Ezra
Chapter 4
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Bíblia Portuguesa …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Maar toen de vijanden van Juda en Benjamin vernamen, dat de ballingen bezig waren, een tempel voor Jahweh, den God van Israël, te bouwen,
1Ora, quando os adversários de Judá e de Benjamim ouviram que os filhos do cativeiro estavam construindo um templo para o SENHOR, o Deus de Israel,
2gingen zij naar Zorobabel en de familiehoofden toe, en zeiden tot hen: Laat ons met u meebouwen; want ook wij vereren uw God evenals gij, en brengen Hem offers sinds de tijd van Esar-Chaddon, den koning van Assjoer, die ons hierheen heeft gevoerd.
2eles se aproximaram de Zorobabel e dos chefes das casas paternas, e lhes disseram: “Deixem-nos construir com vocês, pois nós buscamos o seu Deus assim como vocês; e temos sacrificado a ele desde os dias de Esar-Hadom, rei da Assíria, que nos trouxe para cá.”
3Maar Zorobabel, Jesjóea en de andere familiehoofden van Israël antwoordden hun: Wij kunnen niet samen met u het huis van onzen God bouwen; wij alleen moeten het bouwen voor Jahweh, den God van Israël, zoals Cyrus, de koning der Perzen, heeft bevolen.
3Mas Zorobabel, Jesua e o restante dos chefes das casas paternas de Israel lhes disseram: “Vocês não têm nada a ver conosco na construção de uma casa para o nosso Deus; mas nós mesmos, juntos, a construiremos para o SENHOR, o Deus de Israel, como o rei Ciro, o rei da Pérsia, nos ordenou.”
4Maar nu begon de landsbevolking het volk van Juda de handen te binden, en hen af te schrikken van de bouw.
4Então o povo da terra enfraqueceu as mãos do povo de Judá, e os perturbou na construção.
5Zij kochten enige raadslieden tegen hen om, om hun plan te doen mislukken; en hierin slaagden zij ook zolang Cyrus, de koning der Perzen, nog leefde, en tot aan de regering van Darius, den koning der Perzen.
5Eles contrataram conselheiros contra eles para frustrar o seu propósito, todos os dias de Ciro, rei da Pérsia, até o reinado de Dario, rei da Pérsia.
6Onder de regering van Achasjwerosj, en wel in het begin van zijn bestuur, schreven zij een aanklacht tegen de bewoners van Juda en Jerusalem.
6No reinado de Assuero, no início do seu reinado, eles escreveram uma acusação contra os habitantes de Judá e de Jerusalém.
7Ook ten tijde van Artaxerxes richtten Bisjlam, Mitredat en Tabeël met hun overige ambtgenoten een schrijven aan Artaxerxes, den koning der Perzen. De brief was geschreven in het aramees, maar er was een vertaling bij (aramees)
7Nos dias de Artaxerxes, Bislão, Mitredate, Tabeel e o restante dos seus companheiros escreveram a Artaxerxes, rei da Pérsia; e o texto da carta foi escrito em aramaico e entregue na língua aramaica.
8Rechoem, de landvoogd4, en Sjimsjai, zijn geheimschrijver, schreven eveneens aan Artaxerxes over Jerusalem een brief van de volgende inhoud:
8Reum, o chanceler, e Sinsai, o escriba, escreveram uma carta contra Jerusalém ao rei Artaxerxes, nos seguintes termos.
9Rechoem, landvoogd, Sjimsjai, geheimschrijver, met hun overige ambtgenoten, de perzische rechters, generaals en commissarissen over de bewoners van Érek, Babel, Sjoesjan, die Elamieten zijn,
9Então Reum, o chanceler, Sinsai, o escriba, e o restante dos seus companheiros, os dinitas, os afarsatequitas, os tarpelitas, os afarsitas, os arquevitas, os babilônios, os susanquitas, os deavitas, os elamitas,
10en over de andere volkeren, welke de grote en roemrijke Asenappar heeft weggevoerd, en in de stad Samaria en in de andere steden aan de overzijde van de Rivier heeft gevestigd. En zo voort.
10e o restante das nações que o grande e nobre Asnapar transportou e estabeleceu na cidade de Samaria, e no restante da região além do Rio, e assim por diante, escreveram.
11Dit is de tekst van de brief, die zij aan koning Artaxerxes zonden: Uw dienaren, die de overzijde van de Rivier bewonen: en zo voort.
11Esta é a cópia da carta que eles enviaram: Ao rei Artaxerxes, de seus servos, os homens da região além do Rio.
