Corinthios Ii
Chapter 6

Corinthios Ii

Clementine Vulgate, 1598
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Corinthios Ii 6

Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Adjuvantes autem exhortamur ne in vacuum gratiam Dei recipiatis.
1Als medearbeiders vermanen we u bovendien, om Gods genade niet vruchteloos te ontvangen.
2Ait enim: Tempore accepto exaudivi te, et in die salutis adjuvi te. Ecce nunc tempus acceptabile, ecce nunc dies salutis.
2Want Hij zegt: “Op gunstige tijd heb ik u verhoord, En op de dag van heil u geholpen.” Ziet, nu is het de gunstige tijd; ziet, nu is het de dag van heil.
3Nemini dantes ullam offensionem, ut non vituperetur ministerium nostrum:
3Op geen enkel punt geven we aanstoot, opdat er geen smet op de bediening valt.
4sed in omnibus exhibeamus nosmetipsos sicut Dei ministros in multa patientia, in tribulationibus, in necessitatibus, in angustiis,
4Integendeel, op alle punten strekken we onszelf tot aanbeveling, als dienaren Gods: Door het grootste geduld, In verdrukking, nood en benauwdheid;
5in plagis, in carceribus, in seditionibus, in laboribus, in vigiliis, in jejuniis,
5In slagen, gevangenschap en woeling, In arbeid, nachtwaken en vasten;
6in castitate, in scientia, in longanimitate, in suavitate, in Spiritu Sancto, in caritate non ficta,
6Door reinheid, kennis en lankmoedigheid, Door goedheid, heilige geest en ongeveinsde liefde;
7in verbo veritatis, in virtute Dei, per arma justitiæ a dextris et a sinistris,
7Door prediking der waarheid, En goddelijke kracht; Met de wapenen der gerechtigheid In rechterhand en linkerhand;
8per gloriam, et ignobilitatem, per infamiam, et bonam famam: ut seductores, et veraces, sicut qui ignoti, et cogniti:
8In eer en in schande, In kwade en goede faam. Als bedriegers, toch zijn we oprecht;
9quasi morientes, et ecce vivimus: ut castigati, et non mortificati:
9Als onbekenden, toch overal bekend; Als stervenden, en zie, toch zijn we in leven; Als getuchtigden, en toch niet gedood;
10quasi tristes, semper autem gaudentes: sicut egentes, multos autem locupletantes: tamquam nihil habentes, et omnia possidentes.
10Als treurenden, toch steeds verheugd; Als armen, en velen maken we rijk; Als bezitlozen, toch bezitten we alles.
11Os nostrum patet ad vos, o Corinthii; cor nostrum dilatatum est.
11Korintiërs; onze mond heeft zich voor u ontsloten, maar wagenwijd staat open ons hart.
12Non angustiamini in nobis: angustiamini autem in visceribus vestris:
12Niet in ons is het u eng, maar in uw eigen binnenste is het benauwd.
13eamdem autem habentes remunerationem, tamquam filiis dico, dilatamini et vos.
13Ik zeg het u als tot mijn kinderen: ook gij op uw beurt moet ruimer worden.
14Nolite jugum ducere cum infidelibus. Quæ enim participatio justitiæ cum iniquitate? aut quæ societas luci ad tenebras?
14Gaat niet met ongelovigen onder een ongelijk juk. Want wat hebben gerechtigheid en ongerechtigheid gemeen, of wat heeft het licht met duisternis te maken;
15quæ autem conventio Christi ad Belial? aut quæ pars fideli cum infideli?
15wat overeenkomst is er tussen Christus en Bélial, of wat heeft de gelovige met den ongelovige gemeen?
16qui autem consensus templo Dei cum idolis? vos enim estis templum Dei vivi, sicut dicit Deus: [Quoniam inhabitabo in illis, et inambulabo inter eos, et ero illorum Deus, et ipsi erunt mihi populus.
16En wat heeft een tempel Gods met afgoden uit te staan? Welnu, wij zijn een tempel van den levenden God! Daarom heeft God gesproken: “Ik zal onder hen wonen en wandelen, Ik zal hun God zijn, zij mijn volk.
17Propter quod exite de medio eorum, et separamini, dicit Dominus, et immundum ne tetigeritis:
17Daarom dan, gaat van hen weg, Zondert u af, zegt de Heer. Raakt niets aan wat onrein is.
18et ego recipiam vos: et ero vobis in patrem, et vos eritis mihi in filios et filias, dicit Dominus omnipotens.]
18Dan zal Ik u aannemen, En u tot Vader zijn, Gij Mij tot zonen en dochters; Zegt de almachtige Heer.”

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.