Timotheum I 3
Clementine Vulgate, 1598Translation
Clementine Vulgate, 1598
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Fidelis sermo: si quis episcopatum desiderat, bonum opus desiderat.
1Dit woord is waarachtig! Streeft iemand naar het bisschopsambt, dan begeert hij een voortreffelijke taak.
2Oportet ergo episcopum irreprehensibilem esse, unius uxoris virum, sobrium, prudentem, ornatum, pudicum, hospitalem, doctorem,
2De bisschop dan moet onberispelijk zijn, slechts éénmaal gehuwd; gematigd, bezonnen, zedig, gastvrij, geschikt voor het onderricht;
3non vinolentum, non percussorem, sed modestum: non litigiosum, non cupidum, sed
3geen drinker, geen vechter, maar zachtzinnig, vredelievend, onbaatzuchtig.
4suæ domui bene præpositum: filios habentem subditos cum omni castitate.
4Iemand, die zijn eigen huis goed bestiert, en zijn kinderen onder tucht heeft met behoud zijner waardigheid;
5Si quis autem domui suæ præesse nescit, quomodo ecclesiæ Dei diligentiam habebit?
5zo iemand toch zijn eigen huis niet weet te besturen, hoe zal hij zorg kunnen dragen voor Gods Kerk?
6Non neophytum: ne in superbiam elatus, in judicium incidat diaboli.
6Hij mag geen pasbekeerde zijn, opdat hij niet door trots beneveld in het vonnis van den duivel valt.
7Oportet autem illum et testimonium habere bonum ab iis qui foris sunt, ut non in opprobrium incidat, et in laqueum diaboli.
7Ook te goeder faam moet hij bekend zijn bij hen, die buiten staan, opdat hij niet in schande valt en in de strik van den duivel.
8Diaconos similiter pudicos, non bilingues, non multo vino deditos, non turpe lucrum sectantes:
8Ook diakens moeten eerbaar zijn; geen dubbele tong, niet verslaafd aan de wijn, op schandelijk gewin niet bedacht;
9habentes mysterium fidei in conscientia pura.
9in een rein geweten moeten ze ronddragen het geheim des geloofs.
10Et hi autem probentur primum: et sic ministrent, nullum crimen habentes.
10Ook zij moeten eerst worden waardig gekeurd, en slechts wanneer ze onberispelijk zijn, als diaken worden aangesteld.
11Mulieres similiter pudicas, non detrahentes, sobrias, fideles in omnibus.
11Ook hun vrouwen moeten eerbaar zijn, geen lastertongen; maar gematigd en betrouwbaar in alles.
12Diaconi sint unius uxoris viri, qui filiis suis bene præsint, et suis domibus.
12Diakens mogen slechts éénmaal gehuwd zijn, en moeten hun kinderen en gezinnen goed besturen.
13Qui enim bene ministraverint, gradum bonum sibi acquirent, et multam fiduciam in fide, quæ est in Christo Jesu.
13Zij, die het ambt van diaken goed hebben bekleed, verwerven zich een ereplaats en groot aanzien door het geloof in Christus Jesus.
14Hæc tibi scribo, sperans me ad te venire cito:
14Dit alles schrijf ik u, ofschoon ik hoop, spoedig bij u te komen;
15si autem tardavero, ut scias quomodo oporteat te in domo Dei conversari, quæ est ecclesia Dei vivi, columna et firmamentum veritatis.
15opdat, mocht ik vertraging hebben, ge toch weten zoudt, hoe ge u gedragen moet in het huis van God, de Kerk van den levenden God, zuil en grondslag der waarheid.
16Et manifeste magnum est pietatis sacramentum, quod manifestatum est in carne, justificatum est in spiritu, apparuit angelis, prædicatum est gentibus, creditum est in mundo, assumptum est in gloria.
16Groot is het geheim van de godsdienst, zoals het eensgezind wordt beleden: Hij verscheen in het Vlees, Werd gerechtvaardigd door den Geest; Hij werd door de Engelen aanschouwd, Onder de heidenen gepreekt; Hij werd in de wereld gelovig aanvaard, En opgenomen in de heerlijkheid.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.