2 Korintanoj 2
Londona Biblio (Esperanto, 1910)Translation
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Sed mi decidis por mi mem, ke mi ne venos al vi denove en malĝojo.
1Ik had me daarom voorgenomen, niet meer bij u terug te komen in droefheid.
2Ĉar se mi vin malĝojigas, kiu do min ĝojigas, krom tiu, kiu estas malĝojigata de mi?
2Want indien ik ú bedroef, wie moet mij dan verblijden? Tenslotte hij alleen, die zelf door mij zou zijn bedroefd.
3Kaj mi skribis tion saman, por ke, veninte, mi ne havu malĝojon de tiuj, pri kiuj mi devus ĝoji, fidante pri vi ĉiuj, ke mia ĝojo estas la ĝojo de vi ĉiuj.
3En om dezelfde reden heb ik u ook geschreven, opdat ik bij mijn komst niet bedroefd zou worden door hen, over wie ik mij verheugen moest; ik vertrouwde daarbij van u allen, dat mijn blijdschap ook uw aller blijdschap zou zijn.
4Ĉar el multe da aflikto kaj kora dolorego mi skribis al vi kun multaj larmoj, ne por ke vi malĝoju, sed ke vi sciu la amon, kiun mi havas al vi abunde.
4Waarlijk in grote bekommernis en beklemming van hart heb ik u onder veel tranen geschreven, niet opdat gij bedroefd zoudt worden, maar opdat gij de liefde zoudt leren kennen, die ik u zo vurig toedraag.
5Sed se iu kaŭzis malĝojon, li kaŭzis malĝojon ne al mi, sed parte (por ne tro forte vin premi) al vi ĉiuj.
5Wanneer zeker iemand droefheid heeft veroorzaakt, dan heeft hij niet mij bedroefd, maar enigszins althans, om niet te overdrijven, u allen.
6Sufiĉa al tia homo estas tiu puno, farita de la plimulto;
6Voor die persoon is de bestraffing, door de meerderheid opgelegd, voldoende geweest,
7pro tio, kontraŭe, vi devus lin pardoni kaj konsoli, por ke tia homo neniel forglutiĝu per sia troa malĝojo.
7zodat gij hem nu maar vergiffenis moest schenken en bemoedigen, opdat hij niet door overdreven droefheid te gronde gaat.
8Tial mi petegas vin, ke vi konfirmu al li vian amon.
8Ik dring er dus op aan, hem door een openlijk besluit weer in liefde aan te nemen.
9Ĝuste por tio mi ja skribis, ke mi vin provu, ĉu vi en ĉio estas obeemaj.
9Want ook hierom heb ik u geschreven, om proefondervindelijk van u te weten, of gij in alles gehoorzaam zijt.
10Sed al kiu vi pardonas ion, mi ankaŭ; ĉar kion mi ankaŭ pardonis, se mi ion pardonis, mi tion faris pro vi antaŭ Kristo,
10En wien gij iets vergeeft, dien schenk ook ik vergiffenis. En wat ik vergeven heb, —zo ik tenminste iets te vergeven heb, —dat heb ik voor Christus’ aanschijn vergeven om uwentwil,
11por ke Satano ne gajnu profiton kontraŭ ni: ĉar ni ne estas sen scio pri liaj ruzoj.
11opdat de satan geen voorsprong op ons krijgt; want over zijn bedoelingen tasten we niet in het duister.
12Kiam mi venis al Troas, por disvastigi tie la evangelion de Kristo, kaj kiam en la Sinjoro malfermiĝis al mi pordo,
12Toen ik nu in Troas was aangekomen, om er Christus te preken, en mij door den Heer de deur daartoe was opengezet,
13mi ne ricevis ripozon por mia spirito, ĉar mi ne trovis mian fraton Tito; sed mi adiaŭis ilin kaj foriris al Makedonujo.
13had ik toch geen rust voor mijn geest, omdat ik er mijn broeder Titus niet aantrof; maar ik nam afscheid van hen, en vertrok naar Macedónië.
14Sed danko estu al Dio, kiu ĉiam kondukadas nin triumfe en Kristo kaj montras ĉie per ni la bonodoron de Sia koniĝo.
14God zij dank! Overal toch leidt Hij ons rond tot Christus’ triomf; allerwege verspreidt Hij door ons de geur van diens kennis.
15Ĉar ni estas al Dio dolĉa odoro de Kristo, en la savatoj, kaj en la pereantoj;
15Want Christus’ geur zijn wij voor God, zowel bij hen die worden gered, als bij hen die ten verderve gaan:
16al ĉi tiuj, odoro de morto al morto; al tiuj, odoro de vivo al vivo. Kaj kiu estas taŭga por ĉi tio?
16voor den één een doodslucht ten dode, voor den ander een levensgeur ten leven. Wie is tot zulk een taak bekwaam?
17Ĉar ni ne similas al multaj, kiuj faras la vorton de Dio komercaĵo; sed kun sincereco, kaj kiel per Dio, antaŭ Dio ni parolas en Kristo.
17Wij; daar we niet als veel anderen handel drijven met Gods woord, maar met zuivere bedoelingen spreken, op gezag van God, ten overstaan van God, en in Christus.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.