12Het zij den koning gemeld, dat de Joden, die van u hierheen zijn getrokken, in Jerusalem zijn aangekomen. Zij herbouwen de opstandige en valse stad, richten de muren weer op, en herstellen de fundamenten.
12Seja do conhecimento do rei que os judeus que subiram de junto de você vieram a nós, a Jerusalém. Eles estão construindo a cidade rebelde e má, e terminaram os muros e repararam os alicerces.
13Nu wete de koning, dat, wanneer deze stad is herbouwd en de muren hersteld, men geen belasting, schatting of tol meer zal betalen; wat een schade voor den koning zou zijn.
13Seja agora do conhecimento do rei que, se esta cidade for construída e os muros terminados, eles não pagarão tributo, imposto ou pedágio, e no final isso trará prejuízo aos reis.
14Daar wij nu het zout van het paleis eten, en het ons dus niet past, de schade van den koning lijdelijk aan te zien, zenden wij onze inlichtingen aan den koning.
14Agora, porque comemos do sal do palácio e não é apropriado para nós vermos a desonra do rei, por isso enviamos e informamos o rei,
15Men raadplege eens het archief uwer vaderen, en gij zult daarin tot de bevinding komen, dat deze stad een opstandige stad is geweest, die aan de koningen en de provincies moeite genoeg heeft berokkend, en dat men er van oudsher oproer heeft gemaakt. Daarom werd die stad dan ook verwoest.
15para que se faça uma busca no livro dos registros de seus antepassados. Você verá no livro dos registros, e saberá que esta cidade é uma cidade rebelde, e prejudicial aos reis e às províncias, e que eles têm incitado rebeliões dentro dela no passado. É por isso que esta cidade foi destruída.
16Wij waarschuwen dus den koning, dat gij aan de overzijde van de Rivier heel uw gezag zult verliezen, zo deze stad wordt herbouwd en de muren worden hersteld.
16Nós informamos o rei que, se esta cidade for construída e os muros terminados, então você não terá nenhuma posse além do Rio.
17De koning antwoordde: Aan Rechoem, den landvoogd, Sjimsjai, den geheimschrijver, en de overige ambtgenoten in Samaria en de andere plaatsen aan de overzijde van de Rivier, Heil, en zo voort.
17Então o rei enviou uma resposta a Reum, o chanceler, e a Sinsai, o escriba, e ao restante dos seus companheiros que vivem em Samaria, e no restante da região além do Rio: Paz.
18De brief, die gij ons hebt gezonden, is mij duidelijk voorgelezen.
18A carta que vocês nos enviaram foi lida claramente diante de mim.
19Ik heb bevel gegeven, een onderzoek in te stellen, en men heeft bevonden, dat deze stad inderdaad zich van oudsher tegen de koningen verzet, en dat men er oproer en opstand kweekt.
19Eu decretei, e uma busca foi feita, e descobriu-se que esta cidade tem se levantado contra os reis no passado, e que rebelião e revoltas têm sido feitas nela.
20Er zijn in Jerusalem zelfs machtige koningen geweest, die heel het gebied aan de overzijde van de Rivier hebben beheerst, en aan wie men belasting, schatting en tol heeft betaald.
20Também houve reis poderosos sobre Jerusalém que governaram sobre toda a região além do Rio; e tributo, imposto e pedágio lhes eram pagos.
21Gelast dus die mensen, het werk te staken, zodat die stad niet herbouwd wordt, eer ik daartoe bevel zal geven.
21Façam agora um decreto para que esses homens parem, e que esta cidade não seja construída até que um decreto seja feito por mim.
22Brengt dit met grote zorg ten uitvoer, opdat dit euvel aan de koningen geen groter schade moge berokkenen.
22Tenham cuidado para não serem negligentes em fazer isso. Por que o dano deveria crescer para o prejuízo dos reis?
23Zodra de brief van den koning Artaxerxes aan Rechoem, zijn geheimschrijver Sjimsjai en hun ambtgenoten was voorgelezen, spoedden zij zich naar de Joden in Jerusalem, en dwongen hen met kracht en geweld de werkzaamheden te staken.
23Então, quando a cópia da carta do rei Artaxerxes foi lida diante de Reum, de Sinsai, o escriba, e de seus companheiros, eles foram apressadamente a Jerusalém, aos judeus, e os forçaram a parar pela força das armas.
24Zo werd het werk aan het huis van God te Jerusalem stil gelegd, en bleef het rusten tot aan het tweede jaar van de regering van Darius, den koning der Perzen.
24Então a obra parou na casa de Deus, que está em Jerusalém. Ela ficou parada até o segundo ano do reinado de Dario, rei da Pérsia.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.