1 Timothy
Chapter 3

1 Timothy

Douay-Rheims Bible, Amer…
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1A faithful saying: if a man desire the office of a bishop, he desireth a good work.
1Dit woord is waarachtig! Streeft iemand naar het bisschopsambt, dan begeert hij een voortreffelijke taak.
2It behoveth therefore a bishop to be blameless, the husband of one wife, sober, prudent, of good behaviour, chaste, given to hospitality, a teacher,
2De bisschop dan moet onberispelijk zijn, slechts éénmaal gehuwd; gematigd, bezonnen, zedig, gastvrij, geschikt voor het onderricht;
3Not given to wine, no striker, but modest, not quarrelsome, not covetous, but
3geen drinker, geen vechter, maar zachtzinnig, vredelievend, onbaatzuchtig.
4One that ruleth well his own house, having his children in subjection with all chastity.
4Iemand, die zijn eigen huis goed bestiert, en zijn kinderen onder tucht heeft met behoud zijner waardigheid;
5But if a man know not how to rule his own house, how shall he take care of the church of God?
5zo iemand toch zijn eigen huis niet weet te besturen, hoe zal hij zorg kunnen dragen voor Gods Kerk?
6Not a neophyte: lest being puffed up with pride, he fall into the judgment of the devil.
6Hij mag geen pasbekeerde zijn, opdat hij niet door trots beneveld in het vonnis van den duivel valt.
7Moreover he must have a good testimony of them who are without: lest he fall into reproach and the snare of the devil.
7Ook te goeder faam moet hij bekend zijn bij hen, die buiten staan, opdat hij niet in schande valt en in de strik van den duivel.
8Deacons in like manner chaste, not double tongued, not given to much wine, not greedy of filthy lucre:
8Ook diakens moeten eerbaar zijn; geen dubbele tong, niet verslaafd aan de wijn, op schandelijk gewin niet bedacht;
9Holding the mystery of faith in a pure conscience.
9in een rein geweten moeten ze ronddragen het geheim des geloofs.
10And let these also first be proved: and so let them minister, having no crime.
10Ook zij moeten eerst worden waardig gekeurd, en slechts wanneer ze onberispelijk zijn, als diaken worden aangesteld.
11The women in like manner chaste, not slanderers, but sober, faithful in all things.
11Ook hun vrouwen moeten eerbaar zijn, geen lastertongen; maar gematigd en betrouwbaar in alles.
12Let deacons be the husbands of one wife: who rule well their children, and their own houses.
12Diakens mogen slechts éénmaal gehuwd zijn, en moeten hun kinderen en gezinnen goed besturen.
13For they that have ministered well, shall purchase to themselves a good degree, and much confidence in the faith which is in Christ Jesus.
13Zij, die het ambt van diaken goed hebben bekleed, verwerven zich een ereplaats en groot aanzien door het geloof in Christus Jesus.
14These things I write to thee, hoping that I shall come to thee shortly.
14Dit alles schrijf ik u, ofschoon ik hoop, spoedig bij u te komen;
15But if I tarry long, that thou mayest know how thou oughtest to behave thyself in the house of God, which is the church of the living God, the pillar and ground of the truth.
15opdat, mocht ik vertraging hebben, ge toch weten zoudt, hoe ge u gedragen moet in het huis van God, de Kerk van den levenden God, zuil en grondslag der waarheid.
16And evidently great is the mystery of godliness, which was manifested in the flesh, was justified in the spirit, appeared unto angels, hath been preached unto the Gentiles, is believed in the world, is taken up in glory.
16Groot is het geheim van de godsdienst, zoals het eensgezind wordt beleden: Hij verscheen in het Vlees, Werd gerechtvaardigd door den Geest; Hij werd door de Engelen aanschouwd, Onder de heidenen gepreekt; Hij werd in de wereld gelovig aanvaard, En opgenomen in de heerlijkheid.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.