา​กรุง​เยรูซาเล็ม
13namen ze palmtakken, trokken Hem tegemoet, en riepen: Hosanna, Gezegend, die komt in de naam des Heren, De Koning van Israël!
13ก็​เอา​กิ่ง​ต้นปาล์ม​ออก​ไป​ต้อนรับ​พระองค์ และ​ร้อง​ว่า “โฮซันนา! ผู้​ที่​มา​ใน​พระนาม​ของ​องค์​พระผู้เป็นเจ้า​เป็น​สุข กษัตริย์​แห่ง​อิสราเอล!”
14Jesus, die een jongen ezel gevonden had, ging er op zitten, zoals er geschreven staat:
14พระเยซู​พบ​ลูกลา​ตัว​หนึ่ง แล้ว​นั่ง​บน​มัน ตาม​ที่​มี​เขียน​ไว้​ว่า
15“Vrees niet, dochter van Sion; Zie, uw Koning komt, Gezeten op een ezelsveulen.”
15“ธิดา​แห่ง​ศิโยน อย่า​กลัว นี่แน่ะ กษัตริย์​ของ​เจ้า​กำลัง​มา นั่ง​บน​ลูกลา”
16(Niet aanstonds begrepen zijn leerlingen dit; maar toen Jesus verheerlijkt was, herinnerden ze zich, dat dit van Hem geschreven stond, en dat men dit aan Hem had vervuld.)
16ตอนแรก​สาวก​ของ​พระองค์​ไม่​เข้าใจ​สิ่ง​เหล่านี้ แต่​เมื่อ​พระเยซู​ได้​รับ​พระสิริ พวกเขา​จึง​ระลึก​ได้ว่า​สิ่ง​เหล่านี้​เขียน​ถึง​พระองค์ และ​พวกเขา​ได้​ทำ​สิ่ง​เหล่านี้​กับ​พระองค์
17Want de schare, die bij Hem was, toen Hij Lázarus uit het graf had geroepen en uit de doden had opgewekt, was daarvan blijven getuigen.
17ฝูงชน​ที่​อยู่​กับ​พระองค์​ตอน​ที่​พระองค์​เรียก​ลาซารัส​ออก​จาก​ที่​ฝังศพ​และ​ทำ​ให้​เขา​ฟื้น​ขึ้น​จาก​ความตาย ก็​เป็นพยานยืนยัน​เรื่อง​นี้
18En daarom juist kwam de menigte Hem tegemoet, omdat ze hadden vernomen, dat Hij dit teken verricht had.
18ฝูงชน​จึง​ออก​ไป​ต้อนรับ​พระองค์​ด้วย เพราะ​ได้ยิน​ว่า​พระองค์​ทำ​หมายสำคัญ​นี้
19Maar de farizeën zeiden tot elkander: Gij ziet, dat gij niets verder komt. Zie, de hele wereld loopt achter Hem aan.
19พวก​ฟาริสี​จึง​พูด​กัน​ว่า “เห็น​ไหม พวกเรา​ทำ​อะไร​ไม่​ได้​เลย ดูสิ โลก​ตาม​เขา​ไป​หมด​แล้ว”
20Onder hen, die bij gelegenheid van dit feest ter aanbidding waren opgegaan, bevonden zich ook enige heidenen.
20ใน​บรรดา​คน​ที่​ขึ้น​ไป​นมัสการ​ใน​เทศกาล​นั้น มี​ชาวกรีก​บางคน​ด้วย
21Ze kwamen bij Filippus, die uit Betsáida van Galilea was, en richtten tot hem het verzoek: Heer, we wensen Jesus te spreken.
21คน​เหล่านี้​มา​หา​ฟีลิป ซึ่ง​มา​จาก​เบธไซดา​ใน​แคว้น​กาลิลี แล้ว​ขอร้อง​เขา​ว่า “ท่าน​ครับ พวกเรา​อยาก​เห็น​พระเยซู”
22Filippus ging het aan Andreas zeggen; en Andreas en Filippus zeiden het Jesus.
22ฟีลิป​ไป​บอก​อันดรูว์ แล้ว​อันดรูว์​กับ​ฟีลิป​ก็​ไป​บอก​พระเยซู
23Jesus antwoordde hun, en sprak: Het uur is gekomen, dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt.
