1 Koningen
Chapter 17
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Eens sprak de Tisjbiet Elias, uit Tisjbe in Gilad, tot Achab: Zo waar Jahweh leeft, Israëls God, voor wiens aanschijn ik sta; in de eerstvolgende jaren zal er geen dauw of regen zijn, tenzij op mijn woord.
1基列 寄居的 提斯比 人 以利亞 對 亞哈 說:「我指着所事奉永生耶和華- 以色列 的上帝起誓,這幾年我若不禱告,必不降露,不下雨。」
2Toen werd het woord van Jahweh tot hem gericht:
2耶和華的話臨到 以利亞 說:
3Vertrek van hier, ga naar het oosten en verberg u in het dal Kerit, tegenover de Jordaan.
3「你離開這裏往東去,藏在 約旦河 東邊的 基立溪 旁。
4Uit de beek kunt ge drinken, en aan de raven heb Ik bevolen, u daar van voedsel te voorzien.
4你要喝那溪裏的水,我已吩咐烏鴉在那裏供養你。」
5Hij ging en deed wat Jahweh gezegd had. En toen hij zich in het dal Kerit, tegenover de Jordaan, had gevestigd,
5於是 以利亞 照着耶和華的話,去住在 約旦河 東的 基立溪 旁。
6brachten de raven hem ‘s morgens brood en s avonds vlees, en hij dronk uit de beek.
6烏鴉早晚給他叼餅和肉來,他也喝那溪裏的水。
7Maar na verloop van tijd droogde de beek op, omdat het in het land niet meer regende.
7過了些日子,溪水就乾了,因為雨沒有下在地上。
8Toen werd het woord van Jahweh tot hem gericht:
8耶和華的話臨到他說:
9Sta op, ga naar Sarepta bij Sidon, en blijf daar; want Ik heb daar een weduwe bevolen, u van voedsel te voorzien.
9「你起身往 西頓 的 撒勒法 去,住在那裏;我已吩咐那裏的一個寡婦供養你。」
10Hij stond dus op, en ging naar Sarepta. Toen hij bij de ingang der stad kwam, was daar juist een weduwe hout aan het sprokkelen. Hij riep haar en zei: Haal mij in uw kruik wat water, opdat ik kan drinken.
10以利亞 就起身往 撒勒法 去。到了城門,見有一個寡婦在那裏撿柴, 以利亞 呼叫她說:「求你用器皿取點水來給我喝。」
11En terwijl zij het ging halen, riep hij haar nog achterna: Breng mij dan meteen een stuk brood mee.
11她去取水的時候, 以利亞 又呼叫她說:「也求你拿點餅來給我!」
12Zij antwoordde: Zo waar Jahweh, uw God, leeft; ik heb geen brood meer; alleen nog maar een handvol meel in de pot en een beetje olie in de kruik. Ik ben nu een paar houtjes aan het sprokkelen; dan ga ik naar huis, om wat klaar te maken voor mij en mijn zoon. Hebben we dat gegeten, dan moeten we sterven.
12她說:「我指着永生耶和華-你的上帝起誓,我沒有餅,罈內只有一把麵,瓶裏只有一點油;我現在找兩根柴,回家要為我和我兒子做 餅 ;我們吃了,死就死吧!」
13Elias sprak tot haar: Wees niet bezorgd; ga naar huis en doe, wat ge van plan waart. Maar maak eerst een klein broodje voor mij, en breng dat hier; daarna kunt ge voor uzelf en uw zoon iets klaar maken.
13以利亞 對她說:「不要懼怕!可以照你所說的去做吧!只要先為我做一個小餅拿來給我,然後為你和你的兒子做餅。
14Want zo spreekt Jahweh, Israëls God! Het meel in de pot raakt niet op, en de kruik met olie raakt niet leeg, eer Jahweh regen geeft op het land!
14因為耶和華- 以色列 的上帝如此說:罈內的麵必不減少,瓶裏的油必不缺短,直到耶和華使雨降在地上的日子。」
15Toen ging ze heen, en deed wat Elias gezegd had. Hij at, en ook zij met haar gezin, dag in, dag uit.
15婦人就照 以利亞 的話去行。她和她家中的人,並 以利亞 ,吃了許多日子。
16Want het meel in de pot raakte niet op, en de kruik met olie raakte niet leeg, zoals Jahweh door de mond van Elias beloofd had.
16罈內的麵果不減少,瓶裏的油也不缺短,正如耶和華藉 以利亞 所說的話。
17Enige tijd daarna werd de zoon van deze vrouw, de meesteres van het huis, ziek; en de ziekte werd zo erg, dat hij de laatste adem uitblies. Toen sprak ze tot Elias:
17這事以後,作那家主母的婦人,她兒子病了;病得甚重,以致身無氣息。
18Man Gods, hoe heb ik het nu met u? Zijt ge hier gekomen, om mij voor mijn schuld te doen boeten, en mijn zoon te doen sterven?
18婦人對 以利亞 說:「神人哪,我與你何干?你竟到我這裏來,使 上帝 想念我的罪,以致我的兒子死呢?」
19Maar Elias sprak tot haar: Geef uw zoon hier. Hij nam hem uit haar armen, bracht hem naar het bovenvertrek, waar hij woonde, en legde hem neer op zijn bed.
19以利亞 對她說:「把你兒子交給我。」 以利亞 就從婦人懷中將孩子接過來,抱到他所住的樓中,放在自己的床上,
20Nu riep hij tot Jahweh: Jahweh, mijn God, hebt Gij nu zelfs over de weduwe, bij wie ik als gast woon, onheil gebracht, door haar zoon te doen sterven?
20就求告耶和華說:「耶和華-我的上帝啊,我寄居在這寡婦的家裏,你就降禍與她,使她的兒子死了嗎?」
21Daarop strekte hij zich tot driemaal toe over den jongen uit, en smeekte Jahweh: Jahweh, mijn God, laat de ziel van dit kind in hem terugkeren!
21以利亞 三次伏在孩子的身上,求告耶和華說:「耶和華-我的上帝啊,求你使這孩子的靈魂仍入他的身體!」
22En Jahweh verhoorde Elias: de ziel van den knaap keerde in hem terug, en hij leefde weer.
22耶和華應允 以利亞 的話,孩子的靈魂仍入他的身體,他就活了。
23Nu nam Elias het kind, bracht het uit het bovenvertrek naar binnen, gaf het aan zijn moeder terug en sprak: Ziehier, uw zoon leeft.
23以利亞 將孩子從樓上抱下來,進屋子交給他母親,說:「看哪,你的兒子活了!」
24Toen zei de vrouw tot Elias: Nu weet ik, dat gij een godsman zijt, en dat het woord, door u gesproken, werkelijk van Jahweh is.
24婦人對 以利亞 說:「現在我知道你是神人,耶和華藉你口所說的話是真的。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.