Prediker 12
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Denk aan uw Schepper in de dagen van uw jeugd, Eer de kwade dagen komen, En de jaren, waarvan gij zegt: Zij bevallen mij niet.
1Lembre-se também do seu Criador nos dias da sua juventude, antes que venham os maus dias, e se aproximem os anos, em que você dirá: “Não tenho neles prazer”;
2Eer verduisterd worden De zon en het licht, De maan en de sterren; En de éne bui op de andere volgt.
2Antes que se escureçam o sol, a luz, a lua e as estrelas, e as nuvens voltem depois da chuva;
3Eer de bewakers van het huis beginnen te beven, De gespierde mannen verkrommen; Zij, die malen, gaan staken, omdat hun getal is verminderd, Zij, die door de vensters schouwen, versuffen.
3no dia em que os guardas da casa tremerem, e os homens fortes se curvarem, e as moedoras cessarem por serem poucas, e as que olham pelas janelas se escurecerem,
4Eer de vleugels van de straatdeur zich sluiten, En het geknars van de molen verzwakt, Het geluid van de vogel vermindert, En alle zangen verstommen.
4e as portas da rua se fecharem; quando o som do moinho for baixo, e alguém se levantar ao canto de um pássaro, e todas as filhas da música forem abatidas;
5Eer men opziet tegen iedere hoogte, En men bang is op straat; De amandel niet meer smaakt, de sprinkhaan te zwaar ligt, En het kapperkruid niet meer bekomt. Eer men op weg is naar zijn eeuwige woning, En de klagers al rondgaan op straat;
5sim, quando tiverem medo das alturas, e houver terrores no caminho; e a amendoeira florescer, e o gafanhoto for um peso, e o desejo falhar; porque o homem se vai para a sua casa eterna, e os pranteadores andam pelas ruas;
6De zilveren snoer wordt verbroken, En de gouden lamp naar beneden komt. Eer de kruik bij de bron wordt stuk gebroken, En het rad kapot slaat boven de put;
6antes que o cordão de prata se rompa, ou a taça de ouro se quebre, ou o cântaro se despedace junto à fonte, ou a roda se quebre junto à cisterna,
7Het stof naar de aarde gaat, waar het vandaan kwam, En de levensgeest terugkeert naar God, die hem gaf.
7e o pó volte à terra, como era, e o espírito volte a Deus, que o deu.
8Ijdelheid der ijdelheden, zegt de Prediker, Alles is ijdel!
8“Vaidade de vaidades”, diz o Pregador. “Tudo é vaidade!”
9De Prediker was niet alleen een wijs man voor zichzelf, Hij leerde ook wijsheid aan zijn volk; Veel spreuken heeft hij gewikt, overdacht en gedicht.
9Além disso, porque o Pregador era sábio, ele ainda ensinou conhecimento ao povo. Sim, ele ponderou, investigou e colocou em ordem muitos provérbios.
10De Prediker wist puntige gezegden te vinden, En rake spreuken op schrift te stellen.
10O Pregador procurou encontrar palavras agradáveis, e aquilo que foi escrito com retidão, palavras de verdade.
11Want als prikkels zijn de woorden der wijzen, Als krammen in de muur, waaraan men alles kan ophangen; Door één en denzelfden Leidsman zijn zij gegeven!
11As palavras dos sábios são como aguilhões; e como pregos bem fixados são as palavras dos mestres das congregações, as quais são dadas por um único pastor.
12Tenslotte, mijn zoon, wees voorzichtig: Men kan boeken schrijven zonder eind, Maar veel studeren vermoeit het vlees.
12Além disso, meu filho, seja advertido: de fazer muitos livros não há fim; e muito estudo é cansaço para a carne.
13Alles wel overwogen, is dit de conclusie: Vrees God en onderhoud zijn geboden; Want dat is eerst de hele mens.
13Este é o fim da questão. Tudo já foi ouvido. Tema a Deus e guarde os seus mandamentos; pois este é todo o dever do homem.
14Van ieder werk, al is het nog zo verborgen, Zal God oordelen, of het goed was of kwaad!
14Porque Deus trará toda obra a julgamento, com toda coisa oculta, seja ela boa ou seja má.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.