2 Kronieken 33
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Manasses was twaalf jaar, toen hij koning werd, en regeerde vijf en vijftig jaar te Jerusalem.
1มนัสเสห์ขึ้นครองราชย์เมื่ออายุ 12 ปี และครองราชย์ในเยรูซาเล็ม 55 ปี
2Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh, en volgde de verfoeilijke practijken van de volken, die Jahweh voor de Israëlieten had uitgedreven.
2เขาทำสิ่งชั่วร้ายในสายพระเนตรของพระยาห์เวห์ ตามการกระทำที่น่ารังเกียจของชนชาติต่าง ๆ ซึ่งพระยาห์เวห์ทรงขับไล่ไปต่อหน้าชาวอิสราเอล
3Hij herbouwde de offerhoogten, die zijn vader Ezekias had verwoest, richtte altaren op voor Báal, maakte heilige zuilen wierp zich ter aarde voor heel het hemelse heir, en diende het.
3เขาสร้างสถานบูชาบนที่สูงซึ่งเฮเซคียาห์บิดาของเขารื้อทิ้งขึ้นใหม่ ตั้งแท่นบูชาให้บรรดาพระบาอัล ทำเสาอาเชราห์ และกราบไหว้รับใช้ดวงดาวทั้งหลายในท้องฟ้า
4Zelfs bouwde hij altaren in de tempel van Jahweh, waarvan Jahweh gezegd had: In Jerusalem zal Ik mijn Naam doen wonen.
4เขาสร้างแท่นบูชาในพระวิหารของพระยาห์เวห์ ทั้งที่พระยาห์เวห์ตรัสว่า “นามของเราจะอยู่ในเยรูซาเล็มตลอดไป”
5In de beide voorhoven van de tempel van Jahweh richtte hij altaren op voor heel het hemelse heir.
5เขาสร้างแท่นบูชาสำหรับดวงดาวทั้งหลายในท้องฟ้าไว้ในลานทั้งสองของพระวิหารของพระยาห์เวห์
6Zijn zoon heeft hij in het vuur geofferd in het Ben-Hinnomdal; hij maakte zich schuldig aan waarzeggerij, toverij en wichelarij, en stelde geestenbezweerders en toekomstvoorspellers aan. Hij deed dus al wat maar kwaad was in de ogen van Jahweh, om Hem te tergen.
6เขายังทำพิธีให้บุตรของตนผ่านไฟในหุบเขาเบนฮินโนม ใช้เวทมนตร์ ทำนายโชคชะตา ทำคุณไสย และปรึกษาคนทรงกับหมอผี เขาทำสิ่งชั่วร้ายมากมายในสายพระเนตรของพระยาห์เวห์ ยั่วให้พระองค์ทรงกริ้ว
7Zelfs maakte hij een beeld der ijverzucht, en plaatste het in de tempel, waarvan God tot David en zijn zoon Salomon gezegd had: In dit huis en te Jerusalem, dat Ik uit al de stammen van Israël heb verkoren, zal Ik mijn Naam voor altijd doen wonen.
7เขานำรูปเคารพแกะสลักที่ทำขึ้นไปตั้งในพระวิหารของพระเจ้า ทั้งที่พระเจ้าตรัสกับดาวิดและโซโลมอนบุตรของเขาถึงพระวิหารนี้ว่า “ในพระวิหารนี้และในเยรูซาเล็ม ซึ่งเราเลือกจากทุกเผ่าของอิสราเอล เราจะให้นามของเราสถิตตลอดไป
8En wanneer de kinderen van Israël mijn geboden en de wet, die Ik door mijn dienaar Moses heb afgekondigd, getrouw onderhouden, zal Ik hen nooit meer verjagen uit het land, dat Ik aan hun vaderen gegeven heb.
8เราจะไม่ให้ชาวอิสราเอลต้องจากแผ่นดินที่เรามอบแก่บรรพบุรุษของพวกเขาอีก หากพวกเขารักษาทุกสิ่งที่เราสั่งไว้ ทั้งกฎหมาย ข้อกำหนด และข้อปฏิบัติที่ให้ผ่านโมเสส”
9Maar Manasses verleidde Juda en de bewoners van Jerusalem, om meer kwaad te bedrijven dan de volkeren, die Jahweh bij de komst der Israëlieten had uitgeroeid.
9แต่มนัสเสห์ชักนำชาวยูดาห์และเยรูซาเล็มให้ทำชั่วร้ายยิ่งกว่าชนชาติต่าง ๆ ที่พระยาห์เวห์ทรงทำลายต่อหน้าชาวอิสราเอล
10Wel sprak Jahweh tot Manasses en zijn volk, maar zij luisterden niet.
10พระยาห์เวห์ตรัสเตือนมนัสเสห์กับประชาชน แต่พวกเขาไม่ฟัง
11Daarom liet Jahweh de legeraanvoerders van den koning van Assjoer tegen hem oprukken; zij namen Manasses met haken gevangen en voerden hem, in ijzeren ketens geboeid, naar Babel.
11พระยาห์เวห์จึงทรงให้ผู้บังคับบัญชากองทัพของกษัตริย์อัสซีเรียมาโจมตี พวกเขาใช้โซ่จับมนัสเสห์ ล่ามด้วยตรวน แล้วพาไปบาบิโลน
12Toen smeekte hij in zijn benauwdheid tot Jahweh, zijn God, vernederde zich diep voor den God zijner vaderen,
12เมื่อเดือดร้อน เขาวิงวอนพระยาห์เวห์พระเจ้าของตนและถ่อมตนอย่างมากต่อพระเจ้าของบรรพบุรุษ
13en bad tot Hem. En Jahweh liet Zich door hem verbidden, verhoorde zijn gebed en bracht hem als koning naar Jerusalem terug. Zo ondervond Manasses, dat Jahweh God is.
