Ezechiel
Chapter 41
Kralice Bible (1613)
vs Petrus Canisius Bi…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers

Ezechiel 41

Kralice Bible (1613)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Opět přivedl mne k chrámu, a změřil veřeje, šesti loket zšíří s jedné strany, a šesti loket zšíří s druhé strany, podlé širokosti stánku.
1Hij leidde mij binnen in het Heilige, en mat de deurposten op; ze waren aan weerskanten zes el diep.
2A širokost dveří desíti loket, boky pak dveří pěti loket s jedné a pěti loket s druhé strany. Změřil také i dlouhost jejich čtyřidcíti loket, širokost pak dvadcíti loket.
2De breedte van de deur bedroeg tien el, juist zoals die van de tent; de zijvlakken waren aan weerskanten vijf el. Hij mat de diepte op van het Heilige: die bedroeg veertig el, en de breedte: twintig el.
3Přišel také do vnitřku, a změřil veřeje dveří dvou loket, a dvéře šesti loket, širokost pak dveří sedmi loket.
3Daarna betrad hij het Inwendige, en mat de deurpost op, die twee el diep was. De deur was zes el breed, en de zijvlakken waren aan weerskanten zeven el.
4Změřil také dlouhost svatyně dvadcíti loket, a širokost dvadcíti loket v chrámě, a řekl mi: Tato jest svatyně svatých.
4Hij nam de diepte op, die twintig el bedroeg; ook de breedte bedroeg twintig el. Het lag tegen het Heilige aan; en hij verklaarde mij: dit is het Allerheiligste.
5Změřil též zed domu šesti loket, a širokost pavlače čtyř loket, vůkol a vůkol okolo domu.
5Toen nam hij de dikte op van de wand van de tempel: die bedroeg zes el. Aan drie kanten van de tempel was er een uitbouw van vier el breedte.
6Ty pak pavlače, pavlač nad pavlačí, byly tři, a třidcíti noh zdélí, a scházely se při zdi domu vespolek, tak že se pavlače vůkol a vůkol držely, a nedržely se na zdi domu.
6Hier lagen de cellen in drie rijen van dertig cellen boven elkaar; voor de cellen waren aan alle kanten inkortingen gemaakt in de wand van de tempel, waarop de binten konden rusten; zo behoefde men voor de steunpunten geen gaten te breken in de wand van de tempel.
7Nebo se rozšiřovala vůkol více a více, svrchu pro pavlače, kteréž byly okolo domu, od vrchu až dolů, vůkol a vůkol domu, poněvadž nejširší dům byl na hoře, a tak nejnižší porozšiřovala se k vrchu pro prostřední.
7Naar gelang men een verdieping hoger steeg, werden de cellen breder en ruimer; want naar boven toe was de wand van de tempel aan alle zijden van de tempel geleidelijk ingekort; daarom werd de uitbouw naar boven toe breder. Van de begane grond af kon men langs de middelste verdieping de bovenverdieping bereiken.
8Tak podobně spatřil jsem při domu pavlače, i nejvyšší vůkol a vůkol, jejichž půdy zouplna odměřeny byly šesti loket k výstupkům.
8Aan alle kanten van de tempel zag ik als fundament van de cellen een verhoging van een volle roede, dus zes el ongeveer.
9Širokost zdi, kteráž byla při pavlačích zevnitř, pěti loket byla, i plac pavlačí, kteréž byly při domu.
9De dikte van de buitenwand der cellen was vijf el. Er was een plein tussen de cellen van de tempel en het zalengebouw;
10Mezi nimiž a komůrkami byla širokost dvadcíti loket okolo domu vůkol a vůkol.
10het had een breedte van twintig el aan drie zijden van de tempel.
11A dvéře pavlačí byly k placu, dvéře jedny na půlnoci, a druhé dvéře na poledne, a širokost placu byla pěti loket vůkol a vůkol.
11In de uitbouw was een deur naar het plein: één deur aan de noordkant en één deur aan de zuidkant. De verhoging, die op het plein uitkwam, was aan alle kanten vijf el breed.
12Stavení pak, kteréž bylo před příhradkem v úhlu k západu, širokost byla sedmdesáti loket, a zed téhož stavení pěti loket zšíří vůkol a vůkol, a zdélí devadesáti loket.
