1 Kronieken
Chapter 20
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Modern Hebrew Bible
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Modern Hebrew Bible
1Bij de jaarwisseling, de tijd, waarop de koningen gewoonlijk te velde trekken, bracht Joab de legermacht in het veld. Hij verwoestte het land der Ammonieten, rukte op, en sloeg het beleg rond Rabba; David zelf was echter in Jerusalem achtergebleven. Toen Joab Rabba veroverd en met de grond gelijk had gemaakt,
1ויהי לעת תשובת השנה לעת צאת המלכים וינהג יואב את חיל הצבא וישחת את ארץ בני עמון ויבא ויצר את רבה ודויד ישב בירושלם ויך יואב את רבה ויהרסה׃
2nam David Milkom de kroon van het hoofd, die een talent aan goud woog, en waarin een kostbare steen zat, en droeg hem voortaan zelf; bovendien sleepte hij een ontzaglijke buit uit de stad.
2ויקח דויד את עטרת מלכם מעל ראשו וימצאה משקל ככר זהב ובה אבן יקרה ותהי על ראש דויד ושלל העיר הוציא הרבה מאד׃
3Ook haar burgers voerde hij weg; hij gebruikte ze aan de zaag, de ijzeren houwelen en de bijlen. Zo deed David met alle steden der Ammonieten. Daarna keerde David met heel het leger naar Jerusalem terug.
3ואת העם אשר בה הוציא וישר במגרה ובחריצי הברזל ובמגרות וכן יעשה דויד לכל ערי בני עמון וישב דויד וכל העם ירושלם׃
4Later kwam het in Gézer tot een gevecht met de Filistijnen. Bij die gelegenheid versloeg Sibbekai, de Choesjatiet, een zekeren Sipai, die tot de Refaïeten behoorde. Zo werden ze onderworpen.
4ויהי אחריכן ותעמד מלחמה בגזר עם פלשתים אז הכה סבכי החשתי את ספי מילדי הרפאים ויכנעו׃
5Toen de strijd met de Filistijnen weer losbarstte, versloeg Elchanan, de zoon van Jaïr, een zekeren Lachmi, een broer van Goliat uit Gat, ofschoon de schacht van zijn lans gelijk een weversboom was.
5ותהי עוד מלחמה את פלשתים ויך אלחנן בן יעור את לחמי אחי גלית הגתי ועץ חניתו כמנור ארגים׃
6En toen er weer oorlog uitbrak in Gat, was er een reus, die zes vingers en zes tenen had, in het geheel dus vier en twintig. Ook hij behoorde tot de Refaïeten.
6ותהי עוד מלחמה בגת ויהי איש מדה ואצבעתיו שש ושש עשרים וארבע וגם הוא נולד להרפא׃
7Toen hij Israël uitlachte, sloeg Jehonatan, de zoon van Sjimi, den broer van David, hem neer.
7ויחרף את ישראל ויכהו יהונתן בן שמעא אחי דויד׃
8Deze waren allen Refaïeten; zij vielen door de hand van David en zijn manschappen.
8אל נולדו להרפא בגת ויפלו ביד דויד וביד עבדיו׃

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.