23พระเยซู​ตอบ​พวกเขา​ว่า “เวลา​มา​ถึง​แล้ว​ที่​บุตรมนุษย์​จะ​ได้​รับ​พระสิริ
24Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Zo de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft ze alleen; maar zo ze sterft, brengt ze rijke vruchten voort.
24เรา​ขอ​ยืนยัน​กับ​พวกคุณ​ว่า ถ้า​เมล็ด​ข้าวสาลี​ไม่​ตก​ลง​ใน​ดิน​และ​ตาย มัน​ก็​ยังคง​อยู่​เพียง​เมล็ด​เดียว แต่​ถ้า​มัน​ตาย มัน​ก็​เกิด​ผล​มากมาย
25Wie zijn leven liefheeft, zal het verliezen; maar wie in deze wereld zijn leven haat, zal het behouden ten eeuwigen leven.
25ผู้​ที่​รัก​ชีวิต​ของ​ตน​จะ​สูญเสีย​ชีวิต​นั้น ส่วน​ผู้​ที่​เกลียด​ชีวิต​ของ​ตน​ใน​โลก​นี้ จะ​รักษา​ชีวิต​นั้น​ไว้​จนถึง​ชีวิตนิรันดร์
26Zo iemand mijn dienaar wil zijn, hij volge Mij na; en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Zo iemand Mij dient, dan zal de Vader hem eren.
26ถ้า​ใคร​รับใช้​เรา ก็​ให้​เขา​ติดตาม​เรา เรา​อยู่​ที่​ไหน ผู้รับใช้​ของ​เรา​ก็​จะ​อยู่​ที่​นั่น​ด้วย ถ้า​ใคร​รับใช้​เรา พระบิดา​จะ​ให้​เกียรติ​เขา
27Nu is mijn ziel ontsteld, en wat zal Ik zeggen? Vader, red Mij uit deze stonde? Neen, want daarom juist ben Ik tot deze stonde gekomen!
27“ตอนนี้​จิต​ของ​เรา​เป็น​ทุกข์ แล้ว​เรา​จะ​พูด​ว่า​อะไร? ‘พระบิดา ช่วย​เรา​ให้​พ้น​จาก​เวลา​นี้’ หรือ? แต่​เรา​มา​ถึง​เวลา​นี้​ก็​เพื่อ​เหตุ​นี้
28Vader, verheerlijk uw Naam! Toen kwam er een stem uit de hemel: Ik heb hem verheerlijkt, en Ik zal hem opnieuw verheerlijken.
28พระบิดา ขอ​ให้​พระนาม​ของ​พระองค์​ได้​รับ​พระสิริ!” แล้ว​มี​เสียง​จาก​ท้องฟ้า​ว่า “เรา​ได้​ทำ​ให้​พระนาม​นั้น​ได้​รับ​พระสิริ​แล้ว และ​จะ​ทำ​ให้​ได้​รับ​พระสิริ​อีก”
29De menigte, die daar stond en het hoorde, meende, dat het gedonderd had. Maar anderen zeiden: Een engel heeft Hem toegesproken.
29ฝูงชน​ที่​ยืน​อยู่​ที่​นั่น​และ​ได้ยิน​เสียง​นั้น​จึง​พูด​ว่า “ฟ้าร้อง” ส่วน​คนอื่น​พูด​ว่า “ทูตสวรรค์​พูด​กับ​เขา”
30Jesus antwoordde: Niet om Mij heeft die stem geklonken, maar om u.
30พระเยซู​ตอบ​ว่า “เสียง​นี้​ไม่​ได้​มา​เพื่อ​เรา แต่​เพื่อ​พวกคุณ
31Nu wordt het oordeel over deze wereld voltrokken; nu zal de vorst dezer wereld worden buitengeworpen.
31ตอนนี้​คือ​การ​พิพากษา​โลก​นี้ ตอนนี้​ผู้ครอง​โลก​นี้​จะ​ถูก​ขับ​ออก​ไป
32En wanneer Ik van de aarde omhoog ben geheven, zal Ik allen tot Mij trekken.
32และ​ถ้า​เรา​ถูก​ยก​ขึ้น​จาก​แผ่นดิน เรา​จะ​ดึงดูด​ทุกคน​มา​หา​เรา”
33Dit zeide Hij, om te kennen te geven, wat voor dood Hij zou sterven.
