1 Petrus 5
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
1De priesters onder u vermaan ik dus: ik, die hun medepriester ben, de getuige ook van Christus’ lijden, en hun deelgenoot van de heerlijkheid, die geopenbaard zal worden:
1La presbiterojn do inter vi mi admonas, estante kunpresbitero kaj atestanto de la suferoj de Kristo kaj partoprenanto en la malkaŝota gloro:
2Weidt Gods kudde, die aan uw zorgen is toevertrouwd; niet uit dwang, maar gewillig, zoals het God behaagt; niet uit winzucht, maar uit toegenegenheid;
2Paŝtu la gregon de Dio ĉe vi, direktante ĝin, ne devige, sed volonte, laŭ Dio; ne pro avideco, sed bonvole;
3niet als dwingelanden over de u toegewezen groepen, maar als voorbeeld der kudde.
3ne kvazaŭ sinjorante super la heredo, sed fariĝante ekzemploj al la grego.
4Dan zult gij de onverwelkbare krans der glorie behalen, wanneer de opperste Herder verschijnt.
4Kaj kiam elmontriĝos la Ĉefpaŝtisto, vi ricevos la nevelkontan kronon de gloro.
5En gij jongeren, weest onderdanig aan de priesters! Gij allen, weest tegenover elkaar met het livrei der nederigheid bekleed; want “God weerstaat de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.”
5Tiel same, vi plijunuloj, submetu vin al la pliaĝuloj. Tial ankaŭ vi ĉiuj submetu vin unu al la alia, kaj zonu vin per humileco; ĉar Dio kontraŭstaras al la fieruloj, sed al la humiluloj donas gracon.
6Vernedert u dus onder Gods machtige hand, opdat Hij u te zijner tijd moge verheffen.
6Humiligu vin do sub la potencan manon de Dio, por ke Li altigu vin ĝustatempe;
7Werpt op Hem al uw bekommernis; want Hij draagt zorg voor u.
7surĵetante sur Lin ĉian vian zorgon, ĉar Li zorgas pri vi.
8Weest bezonnen en waakzaam! De duivel, uw vijand, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek wien hij verslinden zal.
8Estu sobraj, vigladu; via kontraŭulo, la diablo, kiel leono blekeganta ĉirkaŭiras, serĉante, kiun li povos forgluti;
9Weerstaat hem, sterk door het geloof! Denkt er aan, dat aan uw broeders, over de wereld verspreid, het lijden is toegemeten in dezelfde mate.
9lin rezistu, konstantaj en la fido, sciante, ke la samaj suferoj plenumiĝas en via frataro en la mondo.
10De God van alle genade, die u in Christus riep tot zijn eeuwige glorie, Hij zal u na kortstondig lijden oprichten en sterken, stevigen en bevestigen.
10Kaj la Dio de ĉia graco, kiu vin alvokis al Sia eterna gloro en Kristo, mem perfektigos, firmigos, plifortigos vin ne longe suferintajn.
11Hem is de kracht in de eeuwen der eeuwen. Amen!
11Al Li estu la potenco por ĉiam kaj eterne. Amen.
12Met behulp van Silvanus, dien ik hoogschat als een trouw broeder voor u, heb ik in het kort u geschreven, om u te bemoedigen, en u te verzekeren, dat dit inderdaad waarachtige genade van God is. Blijft daarin vaststaan!
12Per Silvano, la fidela frato, kiel mi opinias, al vi mi skribis mallonge, konsilante kaj atestante, ke ĉi tio estas la vera graco de Dio; en ĝi firme staru.
13De mede-uitverkorene in Babylon, en Markus mijn zoon, groeten u. Groet elkander met een liefdekus.
13Vin salutas la en Babel kunelektitino, kaj Marko, mia filo.
14Vrede zij u allen, die in Christus zijt!
14Salutu unu la alian per ama kiso. Paco al vi ĉiuj, kiuj estas en Kristo.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.