12Het bijgebouw, dat aan de overzijde van het plein aan de westkant lag, was zeventig el diep; de muur van het bijgebouw was aan alle kanten vijf el dik, de lengte bedroeg negentig el.
13Potom změřil dům, zdélí sto loket, totiž příhradek i stavení, a zdi jeho zdélí sto loket.
13Hij mat de tempel op: de diepte bedroeg honderd el; ook de diepte van het plein met het bijgebouw en zijn muren bedroeg honderd el;
14Též širokost předku domu i příhradku k východu sto loket.
14de voorzijde van de tempel met het plein naar het oosten was honderd el breed.
15Změřil i dlouhost stavení před příhradkem, kteréž bylo za ním, též i paláce jeho s jedné i s druhé strany, a bylo sto loket; též chrám vnitř i síňce s síní,
15Ook mat hij de breedte op van het gebouw, dat achter de tempel, maar met zijn gevel aan het plein lag; met zijn muren aan weerszijden bedroeg de breedte honderd el. Het Heilige, het Inwendige en de voorhal, die op de binnen-voorhof uitkwam,
16Prahy i okna possoužená, i paláce vůkol po třech stranách jejich, naproti prahu taflování dřevěné vůkol a vůkol, i od země až do oken, též i okna otaflovaná,
16waren betimmerd, en schuin toelopende vensters lieten aan alle kanten licht toe in de drie ruimten. Aan alle kanten was er een houtbetimmering, van de grond tot de vensters. De vensters waren met tapijten bedekt; ook voor de toegang naar het Inwendige hing aan de buitenkant een tapijt.
17Od svrchku dveří až do vnitřní i zevnitřní strany domu, i všecku zed vůkol a vůkol vnitř i zevnitř změřené.
17Op de gehele wand waren aan alle kanten, van binnen en van buiten,
18Kteréž taflování bylo uděláno s cherubíny a palmami, a to vše palma mezi cherubínem a cherubínem. A cherubín měl dvě tváře.
18cherubs en palmen aangebracht: tussen twee cherubs één palm. De cherubs hadden twee gezichten:
19Totiž tvář lidskou naproti palmě s jedné strany, a tvář lvíčete naproti palmě s druhé strany. Tak uděláno bylo ve všem domu vůkol a vůkol.
19een mensengezicht, gekeerd naar de palm aan de ene kant, en een leeuwenkop, gekeerd naar de palm aan de andere kant. Ze waren aangebracht rondom de gehele tempel.
20Od země až do vrchu dveří cherubínové a palmy zdělány byly i na zdi chrámu.
20Van de grond af tot op deurhoogte waren op de wand de cherubs en de palmen aangebracht.
21Chrámu veřeje byly čtverhrané, a předek svatyně podobný jemu.
21De deurposten van het heiligdom vormden een vierkant. Vóór het Heilige stond iets,
22Oltář dřevěný tří loket zvýší, zdélí pak dvou loket s úhly svými, jehož dlouhost i pobočnice jeho dřevěné byly. I mluvil ke mně: Tento jest stůl, kterýž stojí před Hospodinem.
22dat op een houten altaar geleek. Het was drie el hoog en twee el lang; het had hoornen, en de voetstukken en wanden ervan waren van hout. Hij sprak tot mij: Dit is de tafel, die vóór Jahweh’s aangezicht staat.
23A dvojnásobní dvéře byly u chrámu i u svatyně,
23Het Heilige had twee deuren;
24A dvojnásobní dvéře ve vratech, totiž dvojnásobní dvéře obracející se, dvojnásobní ve vratech jedněch, a dvojnásobní dvéře v druhých.
24elke deur had twee draaibare deurvleugels, twee aan de éne en twee aan de andere deur;
25Byli pak uděláni na nich, na těch dveřích chrámu, cherubínové a palmy, tak jakž uděláni byli na stěnách, trámové také dřevění byli před síňcí vně.
25op de deuren van het Heilige waren cherubs en palmen aangebracht, juist zoals op de wanden.
26Též na oknech possoužených byly palmy s obou stran po bocích síňce, i na pavlačích domu toho i trámích.
26Voor de voorhal was aan de buitenzijde een houten luifel; en schuin toelopende vensters en palmen bevonden zich aan weerszijden van de deurposten van de voorhal. Ook de cellen van het tempelhuis hadden een luifel.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.