33พระองค์​กล่าว​เช่นนี้​เพื่อ​บอก​ให้​รู้​ว่า​พระองค์​จะ​ตาย​ด้วย​วิธี​ใด
34De menigte antwoordde Hem: We hebben uit de Wet vernomen, dat de Christus in eeuwigheid blijft; en hoe zegt Gij dan, dat de Mensenzoon omhoog geheven moet worden? Wie is die Mensenzoon?
34ฝูงชน​ตอบ​พระองค์​ว่า “พวกเรา​ได้ยิน​จาก​ธรรมบัญญัติ​ว่า​พระคริสต์​จะ​คงอยู่​ตลอดไป แล้ว​ท่าน​พูด​ได้​อย่างไร​ว่า ‘บุตรมนุษย์​ต้อง​ถูก​ยก​ขึ้น’ ? บุตรมนุษย์​คน​นี้​คือ​ใคร?”
35Jesus sprak tot hen: Nog een korte tijd is het licht in uw midden. Wandelt, zolang gij het licht hebt, opdat de duisternis u niet verrast; wie in de duisternis wandelt, weet niet, waar hij heengaat.
35พระเยซู​จึง​กล่าว​กับ​พวกเขา​ว่า “ความสว่าง​จะ​อยู่​กับ​พวกคุณ​อีก​เพียง​เล็กน้อย จง​เดิน​ขณะ​ที่​พวกคุณ​ยัง​มี​ความสว่าง เพื่อ​ไม่​ให้​ความมืด​ไล่​ทัน​พวกคุณ คน​ที่​เดิน​ใน​ความมืด​ไม่​รู้​ว่า​ตน​กำลัง​ไป​ที่​ไหน
36Zolang gij het licht hebt, gelooft in het licht, om kinderen des lichts te worden. Zo sprak Jesus; toen ging Hij heen, en verborg Zich voor hen.
36ขณะ​ที่​พวกคุณ​มี​ความสว่าง จง​เชื่อ​ใน​ความสว่าง เพื่อ​พวกคุณ​จะ​ได้​เป็น​ลูก​ของ​ความสว่าง” เมื่อ​พระเยซู​กล่าว​สิ่ง​เหล่านี้​แล้ว พระองค์​ก็​จาก​ไป​และ​ซ่อน​ตัว​จาก​พวกเขา
37Ofschoon Hij nu voor hun ogen zoveel tekenen had gewrocht, geloofden ze toch niet in Hem;
37แม้​พระองค์​จะ​ทำ​หมายสำคัญ​มากมาย​ต่อหน้า​พวกเขา พวกเขา​ก็​ยัง​ไม่​เชื่อ​ใน​พระองค์
38opdat het woord in vervulling zou gaan, dat de profeet Isaias gezegd heeft: “Heer, wie heeft onze prediking geloofd, En wien is de arm des Heren geopenbaard?”
38เพื่อ​ให้​ถ้อยคำ​ของ​อิสยาห์​ผู้เผยพระวจนะ​เป็นจริง ที่​กล่าว​ไว้​ว่า “องค์​พระผู้เป็นเจ้า ใคร​เชื่อ​ข่าว​ที่​พวกเรา​ประกาศ? แขน​ของ​องค์​พระผู้เป็นเจ้า​ได้​ปรากฏ​แก่​ใคร?”
39Daarom konden ze zelfs niet geloven; want nog heeft Isaias gezegd:
39เพราะ​เหตุ​นี้​พวกเขา​จึง​เชื่อ​ไม่​ได้ เพราะ​อิสยาห์​กล่าว​อีก​ว่า
40“Hij heeft hun ogen verblind, En hun harten versteend; Opdat ze niet zouden zien met hun ogen, En niet verstaan met hun hart; Opdat zij zich niet zouden bekeren, En Ik hen zou genezen.”
40“พระองค์​ทำ​ให้​ตา​ของ​พวกเขา​บอด และ​ทำ​ให้​ใจ​ของ​พวกเขา​แข็งกระด้าง เพื่อ​ไม่​ให้​พวกเขา​เห็น​ด้วย​ตา และ​เข้าใจ​ด้วย​ใจ แล้ว​หัน​กลับ​มา และ​เรา​จะ​รักษา​พวกเขา”
41Dit zei Isaias, toen hij zijn heerlijkheid had aanschouwd, en over Hem had gesproken.
