1 Kronieken 20
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Bij de jaarwisseling, de tijd, waarop de koningen gewoonlijk te velde trekken, bracht Joab de legermacht in het veld. Hij verwoestte het land der Ammonieten, rukte op, en sloeg het beleg rond Rabba; David zelf was echter in Jerusalem achtergebleven. Toen Joab Rabba veroverd en met de grond gelijk had gemaakt,
1А кад прође година, у време кад цареви иду на војску, Јоав изведе војску, па потираше земљу синова Амонових, и дошавши опколи Раву; а Давид беше остао у Јерусалиму. И Јоав освоји Раву и раскопа је.
2nam David Milkom de kroon van het hoofd, die een talent aan goud woog, en waarin een kostbare steen zat, en droeg hem voortaan zelf; bovendien sleepte hij een ontzaglijke buit uit de stad.
2И Давид узе цару њиховом с главе круну, и нађе да потеже таланат злата, и драго камење беше у њој; и метнуше је на главу Давиду, и однеше из града плен врло велик.
3Ook haar burgers voerde hij weg; hij gebruikte ze aan de zaag, de ijzeren houwelen en de bijlen. Zo deed David met alle steden der Ammonieten. Daarna keerde David met heel het leger naar Jerusalem terug.
3А народ што беше у њему изведе и исече их пилама и гвозденим бранама и секирама. И тако учини Давид свим градовима синова Амонових. Потом се врати Давид са свим народом у Јерусалим.
4Later kwam het in Gézer tot een gevecht met de Filistijnen. Bij die gelegenheid versloeg Sibbekai, de Choesjatiet, een zekeren Sipai, die tot de Refaïeten behoorde. Zo werden ze onderworpen.
4А после тога наста рат у Гезеру у Филистејима; тада Сивехај Хусаћанин уби Сифаја који беше рода дивовског, и бише покорени.
5Toen de strijd met de Filistijnen weer losbarstte, versloeg Elchanan, de zoon van Jaïr, een zekeren Lachmi, een broer van Goliat uit Gat, ofschoon de schacht van zijn lans gelijk een weversboom was.
5Наста опет рат с Филистејима, у коме Елханан, син Јаиров уби Ламију, брата Голијата Гетејина, коме копљача беше као вратило.
6En toen er weer oorlog uitbrak in Gat, was er een reus, die zes vingers en zes tenen had, in het geheel dus vier en twintig. Ook hij behoorde tot de Refaïeten.
6И опет наста рат у Гату, где беше један човек врло висок, који имаше по седам прста, скупа двадесет и четири; и он беше рода дивовског.
7Toen hij Israël uitlachte, sloeg Jehonatan, de zoon van Sjimi, den broer van David, hem neer.
7И ружаше Израиља, те га уби Јонатан син Самаје брата Давидовог.
8Deze waren allen Refaïeten; zij vielen door de hand van David en zijn manschappen.
8Ти беху синови истог дива из Гата, и погибоше од руке Давидове и од руке слуга његових.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.