2 Korintanoj 6
Londona Biblio (Esperanto, 1910)Translation
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Kaj kunlaborante kun li, ni petegas ankaŭ, ke vi ne vane akceptu la gracon de Dio
1Als medearbeiders vermanen we u bovendien, om Gods genade niet vruchteloos te ontvangen.
2(ĉar Li diris: En tempo de favoro Mi aŭskultis vin, Kaj en tago de savo Mi helpis vin; jen nun la tempo de favoro; jen nun la tago de savo);
2Want Hij zegt: “Op gunstige tijd heb ik u verhoord, En op de dag van heil u geholpen.” Ziet, nu is het de gunstige tijd; ziet, nu is het de dag van heil.
3ni donu en nenio okazon por maledifo, por ke oni ne kulpigu nian administradon;
3Op geen enkel punt geven we aanstoot, opdat er geen smet op de bediening valt.
4sed en ĉio ni aprobigu nin, kiel servantoj de Dio, en multa pacienco, en suferoj, en afliktoj, en malfacilaĵoj,
4Integendeel, op alle punten strekken we onszelf tot aanbeveling, als dienaren Gods: Door het grootste geduld, In verdrukking, nood en benauwdheid;
5en batovundoj, en malliberigoj, en tumultoj, en laboroj, en maldormoj, en malsatoj,
5In slagen, gevangenschap en woeling, In arbeid, nachtwaken en vasten;
6en ĉasteco, en sciado, en pacienco, en afableco, en Spirito Sankta, en amo senhipokrita,
6Door reinheid, kennis en lankmoedigheid, Door goedheid, heilige geest en ongeveinsde liefde;
7en la vorto de vero, en la potenco de Dio; per la armaĵo de justeco dekstre kaj maldekstre,
7Door prediking der waarheid, En goddelijke kracht; Met de wapenen der gerechtigheid In rechterhand en linkerhand;
8per gloro kaj malgloro, per malbonfamo kaj bonfamo; kiel trompantoj, tamen veraj;
8In eer en in schande, In kwade en goede faam. Als bedriegers, toch zijn we oprecht;
9kiel nekonataj, tamen bone konataj; kiel mortantaj, kaj jen ni vivas; kiel pune korektataj, tamen ne mortigataj;
9Als onbekenden, toch overal bekend; Als stervenden, en zie, toch zijn we in leven; Als getuchtigden, en toch niet gedood;
10kiel dolorplenaj, tamen ĉiam ĝojantaj; kiel malriĉaj, tamen multajn riĉigantaj; kiel nenion havantaj, tamen posedantaj ĉion.
10Als treurenden, toch steeds verheugd; Als armen, en velen maken we rijk; Als bezitlozen, toch bezitten we alles.
11Nia buŝo estas malfermita al vi, ho Korintanoj, nia koro estas plivastigita.
11Korintiërs; onze mond heeft zich voor u ontsloten, maar wagenwijd staat open ons hart.
12Vi ne estas malvastigitaj en ni, sed vi estas malvastigitaj en viaj propraj internaĵoj.
12Niet in ons is het u eng, maar in uw eigen binnenste is het benauwd.
13Pro rekompenco samspeca do (mi parolas kiel al infanoj) vi ankaŭ estu plivastigitaj.
13Ik zeg het u als tot mijn kinderen: ook gij op uw beurt moet ruimer worden.
14Ne estiĝu kunjuguloj maltaŭge kun nekredantoj; ĉar kian partoprenon havas justeco kun maljusteco? aŭ kian komunaĵon havas lumo kun mallumo?
14Gaat niet met ongelovigen onder een ongelijk juk. Want wat hebben gerechtigheid en ongerechtigheid gemeen, of wat heeft het licht met duisternis te maken;
15Kaj kian akordon havas Kristo kun Belial? aŭ kian kunecon havas kredanto kun nekredanto?
15wat overeenkomst is er tussen Christus en Bélial, of wat heeft de gelovige met den ongelovige gemeen?
16Kaj kian konsenton havas templo de Dio kun idoloj? ĉar ni estas templo de Dio vivanta; kiel diris Dio: Mi loĝos inter ili, kaj Mi iros inter ili; kaj Mi estos ilia Dio, kaj ili estos Mia popolo.
16En wat heeft een tempel Gods met afgoden uit te staan? Welnu, wij zijn een tempel van den levenden God! Daarom heeft God gesproken: “Ik zal onder hen wonen en wandelen, Ik zal hun God zijn, zij mijn volk.
17Tial Eliru el inter ili, kaj estu apartaj, diras la Eternulo, Kaj ne tuŝu malpuraĵon; Kaj Mi vin akceptos,
17Daarom dan, gaat van hen weg, Zondert u af, zegt de Heer. Raakt niets aan wat onrein is.
18Kaj Mi estos por vi Patro, Kaj vi estos Miaj filoj kaj filinoj, diras la Eternulo Plejpotenca.
18Dan zal Ik u aannemen, En u tot Vader zijn, Gij Mij tot zonen en dochters; Zegt de almachtige Heer.”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.