13เขาอธิษฐานต่อพระองค์ พระเจ้าทรงรับคำวิงวอน ฟังคำทูลขอ และนำเขากลับเยรูซาเล็มให้ครองราชย์อีกครั้ง แล้วมนัสเสห์ก็รู้ว่าพระยาห์เวห์ทรงเป็นพระเจ้า
14Daarna heeft hij voor de Davidstad, westelijk van de Gichon in het dal en tot de ingang van de Vispoort, een hoge buitenmuur gebouwd, die de Ofel omgaf. Verder stelde hij bevelhebbers aan in alle vestingen van Juda.
14หลังจากนั้นเขาสร้างกำแพงชั้นนอกของนครดาวิดทางตะวันตกของกีโฮน ในหุบเขาไปจนถึงทางเข้าประตูปลา สร้างกำแพงล้อมโอเฟลและยกให้สูงมาก ทั้งแต่งตั้งผู้บังคับบัญชาทหารกล้าหาญประจำเมืองป้อมปราการทุกแห่งในยูดาห์
15Hij verwijderde de vreemde goden, het beeld der ijverzucht uit de tempel van Jahweh, en alle altaren, die hij op de berg van Jahweh’s tempel en in Jerusalem had opgericht, en wierp ze buiten de stad.
15เขานำเทพเจ้าต่างชาติและรูปเคารพออกจากพระวิหารของพระยาห์เวห์ ขนแท่นบูชาทั้งหมดที่ตนสร้างบนภูเขาแห่งพระวิหารและในเยรูซาเล็มไปทิ้งนอกเมือง
16Hij richtte het altaar van Jahweh weer op, en offerde daarop dank- en lofoffers, en gaf bevel, dat Juda Jahweh, Israëls God, zou vereren.
16เขาซ่อมแท่นบูชาของพระยาห์เวห์ ถวายเครื่องบูชาเพื่อสันติและเพื่อขอบพระคุณบนแท่นนั้น แล้วสั่งชาวยูดาห์ให้รับใช้พระยาห์เวห์พระเจ้าแห่งอิสราเอล
17Wel bleef het volk nog gewoon op de hoogten offeren, maar ze deden het tenminste voor Jahweh, hun God.
17ถึงอย่างนั้นประชาชนยังคงถวายเครื่องบูชาตามสถานบูชาบนที่สูง แต่ถวายแด่พระยาห์เวห์พระเจ้าของพวกเขาเท่านั้น
18De verdere geschiedenis van Manasses, met zijn gebed tot God, en de woorden, die de zieners in naam van Jahweh, Israëls God, tot hem richtten, sta at opgetekend in de kronieken der koningen van Israël.
18เรื่องอื่น ๆ ของมนัสเสห์ คำอธิษฐานต่อพระเจ้าของเขา และถ้อยคำของผู้หยั่งรู้ซึ่งพูดกับเขาในพระนามพระยาห์เวห์พระเจ้าแห่งอิสราเอล มีบันทึกไว้ในเรื่องราวของกษัตริย์อิสราเอล
19Zijn gebed en het feit, dat God Zich door hem liet verbidden; óók al zijn misdaden en zijn ontrouw; de plaatsen, waar hij offerhoogten bouwde en heilige zuilen en beelden plaatste, voordat hij zich verootmoedigde: dat alles staat beschreven in de kronieken der zieners.
19ส่วนคำอธิษฐานของเขา เรื่องที่พระเจ้าทรงรับคำทูลขอ บาปและความผิดทั้งหมด ตลอดจนสถานที่ที่เขาสร้างสถานบูชาบนที่สูงและตั้งเสาอาเชราห์กับรูปเคารพแกะสลักก่อนจะถ่อมตน ล้วนบันทึกไว้ในประวัติของโฮซัย
20Manasses ging bij zijn vaderen te ruste, en men begroef hem in zijn paleis. Zijn zoon Amon volgde hem op.
20มนัสเสห์สิ้นชีวิตและถูกฝังไว้ในบ้านของตน อาโมนบุตรของเขาขึ้นครองราชย์แทน
21Amon was twee en twintig jaar oud, toen hij koning werd, en regeerde twee jaar te Jerusalem.
21อาโมนขึ้นครองราชย์เมื่ออายุ 22 ปี และครองราชย์ในเยรูซาเล็ม 2 ปี
22Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh, zoals zijn vader Manasses. Aan alle schandbeelden, die zijn vader Manasses gemaakt had, bracht Amon offers, en diende ze.
22เขาทำสิ่งชั่วร้ายในสายพระเนตรของพระยาห์เวห์เหมือนมนัสเสห์บิดาของตน ถวายเครื่องบูชาและรับใช้รูปเคารพแกะสลักทั้งหมดที่บิดาทำไว้
23Maar hij vernederde zich niet voor Jahweh, zoals zijn vader Manasses; integendeel: deze Amon maakte zijn schuld nog groter.
23แต่อาโมนไม่ถ่อมตนต่อพระยาห์เวห์อย่างมนัสเสห์บิดา กลับทำผิดมากขึ้นเรื่อย ๆ
24Zijn hovelingen smeedden een samenzwering tegen hem, en doodden hem in zijn paleis.
24คนรับใช้ของเขาคบคิดกันและฆ่าเขาในบ้านของตน
25Maar het gewone volk vermoordde allen, die tegen koning Amon hadden samengespannen, en riep zijn zoon Josias tot koning uit in zijn plaats.
25ประชาชนในแผ่นดินฆ่าผู้ที่คบคิดกันฆ่ากษัตริย์อาโมนทั้งหมด แล้วตั้งโยสิยาห์บุตรของเขาขึ้นครองราชย์แทน
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.