41อิสยาห์​กล่าว​สิ่ง​เหล่านี้​เมื่อ​เขา​เห็น​พระสิริ​ของ​พระองค์ และ​กล่าว​ถึง​พระองค์
42Toch geloofden zelfs velen van de oversten in Hem, maar uit vrees voor de farizeën kwamen ze er niet voor uit, om niet uit de synagoge te worden gebannen.
42ถึงอย่างนั้น แม้​ผู้ปกครอง​หลาย​คน​ก็​เชื่อ​ใน​พระองค์ แต่​เพราะ​กลัว​พวก​ฟาริสี พวกเขา​ไม่​ยอมรับ​อย่าง​เปิดเผย เพื่อ​จะ​ไม่​ถูก​ขับ​ออก​จาก​ธรรมศาลา
43Want ze waren meer gehecht aan de eer van de mensen, dan aan de eer, die van God komt.
43เพราะ​พวกเขา​รัก​คำ​ยกย่อง​จาก​มนุษย์​มาก​กว่า​คำ​ยกย่อง​จาก​พระเจ้า
44Jesus nu heeft het luide verklaard: Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem, die Mij heeft gezonden.
44พระเยซู​ร้อง​เสียงดัง​และ​กล่าว​ว่า “ผู้​ที่​เชื่อ​ใน​เรา ไม่​ได้​เชื่อ​ใน​เรา แต่​เชื่อ​ใน​พระองค์​ผู้​ส่ง​เรา​มา
45En wie Mij ziet, ziet Hem, die Mij heeft gezonden.
45และ​ผู้​ที่​เห็น​เรา ก็​เห็น​พระองค์​ผู้​ส่ง​เรา​มา
46Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat niemand, die in Mij gelooft, in duisternis blijft.
46เรา​มา​เป็น​ความสว่าง​ใน​โลก เพื่อ​ทุกคน​ที่​เชื่อ​ใน​เรา​จะ​ไม่​คงอยู่​ใน​ความมืด
47Zo iemand mijn woorden hoort, maar ze niet onderhoudt, dan ben Ik het niet, die hem oordeel; want Ik ben niet gekomen, om de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden.
47ถ้า​ใคร​ฟัง​ถ้อยคำ​ของ​เรา​แต่​ไม่​เชื่อ เรา​ไม่​พิพากษา​เขา เพราะ​เรา​ไม่​ได้​มา​เพื่อ​พิพากษา​โลก แต่​มา​เพื่อ​ช่วย​โลก​ให้​รอด
48Wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanneemt, heeft er een, die hem oordeelt; het woord, dat Ik sprak, dat zal hem oordelen op de jongste dag.
48ผู้​ที่​ปฏิเสธ​เรา​และ​ไม่​รับ​ถ้อยคำ​ของ​เรา ก็​มี​สิ่ง​ที่​พิพากษา​เขา คือ​ถ้อยคำ​ที่​เรา​พูด​ไว้​จะ​พิพากษา​เขา​ใน​วัน​สุดท้าย
49Want niet uit Mijzelf heb Ik gesproken, maar de Vader, die Mij gezonden heeft, Hijzelf heeft Mij geboden, wat Ik moest zeggen en spreken.
49เพราะ​เรา​ไม่​ได้​พูด​จาก​ตัว​เรา​เอง แต่​พระบิดา​ผู้​ส่ง​เรา​มา​เป็น​ผู้​ให้​คำบัญชา​แก่​เรา​ว่า​เรา​ควร​กล่าว​อะไร​และ​พูด​อะไร
50En Ik weet, dat zijn gebod het eeuwige leven is. Wat Ik dus spreek, spreek Ik zó, als de Vader het Mij heeft gezegd.
50และ​เรา​รู้​ว่า​คำบัญชา​ของ​พระองค์​คือ​ชีวิตนิรันดร์ เพราะ​ฉะนั้น สิ่ง​ที่​เรา​พูด เรา​ก็​พูด​ตาม​ที่​พระบิดา​บอก​เรา”

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.