1 Tesalonickým 3
Kralice Bible (1613)Translation
Kralice Bible (1613)
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
1Protož nemohše se déle zdržeti, za nejlepší se nám vidělo, abychom v Aténách pozůstali my sami,
1Daar we het dus niet langer meer konden uithouden, gaven we er de voorkeur aan, alleen in Athene achter te blijven,
2A poslali jsme Timotea, bratra našeho a služebníka Božího a pomocníka našeho v evangelium Kristovu, aby potvrdil vás a napomenul k tomu, což náleží víře vaší,
2en zonden we Timóteus, onzen broeder en Gods dienaar in het Evangelie van Christus, om u te versterken, en u te bemoedigen in uw geloof,
3Aby se žádný nepohnul od ní v takových těchto souženích. Neb i sami víte, že jsme k tomu postaveni.
3opdat niemand door deze wederwaardigheden aan het wankelen zou worden gebracht. Zelf weet gij toch wel, dat dergelijke dingen ons te wachten staan;
4Ještě zajisté, když jsme u vás byli, předpovídali jsme vám, že budeme souženi; jakož se i stalo, jakž víte.
4bovendien hebben we, toen we bij u waren, u toch vooruit gezegd, dat we wederwaardigheden zouden te verduren hebben; en zo is het ook gebeurd, als gij weet.
5Protož i já, nemoha se déle zdržeti, poslal jsem ho k vám, abych zvěděl o víře vaší, ať by snad nějak nepokoušel vás ten pokušitel, a tak aby nebyla daremná práce naše.
5Omdat ik het dus niet langer meer uithield, heb ik er hem op afgezonden, om te weten, hoe het staat met uw geloof: de bekoorder mocht u eens hebben verleid, en onze arbeid vergeefs zijn geweest.
6Nyní pak když k nám přišel Timoteus od vás a zvěstoval nám novinu veselou o víře a lásce vaší, a že nás připomínáte dobře, žádajíce vždycky nás viděti, jako také i my vás,
6Zo juist is Timóteus van u teruggekeerd, en heeft ons goede tijding gebracht van uw geloof en van uw liefde tot ons, en hoe gij steeds een goede herinnering aan ons bewaart en vurig verlangt, ons weer te zien, zoals wij u.
7Protož potěšeni jsme z vás, bratří, ve všelikém soužení a nesnadnosti naší, skrze víru vaši.
7Daarom broeders, zijn we bij al onze nood en druk door uw geloof met troost over u vervuld;
8Nebo aj, živi jsme, jestliže vy pevně stojíte v Pánu.
8want nu leven we op, zo gij maar vast staat in den Heer.
9A jakým děkováním z vás můžeme se odměniti Bohu za všecku tu radost, kterouž radujeme se pro vás před obličejem Boha našeho,
9Hoe kunnen we God genoeg om u danken voor al de vreugde, waarmee we ons over u verblijden voor het aanschijn van onzen God.
10Dnem i nocí přehorlivě modléce se, abychom uzřeli tvář vaši a doplnili to, čehož by se nedostávalo víře vaší?
10Vurig bidden we nacht en dag, om u te mogen weerzien, en de leemten aan te vullen in uw geloof.
11Sám pak Bůh a Otec náš, a Pán náš Ježíš Kristus spraviž cestu naši k vám.
11Moge dan onze God en Vader zelf en onze Heer Jesus òns de weg naar u banen;
12A vás tentýž Pán račiž rozmnožiti a rozhojniti v lásce, kterouž máte k sobě vespolek, i ke všechněm, jako i nás k vám,
12moge de Heer ú echter vervullen en doen overvloeien van liefde tot elkander en tot iedereen, zoals wij ze hebben tot u.
13Aby tak utvrzena byla srdce vaše neposkvrněná v svatosti, před Bohem a Otcem naším, ku příští Pána našeho Jezukrista, se všemi svatými jeho.
13Zo make Hij uw harten sterk en onberispelijk in heiligheid voor het aanschijn van God, onzen Vader, bij de komst van onzen Heer Jesus, met al zijn heiligen.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.